Trippy explosie van ideeën

The Congress Regie: Ari Folman. Met: Robin Wright, Harvey Keitel, Jon Hamm. In: 4 bioscopen.

3

Zo strak gecomponeerd als Waltz with Bashir was, de animatiefilm over de Libanese burgeroorlog waarmee de Israëlische regisseur Ari Folman in één klap zijn naam vestigde, zo losjes laat hij in opvolger The Congress de teugels vieren. Het is een mix van live action en traditionele, zelfs een beetje retro aandoende 2D-animatie. En de film barst als een psychedelische ideeënexplosie uit elkaar.

Het begint allemaal in de werkelijkheid – al is in een film als The Congress er natuurlijk alles aan gelegen om je te laten afvragen wat werkelijk is. Is de actrice Robin Wright die in The Congress de actrice Robin Wright speelt, wel echt Robin Wright? En wie is zij als zij haar beeltenis laat scannen, zodat men in de toekomst films met haar kan maken, zonder dat zij daar zelf nog voor nodig is? Kun je fysiek oud worden als je in de digitale, virtuele filmwerkelijkheid de eeuwige jeugd bezit?

De satire op het communistische totalitarisme in het boek Het futurologische congres is in de handen van Folman een speelse aanklacht tegen een niet minder dictatoriale vermaaksindustrie. Maar er zitten ook filosofische Droste-effecten in, die doen denken aan de cycli van transformatie en wedergeboorte uit Japanse anime als Spirited Away en Paprika.

Folman is beslist niet in al zijn doelen geslaagd. Het regisseren van acteurs van vlees en bloed gaat hem stukken minder af dan het tevoorschijn toveren van zijn animatiedromen. Zijn symbolen en metaforen doen soms weinig verfijnd aan (vliegers, een kind met Usher-syndroom dat langzaam doofblind wordt).

Pas in het tweede deel van de film kun je je echt verliezen. Dat onttrekt zich aan elke vorm van classificatie, is visionair en trippy als een gevaarlijke cocktail van de werelden van de film Yellow Submarine van The Beatles en George Dunning en die van ‘duvelmakere’ Jheronimus Bosch.