Column

De crisis is over, maar de vlek zegt nee

Het nieuwe normaal, noemde Mohamed El- Erian al aan het begin van de financiële crisis het tijdperk van lage groei en lage inflatie, waarin het Westen verzeild zou raken. De topbelegger van het Amerikaanse obligatiefonds Pimco kreeg tot nu toe gelijk. De Amerikaanse econoom Robert Gordon voorspelde in 2012 een soortgelijke periode, maar om een andere reden: hij zag geen nieuwe fundamentele technologische revolutie waarmee we de eerstvolgende decennia vooruit konden. Alles wat we aan vernieuwing om ons heen zien is, aldus Gordon, nog te danken aan de vorige omwenteling: computer- en telecommunicatietechnologie. Larry Summers, de econoom Amerikaanse ex-minister van Financiën, zei twee maanden geleden dat de periode van lage groei voorlopig door zou gaan op basis van wat ‘seculiere stagnatie’ heet. Volgens Summers is er een negatieve rentevoet nodig om de economie uit het slop te helpen, op het gevaar af dat zulke lage rentes nieuwe zeepbellen veroorzaken.

In wezen zijn het allemaal pogingen om de stagnatie te verklaren. Extrapolatie van de huidige toestand is daar een onderdeel van. Het is na jaren crisis moeilijk voor te stellen dat het ooit beter zal gaan. Begin jaren negentig, toen de werkloosheid na elke recessie stabiliseerde op een hoger niveau, werd bij elke opleving al even gewichtig gesproken over ‘baanloze groei’. Ja, de economie trok weer aan, maar op nieuwe werkgelegenheid moest niet worden gerekend. Dat werd gelogenstraft in de rest van de jaren negentig, maar toen dook meteen een andere extrapolatie op: de ‘Nieuwe Economie’ die de welvaart naar een structureel hoger plan zou tillen met onafgebroken groei tot in de verre toekomst. Want ditmaal was het anders.

This time is different was dan ook de ironische naam van het nieuwe standaardwerk over zeepbellen dat, toen de dotcom-zeepbel uiteen was gespat, werd geschreven door de economen Kenneth Rogoff en Carmen Reinhart.

Vorige maand presenteerden de twee het onderzoek Recovery from Financial Crises: Evidence from 100 episodes. Daarin wordt onderzocht hoe snel een economie gemiddeld herstelde van een systeemcrisis bij banken. Veel van het onderzoek gaat over perioden vóór de Tweede Wereldoorlog, toen bankencrises veel gangbaarder waren dan daarna. Uit de bevindingen blijkt dat het gemiddeld 8 jaar duurde voor de welvaart na zo’n crisis weer op het peil was van daarvoor.

Hoe zit dat in de huidige crisis? Alleen de VS en Duitsland zijn weer terug op hun oude welvaartspeil, gemeten als het bruto binnenlands product per hoofd van de bevolking, gecorrigeerd voor inflatie. De rest van het Westen zit daar nog lang niet. Nederland is daarop geen uitzondering. Hoe lang zal het hier duren? Daar zijn voorspellingen voor de langere termijn voor nodig, en het Internationale Monetaire Fonds levert die – voor wat ze waard zijn. Volgens het IMF was de piek van het bbp per hoofd van de bevolking, gecorrigeerd voor inflatie, hier 34.148 euro. Dat niveau zal pas weer worden bereikt in 2018, wanneer het met 34.456 euro het niveau van 2008 voor het eerst weer overstijgt.

Dat geeft dus een Nederlandse herstelperiode van maar liefst tien jaar – ver boven wat historisch kennelijk de norm is. Gelukkig stijgen de prognoses sinds het IMF in oktober deze voorspellingen deed. Topvrouw Christine Lagarde zinspeelde daar deze week al op. Maar zelfs dan: als de Nederlandse economie met ingang van 2014 jaar elk jaar met 1 procent extra zou groeien, dan is het welvaartsverlies niet eerder dan in 2017 ingehaald. Voor 2016 is een onhaalbare extra jaarlijkse groei van 3 procent nodig. Moraal: de weg naar boven is ingeslagen, maar het kan nog lang duren voor het crisisgevoel uit de Nederlander verdwenen is.