Mensen met een vlekje? Buurt schiet niet te hulp

Promovenda concludeert dat mensen met een geestelijke beperking geïsoleerd kunnen raken als ze zelfstandig wonen.

Ook mensen met een verstandelijke beperking of psychiatrisch probleem moeten eraan geloven: de participatiesamenleving, waar burgers meer voor elkaar zorgen, in plaats van de overheid voor de burgers. Dat betekent in de praktijk bijvoorbeeld dat familie of buurtbewoners moeten voorkomen dat de verstandelijk beperkte buurvrouw in een sociaal isolement raakt, of erger.

Het is niet alleen een morele oproep. Naarmate voorzieningen als dagbesteding en begeleid wonen wegvallen door bezuinigingen, zal er meer behoefte komen aan dit soort hulp. Femmianne Bredewold onderzocht hoe contact verloopt tussen buurtbewoners en mensen met een verstandelijke of psychiatrische beperking. Morgen promoveert ze op dit onderzoek aan de Universiteit van Amsterdam.

Het beleid is al jaren om mensen met een geestelijke handicap uit de bossen, en in de wijken te krijgen. En sinds de introductie van de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) moeten mensen met lichtere aandoeningen als depressie het al zonder begeleiding doen. Als in 2015 de nieuwe WMO van kracht is, moeten ook mensen met een zwaardere zorgbehoefte helemaal zelfstandig wonen: het aantal bedden daalt met een kwart.

Is het beleid dat buurtbewoners substantieel bijspringen realistisch?

„Nee. In de wijken die ik onderzocht, hadden de meeste mensen geen contact met deze groepen. De meerderheid van de mensen met een beperking had maar drie contacten in de buurt, en daar vallen ook winkeliers en directe buren onder. Uit mijn onderzoek blijkt dat mensen zonder beperking helemaal niet op dat soort contacten zit te wachten, wat ook al uit ander onderzoek was gebleken. Als ze al iets willen is dat veelal licht en begrensd contact: groeten op straat, een praatje maken, een keer de vuilnisbak buiten zetten. Ze zijn bang dat ze er anders aan vastzitten. Ook is het beeld ontstaan dat mensen met een psychische stoornis gevaarlijk zijn, door bijvoorbeeld Anders Breivik en Tristan van der V.

„Andersom missen vooral mensen met een verstandelijke handicap de vaardigheden om mee te kunnen draaien in de buurt. Ze zijn intellectueel beperkt, maar ook sociaal-emotioneel. Ze gedragen zich onhandig, waardoor ze niet functioneren in gewone hobbyclubs en verenigingen.

„Wat ook niet helpt, is dat mensen met beperkingen vaak terechtkomen in relatief arme wijken, waar de bewoners zelf al verschillende problemen hebben.”

Is het ergste dat kan gebeuren dat deze mensen sociaal geïsoleerd raken?

„Nee, er is ook een levensgroot risico dat mensen met een psychiatrische achtergrond of verstandelijke beperking uitgebuit worden, of getreiterd. Dit kwam ik in mijn onderzoek vaak tegen. Het zijn vaak naïeve mensen, en het is niet moeilijk om ze spullen of geld afhandig te maken. Ik vind het een groot probleem dat er weinig aandacht is voor deze kant van wonen in de wijk in plaats van in instituten. Het gaat vaak vooral over de positieve kanten van vermaatschappelijking, en er is weinig aandacht voor het risico van misbruik als deze mensen in de samenleving wonen.”

Maar er is toch brede maatschappelijke steun hiervoor?

„Ja, uit peilingen blijkt dat de meerderheid van de bevolking vindt dat deze groepen in de samenleving moeten wonen. Maar naarmate het beleid wordt uitgevoerd, en de mensen ook echt in de wijk komen, blijkt de steun af te nemen. Hoe dichterbij ze komen wonen, hoe minder steun er is.”

Moet het kabinet de plannen voor de WMO dan terugdraaien?

„Bij de mensen met psychische problemen is nog wel winst te behalen. Door bijvoorbeeld buurtbewoners meer informatie te geven over wat de mensen mankeert.

„Dat geldt veel minder voor verstandelijk beperkten. Ik vraag me echt af of het erg verstandig is om op die groep te bezuinigen. Zelfstandig wonen kan, maar alleen onder goede voorwaarden. Ook verstandelijk gehandicapten blijken veel prijs te stellen op hun privacy; ze willen de baas zijn over de afstandsbediening en net zo lang op de wc kunnen zitten als ze willen. Maar ik zou de gemeenten echt aanbevelen om ze in ieder geval in groepen dicht bij elkaar te zetten, met altijd iemand in de buurt die kan helpen, en tot wie de buurtbewoners zich kunnen richten.”