Niet alle rampen zijn fotogeniek

Het is koud in Amerika. In het oosten en noorden van de Verenigde Staten daalde de temperatuur zeer ver onder nul dankzij de ‘polar vortex’. In kranten wordt er veel over geschreven, tot en met recepten voor stevige kost en titels van liedjes over kou. Er is ook veel te zien. De kou maakt van de natuur een kunstenaar. Bevroren meren en bevroren fonteinen, witte wimpers, huizen behangen met ijspegels, twee sneeuwmannen voor het Capitool in Washington, alles op foto vastgelegd. Streetstyle-fotograaf Bill Cunningham laat zien hoe hippe New Yorkers zich tegen de kou wapenen. Op Youtube toont een filmpje wat er gebeurt als je op een bevroren trampoline springt.

Echte schoonheid heeft de strenge winter nog niet opgeleverd, althans geen schoonheid die is vastgelegd door fotografen en filmers. Een foto van een eenzame boom in een overstroomd veld in Engeland is krachtiger dan alles wat ik tot nu toe van de kou te zien heb gekregen. Misschien komt het nog; misschien heb ik niet goed genoeg gezocht. Maar de matige beelden van de kou bewijzen vooralsnog dat niet alle rampen even fotogeniek zijn. Het toeval of het talent van de fotograaf geeft de doorslag, niet zijn onderwerp. Dat dilemma zag je ook terug in de jaaroverzichten van kranten en websites, waar vaak de foto in stond van een gezin dat in een rivier schuilt voor een bosbrand op Tasmanië. Was deze bosbrand echt een van de belangrijkste nieuwsverhalen van 2013? Pas de kracht van dit beeld maakte er groot nieuws van.

De foto uit Tasmanië werd gemaakt met een mobiele telefoon door de grootvader van de kinderen in de rivier; een amateur. Steeds vaker zijn het amateurs die niet alleen iets vastleggen maar daarbij ook voor schoonheid zorgen. Dat is een bijproduct. Tim Holmes maakte de foto om zijn dochter te laten zien dat haar kinderen veilig waren. Dat de foto zo bekend is geworden is dan weer geen toeval: hij houdt zich genoeg aan ongeschreven maar toch dwingende regels van kleur en compositie om mooi gevonden te kunnen worden. Om herkend te kunnen worden. Het had een still uit een speelfilm kunnen zijn.

Van de kou heb ik ondertussen toch een fraai beeld gevonden, één die in het geheel niet op een nieuwsfoto lijkt. Fotografe Angel Kelly ging buiten bellen blazen met haar zoontje toen het in december al flink vroor in Washington. Haar bellen spatten bij min negen niet uit elkaar, ze bevroren, al zwevend in de lucht. De bellen werden ballen, als de fijnste kerstversiering, of bollen. Sommige zijn ondoorzichtig als matglas, betekend met ijsbloemen. Andere zijn juist helemaal doorzichtig, glazen bollen, de wanden zo dun als eierschalen.

Zeepbellen kun je niet zien breken, ze zijn te vluchtig, het gaat te snel. Ze doen verlangen naar slow motion, ook omdat je ze meestal met kinderen blaast, die voor je het weet geen kinderen meer zijn. Stop de tijd dus maar. Laat dit moment eeuwig duren. Maar het is al weer voorbij. In de kou is er iets langer uitstel van executie, ietsje minder melancholie. Tot ook deze bellen vertrekken, brekend of smeltend.