Meer betalen voor minder nieuws

Gerenommeerde Amerikaanse technologiejournalisten nemen afscheid van hun krant en beginnen eigen websites Ze worden ‘reportrepreneur’ Hun handelsmerk: hun eigen naam

fotodienst NRC

Van de Newton, Apple’s allereerste digitale assistent uit 1993, tot de iPad in 2010: Walt Mossberg deed van allemaal verslag. Zo groeide hij uit tot een invloedrijke Amerikaanse technologiejournalist bij The Wall Street Journal, die in 2010 het onmogelijke voor elkaar kreeg: een live dubbelinterview met Bill Gates en Steve Jobs, de oprichters van Microsoft en Apple.

Maar twee weken geleden zette Mossberg een punt achter zijn laatste column voor de Journal. Deze week startte hij zijn eigen onderneming, een website over technologie die Re/Code heet (recode.net). Het is de opvolger van AllThingsD, de site die Mossberg met zijn collega Kara Swisher maakte voor Dow Jones, eigenaar van The Wall Street Journal.

Mossberg en Swisher willen meer conferenties en evenementen organiseren. Ze kunnen een team van twintig mensen betalen dankzij een investering door NBC Universal van 10 tot 15 miljoen dollar. De belangstelling voor technologiesites groeit, net als de techhype op de beurs. The Wall Street Journal zet het techblog AllThingsD voort onder de naam WSJD. Die site ging ook afgelopen week van start.

Mossberg is niet de enige Amerikaanse techjournalist die zijn krant verlaat. David Pogue van The New York Times schreef dertien jaar op humoristische wijze over gadgets, maar stapte over naar internetbedrijf Yahoo. Daar krijgt hij meer geld en meer vrijheid om zijn one man brand te ontwikkelen. Geen gezeur over bijverdiensten uit lezingen of boekenverkoop – Pogue is een ondernemend type en dat kon wel eens botsen met de principes van The New York Times.

Vorige maand startte ook Jessica Lessin, voormalig journaliste van The Wall Street Journal haar eigen techsite. Samen met Journal-collega Amir Efrati en voormalig Forbes-journaliste Katy Brenner begon Lessin The Information. The Information vraagt voor een abonnement 400 dollar per jaar. Het is een bijzondere zet in een branche waar gratis de boventoon voert.

Waarom zo’n streng betaalmodel?

„Ik ben geïnspireerd door het verdienmodel dat The Wall Street Journal online hanteert”, licht Lessin via de telefoon toe. „In plaats van zoveel mogelijk bezoek trekken willen we artikelen schrijven die de moeite waard zijn om voor te betalen. Dat is een hele simpele graadmeter voor elk stuk dat we publiceren.”

Lessin wil unieke vakinformatie bieden voor mensen die in de technologiebranche werken: meer geld voor minder nieuws. Niet afgeleid worden door noise – de pr-spin, het non-nieuws en de gekopieerde verhalen die andere techsites vaak online zetten om meer bezoek te genereren. The Information publiceert slechts een of twee artikelen per dag, maar het zijn goed ingevoerde stukken.  

Reportrepreneur, zo noemt Lessin zichzelf. Maar waarom worden verslaggevers ondernemers? Lessin zegt dat het niet gaat om geld of een grotere foto bij je stuk. „Je vertegenwoordigt niet langer de krant, maar je neemt je eigen lot in handen.”

Lessin ziet geen overeenkomst tussen haar vertrek en dat van Walt Mossberg. „Ik ben geen journalistiek merk zoals Walt. The Information wordt gemaakt door een team van verslaggevers die een goede training hebben gehad bij een goede krant.”

Een investering van derden, zoals bij Re/Code, kreeg The Information niet: „Onze site is met eigen middelen gefinancierd en we hebben al meer abonnees dan we hadden verwacht.” Hoeveel precies wil Lessin niet zeggen. Maar met een team van acht leden en een gemiddeld salaris van 150.000 dollar (Silicon Valley is duur) zou The Information in theorie aan 3.000 of 4.000 betalende lezers genoeg hebben om quitte te spelen.

De onderhoudskosten van de site zijn laag. De echte waarde zit in het netwerk: Lessin is goed ingevoerd in Silicon Valley. Mede dankzij haar huwelijk met Sam Lessin, een hooggeplaatste Facebook-manager. Diens maatje Mark Zuckerberg kwam op het openingsfeestje van The Information. Er zijn slechtere bronnen denkbaar.