Versterken van de economie moet weer de basis worden

Europese Unie

,,Wanneer de EU geen welvaart meer brengt, zal zij net als het Habsburgse Rijk ineenstorten”, aldus Robert Cooper in NRC Handelsblad van 28 december. De ramp waarop wij afstevenen kan volgens de diplomaat nog voorkomen worden door een open discussie en bereidheid om te luisteren en te leren. Maar zowel op zijn analyse als op zijn oplossing waarmee de ramp voorkomen kan worden, valt het nodige af te dingen.

De interne markt van 1958 heeft de Europese burger veel welvaart gebracht en heeft de concurrentiepositie van Europa versterkt. Maar de Europese Gemeenschap heeft bij haar transformatie naar de Europese Unie haar takenpakket fors uitgebreid. Het gevolg was een lappendeken aan regelgeving die de onderlinge cohesie binnen de EU niet heeft versterkt. Toen in 2005 de Europese Grondwet door de burgers van Frankrijk en Nederland werd afgewezen, bedacht men in Brussel een bureaucratische truc, om alsnog de eigen plannen door te kunnen voeren. Hiermee werd de burger niet serieus genomen.

Tegelijkertijd is door de uitbreidingspolitiek het aantal lidstaten fors toegenomen. Bij de latere uitbreiding werden de toetredingscriteria met grote elasticiteit gehanteerd. Landen die volstrekt onder de maat presteerden (Cyprus, Bulgarije, Roemenië) werden louter op politieke gronden toegelaten. De echte motieven voor de invoering van de monetaire unie en de euro, zoals Cooper betoogt, waren niet om de welvaart te vergroten en de band met Duitsland te versterken, maar was een harde eis van Frankrijk om de macht van de D-mark te breken. Hier gaf niet een gemeenschappelijk Europees ideaal de doorslag, maar Frans ressentiment. Met de toelating van zwakke landen tot de eurozone, het gebrek aan interne controle en het voeten treden van de gemaakte stabiliteitsafspraken is het erosieproces van de Europese Unie versneld. De redding van Griekenland vloeit niet voort uit Europese solidariteit, maar uit eigen nationaal belang. Immers de uittreding van Griekenland uit de euro, had een aantal nationale banken, waaronder een aantal Duitse banken, niet overleefd. De monetaire unie is met veel knip- en plakwerk voorlopig gered, maar de structurele weeffouten zijn niet hersteld.

Terug naar de kerntaken, waarbij versterking van de economie en concurrentiekracht voorop staan, is dan de remedie.

M. van den Doel