Marcel V. mag de Staat en dertien banken niet voor rechter dagen

Als het aan hoofdverdachte Marcel de V. van de fraudezaak rond woningcorporatie Vestia had gelegen, was zijn zaak het proces van de eeuw geworden. De Staat der Nederlanden, dertien (inter)nationale banken waaronder ABN Amro en ING, de toezichthouders op de corporatiesector: de ontslagen kasbeheerder van Vestia had ze allemaal voor de rechter willen dagen om zich te verantwoorden voor hún rol in het derivatenschandaal.

Zo ver wil de Haagse rechtbank niet gaan, bleek gisteren uit een tussenvonnis. Maar Marcel de V. mag In een zogenoemde ‘vrijwaringsprocedure’ om zichzelf vrij te pleiten, wel anderen voor de rechter dagen: zijn voormalige bazen, bestuurder Erik Staal en financieel directeur Kees Wevers, en acht oud-commissarissen.

Vestia, Nederlands grootste corporatie, viel in 2012 bijna om toen banken onderpand op derivaten (rentecontracten) opeisten. Kasbeheerder Marcel de V. bleek voor 23 miljard euro aan derivaten te hebben afgesloten. Uiteindelijk kocht Vestia de contracten bij banken af voor 2 miljard euro.

Volgens justitie heeft De V. via tussenpersoon Arjan G. ongeveer tien miljoen euro verdiend aan het afsluiten van de contracten. Los van een toekomstige strafzaak eist Vestia via een civiele procedure een onbekende schadevergoeding van Marcel de V.

Maar de oud-kasbeheerder beschuldigt zijn voormalige baas Erik Staal, geen verdachte, van „onbehoorlijk bestuur”. Staal heeft onvoldoende toezicht gehouden en vrijwel alle vierhonderd rentecontracten zelf ondertekend, stelt Marcel de V.

Tegen de politie heeft hij verklaard dat hij onschuldig is. Hij erkent wel een paar miljoen gekregen te hebben van Arjan G., maar dat was volgens hem voor financieel advies. Hij betaalde er netjes belasting over, loste zijn hypotheek af en legde onder meer een wijncollectie van tonnen aan.