Chinezen zijn meer gaan roken

Roken is sterk cultureel bepaald. In Mauretanië is kettingroken de norm, in Indonesië roken kinderen. Regels en voorlichting helpen, blijkt uit onderzoek.

De beste manier om te stoppen met roken? Verhuizen naar IJsland. U zult waarschijnlijk met tegenzin in uw dikste winterjas kruipen om een peukje op te steken – binnen roken is net als in Nederland bijna overal verboden. Belangrijker nog: de IJslandse overheid en maatschappelijke organisaties zijn heel effectief in het bestrijden van roken.

Verbieden en voorlichten helpt, blijkt uit internationale cijfers die deze week werden gepubliceerd in de Journal of the American Medical Association. Door jarenlange antirookcampagnes en strikte beperkingen zijn in IJsland, Canada, Noorwegen en – opvallend – Mexico miljoenen mensen gestopt met roken. In 1980 rookte in deze landen rond de 40 procent van de bevolking, nu is dat minder dan 20 procent.

Toch ligt de tabaksindustrie bepaald niet op sterven. Het aantal sigaretten dat per jaar wordt gerookt is gestegen tot 6 miljard. Want juist in grote landen als China, Indonesië en Rusland zijn meer mensen gaan roken, en dan ook stevig. De gemiddelde rookverslaafde paft meer dan twintig sigaretten per dag. Dat is ook de norm in ruim zeventig andere landen ter wereld, blijkt uit een peiling in 2012.

Roken is in grote mate cultureel bepaald. In veel islamitische landen zijn sigaretten taboe voor vrouwen. In tegenstelling tot Griekenland, waar een op de drie vrouwen rookt. In Mauretanië is kettingroken de norm: de gemiddelde roker steekt 40 sigaretten per dag op, een internationaal record. Vergelijk dat met Burkina Faso en Guinee – ook in West-Afrika – waar het gemiddelde ligt op één sigaret. Gezelligheidsrokers, geen verslaafden.

„Tabaksbestrijding is vooral urgent in landen waar het aantal rokers toeneemt”, schrijft Alan Lopez, professor aan de Universiteit van Melbourne in een begeleidend commentaar bij de studie. „Aangezien we weten dat de helft van alle rokers uiteindelijk overlijdt aan de gevolgen, betekent het stijgende aantal rokers een astronomische toename van het aantal onnodige doden.”

De grote verbetering moet komen van plekken als China, waar een slof sigaretten een gangbaar cadeau is voor zakenrelaties en ambtenaren van wie een gunst wordt gezocht. Toevallig heeft de Communistische Partij pas aangekondigd dat hun functionarissen niet meer in het openbaar mogen roken. Ook de 83 miljoen partijleden is geadviseerd te stoppen.

Onder leiding van de Wereldgezondheidsorganisatie zijn er internationale inspanningen om roken aan te pakken. Intussen ondersteunen 177 landen de Framework Convention on Tobacco Control, een overeenkomst om „huidige en toekomstige generaties te beschermen voor de verwoestende medische, sociale, ecologische en economische gevolgen van tabaksgebruik”.

Veel kan geleerd worden van het genoemde groepje landen waar roken effectief is tegengegaan. Canada behandelt sigaretten als vergif. Niet alleen is roken verboden op het werk en in openbare gebouwen; ook afgezonderde rookruimtes mogen niet. Rokers zijn verbannen naar de stoep en moeten in sommige provincies vijf meter wegblijven van deuren en ramen. In Mexico is onder meer de verkoop verboden van losse sigaretten – een veelgebruikte manier om armere mensen te laten roken. Een opvallende stap in het land waar inheemse volken al in 1400 voor Christus tabak verbouwden. Indianen in Amerika dachten dat tabak een gift was van de Schepper, en dat het uitblazen van rook iemands gedachten en gebeden naar de hemel liet stijgen.