De rechtschapen knolselderij

Het enige wat de knolselderij valt te na te dragen is dat hij niet panklaar is. Voor het overige lijkt hij louter goede eigenschappen te hebben. Neem alleen al de heilzame werking die de knolselderij krijgt toegedicht, van het stimuleren van de moedermelkproductie tot het lozen van nierstenen.

De culinaire tijdsgeest is sowieso de groenten goedgezind. Het eten van vlees, chocola, boter en zelfs brood - eigenlijk alles wat lekker is - wordt je tegengemaakt. Als het niet slecht is voor de gezondheid dan heeft het wel kwalijke effecten voor, onder veel meer, de CO2 uitstoot, eerlijk zakendoen, dierenwelzijn of de biodiversiteit.

Over groente daarentegen verneemt men tegenwoordig niets dan goeds. Het is bijna irritant hoe rechtschapen groente is. Dat geldt zeker de knolselderij als een eenvoudige, robuuste seizoensgroente zonder kapsones of frivoliteiten die al sinds de 18e eeuw op ons menu staat. Gelukkig is selderijknol ook best te eten. Al moet er altijd wat bij, een klontje boter bijvoorbeeld of een scheutje room. Zoals bij de bereiding op Franse huisvrouwelijke wijze céleri-rave sauté à cru, waarbij de rauwe niet voorgekookte selderieknol in een geruststellende hoeveelheid boter wordt gegaard.

Snijd de knol in plakken van 1 à 1,5 centimeter dikte. Schil de plakken. Snijd ze in ‘lucifers’ met een dikte van ongeveer halve centimeter. Laat de boter smelten in een grote koekenpan of een hapjespan. Bak op een laag vuur de knolselderijstaafjes in ongeveer 10 minuten beetgaar. Schep ze regelmatig om. Laat de blaadjes salie meebakken. Vis de salieblaadjes uit de pan als ze dreigen te verbranden, ze hebben hun smaakgevende taak dan al volbracht. Roer er op het laatst de mosterd door. De knolselderij is nu prachtig goudgeel van kleur.

Strooi er voor het serveren de fijngeknipte peterselie over. Céleri-rave sauté à cru is lekker bij wild en ander vlees: onverantwoordelijk lekker.