Zo erg is zelfplagiaat ook weer niet

Zelfplagiaat is niet fraai, maar dat maakt hoogleraar Peter Nijkamp nog geen Stapel of Bax. Hij stal of verzon niet, aldus Marc van Oostendorp.

NRC Handelsblad opende dinsdag de krant met het bericht dat de vooraanstaande geleerde Peter Nijkamp zelfplagiaat heeft gepleegd. De krant besteedde ook binnenin en op de website uitgebreid aandacht aan deze misstap. Maar de beschuldigingen maken die aandacht niet waar. Daarom de vraag: hoe bedenkelijk zijn de handel en wandel van deze econometrist van de Vrije Universiteit Amsterdam?

Plagiaat is niet fraai. Tegelijkertijd is er consensus dat het als wetenschappelijke zonde minder erg is dan het verzinnen of manipuleren van data, zoals de psycholoog Diederik Stapel en de antropoloog Mart Bax deden.

In het laatste geval raakt de wetenschap vervuild met onzin; bij plagiaat wordt de auteur van het oorspronkelijke artikel benadeeld omdat hij misschien minder eer krijgt van zijn werk, en de uitgever van het tijdschrift omdat er iets overbodigs wordt gedrukt. Eventueel krijgt de plagiator iets te veel eer, iets te veel geld uit de subsidieruif, omdat er bij de verdeling soms geteld wordt hoeveel artikelen iemand schreef.

Het is daarbij ook nog van belang twee soorten plagiaat te onderscheiden: het stelen van andermans ideeën en het stelen van andermans formuleringen. Dat eerste is, in de wetenschap anders dan in de letterkunde of de journalistiek, een stuk erger dan het laatste. Wetenschappelijke artikelen zijn toch idealiter in eenzelfde zakelijke, om niet te zeggen droge, stijl geschreven. Een artikel wordt niet gepubliceerd omdat de stijl zo flonkert, maar omdat de ideeën goed zijn. En dus is het stelen van ideeën veel erger dan het stelen van zinsnedes. In het geval van Nijkamp gaat het (in de duidelijkste gevallen en volgens de kop van het artikel in deze krant) om zelfplagiaat. Daar wordt het nog ingewikkelder. Het lijkt me heel gewoon dat een onderzoeker tussen twee artikelen in niet heel sterk van onderzoeksprogramma verandert; dat het ene artikel voortbouwt op de ideeën in het andere. Omdat het usance is zulk werk in losse artikelen te publiceren, betekent dit dat je vaak dezelfde basisgedachte in die verschillende artikelen moet presenteren. En dat betekent noodzakelijkerwijs dat er wat herhaling in die artikelen zit. Je moet steeds even uitleggen waar je mee bezig bent. Datzelfde geldt ook als je voortbouwt op werk van anderen. Maar dat is nu hetgeen NRC Nijkamp aan lijkt te rekenen. Op de website plaatst de krant een aantal voorbeelden van het plagiaat. Hier is het eerste voorbeeld:

Kourtit & Nijkamp: In addition, greater labour mobility helps to facilitate trade, and increases the cross-border demand for domestic output (see Strutt et al., 2008).

Strutt et al.: In addition, greater labour mobility helps to facilitate trade and increases the cross-border demand for domestic output.

Het probleem is dat de zin van Strutt et al. is overgenomen zonder dat er aanhalingstekens omheen staan. Kourtit en Nijkamp laten er geen misverstand over bestaan dat ze de desbetreffende bevinding van hun collega’s hebben, maar ze hadden dat dus in net andere woorden moeten opschrijven.

‘Greater mobility of labour additionally also facilitates trade, while the demand for domestic output across the borders also increases (see Strutt et al., 2008)’ had wel gemogen; het heeft mij tien seconden gekost om deze herformulering te maken.

Dit geldt overigens voor de meeste voorbeelden die de krant geeft: betrekkelijk korte passages, waarin andermans bevindingen worden weergegeven in de woorden van die ander maar zonder aanhalingstekens. Het is mij niet helemaal duidelijk waarom dat zo erg is.

In de langere passages gaat het om zelfplagiaat, hoewel het ook hierbij steeds duidelijk gaat om passages die eerder werk beschrijven, waarop in het eigenlijke artikel uiteindelijk wordt voortgebouwd. Nijkamp legt dus hetzelfde idee nog eens uit voor mensen die het eerdere artikel niet gelezen hebben en doet dat in de woorden van het eerdere artikel.

Natuurlijk hoor je dit alles af te keuren. Een student die een zin als de bovenstaande zou opnemen, moet op het matje worden geroepen; en mogelijk zelfs van de opleiding verwijderd. Maar vreselijk erg, zó erg dat het op de voorpagina van de krant moet, kan ik het niet vinden.

De schade is nu eenmaal beperkt. Goed, dan blijken we het oorspronkelijk werk van meneer Nijkamp te kunnen indikken van 5.000 naar 4.000 pagina’s. En wat dan nog?