Scholen hebben wel geld voor kwaliteit, maar geven het niet uit

Natuurlijk, reserves zijn nodig.

Maar de vakbond vindt dat het onderwijs wel heel veel geld oppot.

Het onderwijs heeft het financieel zwaar, zegt de sector elk jaar opnieuw. Zo zwaar dat politieke partijen in het herfstakkoord afspraken er dit jaar 600 miljoen euro extra aan te besteden. Maar uit de laatste cijfers van het ministerie van Onderwijs, die de Algemene Onderwijsbond op een rijtje heeft gezet, blijkt dat onderwijsinstellingen er grote financiële reserves op na houden.

Alle onderwijssectoren samen hebben vorig jaar ruim 300 miljoen euro overgehouden, vertelt woordvoerder Robert Sikkes van de vakbond AOb. Op een rijtje: het basisonderwijs hield 5 miljoen euro over, de besturen in het voortgezet onderwijs potten maar liefst 92 miljoen op, hogescholen en universiteiten zetten samen ruim 165 miljoen euro opzij. De scholen in het middelbaar beroepsonderwijs konden 21,5 miljoen euro wegzetten en de expertisecentra voor speciaal onderwijs 30 miljoen.

Het basis- en voortgezet onderwijs noteerden in 2010 en 2011 nog tekorten. Dit jaar boekten de basisscholen een klein plusje, terwijl de middelbare scholen behoorlijke reserves opbouwden. Daar zijn twee verklaringen voor. Volgens Sikkes heeft het voortgezet onderwijs extra geld gekregen voor kwaliteitsprojecten maar dat geld is nog niet uitgegeven. En daarnaast zijn er banen geschrapt, dat levert geld op. „Dat is uiteraard geen goede ontwikkeling als je bedenkt dat het aantal leerlingen is toegenomen. En dat het geld er gewoon is.”

Natuurlijk is het de bedoeling dat onderwijsinstellingen wat geld achter de hand houden, vertelt Sikkes. Voor onverwachte uitgaven; een noodzakelijk verbouwing, een teruglopend leerlingenaantal of een nieuw computerprogramma. Maar zoveel? Scholen in het basis- en voortgezet onderwijs bezitten geen panden (die zijn van de gemeenten) en hebben verder maar weinig bezittingen (op de stoelen en boekjes na).

Wat de verklaringen voor de reserves in het hoger onderwijs zijn, is voor de Algemene Onderwijsbond nog onduidelijk. De scholen hebben meer reserves nodig voor onderhoud van de gebouwen, want die hebben ze zelf in bezit. „Maar er blijft nog steeds te veel over. Daar gaan we ons in verdiepen.”

Met het overgebleven geld én de rente die dat oplevert, vullen de onderwijsinstellingen hun eigen vermogen aan. Het totale eigen vermogen van de onderwijssector bedraagt 11 miljard. Met de investering van 600 miljoen van het ministerie én de 300 miljoen die vorig jaar overgehouden is, verwacht de Algemene Onderwijsbond dat scholen dit jaar „het publieke geld niet langer op hun spaarrekening laten staan. Maar dat ze het investeren in onderwijs, waar het geld voor bedoeld is.” Sikkes doelt dan vooral op meer leerkrachten en hogere salarissen.

Een paar jaar geleden kwam de Onderwijsbond ook tot de conclusie dat er te veel geld wordt gereserveerd. De onderwijsinspectie deed er onderzoek naar en bracht in juni 2012 een rapport uit. Daar stond in dat schoolbesturen inderdaad te veel eigen vermogen hadden. De scholen beloofden beterschap en zouden de reserves afbouwen. „Die afspraak is het onderwijs dus niet nagekomen”, zegt Hans Duijvestijn, bestuurslid financiële zaken van actiegroep Beter Onderwijs Nederland. „En daar zijn we niet blij mee. Met dit geld kunnen de klassen kleiner, er kunnen hoger opgeleide docenten voor de klas staan en smartboards aan de muur hangen.”

Duijvestijn wijt het oppotten „aan een foutje in de wet”. De schoolbesturen hoeven geen belasting te betalen over hun vermogen en de winsten daarop. „Het opzij zetten van geld wordt te aantrekkelijk gemaakt.”