Voice-over is de plaag van de Nederlandse tv

De hele nacht hoorde ik stemmen in mijn slaap. Stemmen van voice-overs uit de realityprogramma’s die ik de afgelopen dagen heb gezien. Die voice-overs zijn de plaag van de Nederlandse televisie. Als variaties op de stem van Ad ‘Top Pop’ Visser moeten ze duiding geven aan de reality, omdat die anders nog minder voorstelt. Zo zei de voice-over van Utopia gisteravond, toen er een voedseloorlog dreigde uit te breken: „Voor één is genoeg nooit genoeg”. Het klonk als een waarschuwing. Worstelaar Emil ging voor problemen zorgen nu hij vijf boterhammen met een heel blikje tonijn had besmeerd. Van mij mag hij dat als profsporter, maar van aannemer Paul mocht het niet. En ja hoor, Emil moest huilen. Gelukkig werd hij opgevangen door gebedsgenezeres Andrea, die hem met een korte bezwering van zijn hoofdpijn af hielp.

De eerste aflevering van Land van Aankomst, een driedelige serie van René Roelofs en Paul Scheffer over de geschiedenis van de gastarbeiders in Europa, maakte aan míjn hoofdpijn een einde. Hier zag ik wat televisie moet zijn: een goed verhaal, verteld in beelden – in dit geval afkomstig uit Europese omroeparchieven. Een voice-over was amper nodig. De vijftig jaar oude archiefbeelden van de krottenwijken van Casablanca, en even later van de bidonvilles van Parijs, spraken voor zich. Ook was er de jonge NTS-verslaggever Ed van Westerloo, in die tijd op reportage in Marokko. „Als je daarmee als Nederlander wordt geconfronteerd, dan voel je je beschaamd”, zei hij over die armoede. Niets politieke correctheid van een linkse journalist, maar gewoon morele verontwaardiging.

Ook werd de agressie getoond die de nieuwkomers toen al in hun landen van aankomst wekten. Je ziet het mislukken van de multiculti-samenleving uit de zwartwitbeelden al opdoemen. Mooie televisie dus, die benieuwd maakt naar de volgende afleveringen.

Mijn verbeterde kijkhumeur werd verpest door de nieuwe TROS-serie De Duitsers, waarin drie erbarmelijk Duits sprekende Nederlanders onze oosterbuur behandelden alsof er niets anders bestaat dan het Oktoberfest (dirndl-jurken, lederhosen, bierzuipen), het goedkope seksparadijs (een bezoek aan de gangbangkamer van een seksclub) en cafés waar jonge mensen op zondagavond gezamenlijk naar Tatort kijken. Geen voice-over, maar wat een vulgaire tv over een land waar zoveel interessants over te vertellen valt.

Gelukkig werden de ‘Duitsers’ hierna afgelost door de Russen. In het voortreffelijke EO-programma 3Onderzoekt gingen verslaggevers aan de vooravond van de Winterspelen in Sotsji op zoek naar de achtergronden van de Russische homohaat. Met gevaar voor eigen leven proberen ze in contact te komen met de leider van Occupy Paedophilia, een anti-homoknokploeg van neonazi’s, die homo’s in hinderlagen lokken om ze vervolgens te martelen. Het volgende stadium is uitroeiing, dacht ik. En meteen was ik genezen van de bezwerende woorden van sommige commentatoren dat het met die homodiscriminatie in Rusland nogal meevalt.