‘Door wet ongelijkheid werknemers met handicap’

De nieuwe wet voor arbeidsgehandicapten, de Participatiewet, zal leiden tot ongelijke behandeling van verschillende groepen gehandicapten door gemeentes. Dat staat in een beleidsstudie van onderzoeksbureau Regioplan, gedaan in opdracht van de koepelorganisatie Ieder(in) van gehandicapten en chronisch zieken.

De wet, waarover de Tweede Kamer maandag een hoorzitting houdt, is bedoeld voor iedereen die niet zelfstandig het minimumloon kan verdienen. Van alle jonggehandicapten met een Wajonguitkering (nu 240.000 mensen) zal het overgrote deel onder die wet gaan vallen, net als mensen die tot nu toe werden doorverwezen naar de sociale werkvoorziening. Als er geen werk voor hen is, komen ze in de bijstand. De gemeentes worden verantwoordelijk voor de uitvoering van de wet en moeten veel meer mensen aan het werk helpen met minder geld dan nu beschikbaar is: afnemend van ruim 3 miljard euro dit jaar tot 2,5 miljard in 2018 (en op lange termijn structureel 2,2 miljard).

Jonge gehandicapten die deels kunnen werken maar niet het minimumloon kunnen verdienen, komen met voorrang in aanmerking voor een baan in het bedrijfsleven of de overheid. Voor gemeentes zal het financieel gunstig zijn om voor deze groep te bemiddelen bij bedrijven als daarna geen bijstandsuitkering meer hoeft te worden betaald. Als gehandicapten bij hun ouders wonen die werken of als ze samenwonen met een werkende partner, wordt het minder aantrekkelijk voor gemeentes om zich in te zetten: een uitkering krijgt een gehandicapte dan niet meer.

Volgens de studie zullen er ook financiële verschillen zijn bij de reïntegratie van mensen met een zware of juist minder zware handicap, omdat de gemeentes verantwoordelijk worden voor de begeleiding op het werk. Quirijn van Woerdekom van Ieder(in): „Het meest schrijnend vind ik dat de concurrentie tussen de doelgroepen zo groot zal zijn. Gemeentes kunnen officieel kiezen wat ze doen, maar je weet nu al dat ze weinig keus hebben omdat er weinig geld is.”