Lyrisch zijn de critici, maar ze zoeken de moraal in The Wolf of Wall Street

Laaiend enthousiast zijn ze stuk voor stuk, de recensenten die The Wolf of Wall Street beoordeelden, het nieuwste samenwerkingsproject van regisseur Martin Scorsese en Leonardo DiCaprio. Maar ook stellen ze allemaal de vraag of het nu juist een aanklacht tegen of een verheerlijking van grenzeloze hebzucht is.

The Wolf of Wall Street gaat, zoals meer films van Scorcese, over een schurk: Jordan Belfort, gespeeld door Leonardo DiCaprio. Belfort, die op zijn 26ste naar eigen zeggen al 49 miljoen dollar verdiende, investeerde dat in callgirls, Ferrari’s, pillen en bergen cocaïne. Hoe DiCaprio zelf tegen Belfort, die hij inmiddels persoonlijk kent, aankijkt legde hij vorige week uit in een interview met NRC.

Belfort verdiende zijn vele miljoenen als oprichter van een effectenkantoor dat stelselmatig met trucjes de koers van fondsen liet stijgen, totdat – meestal zwart – de commissie binnen was. Belfort is voor deze praktijken veroordeeld – hij zat slechts 22 maanden uit omdat hij zijn vroegere vrienden erbij lapte. Zijn grote kracht was zijn overredingskracht als verkoper. Inmiddels al jaren vrij, leeft hij nu van motivatiespeeches voor – volgens de film – zielige schlemielen die hopen ook rijk te zullen worden.

NRC: één lange clownsscène die geen moment verveelt - vier ballen

De film is volgens NRC-recensent Raymond van den Boogaard in feite één lange clownsscène, over een milieu waarin geld maken en onmiddellijke behoeftebevrediging alle andere menselijke aspiraties hebben verdrongen. Maar toch is The Wolf of Wall Street ook een gemiste kans:

“De film toont een platte wereld, en verlangt van de toeschouwer niet meer dan plat voyeurisme. Hopelijk is dat Scorceses bedoeling: het is wel een erg slechte wereld waarin zelfs de grootste schurken gespeend zijn van alles wat ze interessant kan maken.

Soortgelijk gedrag van bankiers en andere geldmakers zou rond de crisis van 2008 de wereldeconomie aan de rand van de afgrond brengen – en dan meestal zonder strafrechtelijke gevolgen. Maar de film maakt die verbinding niet. The Wolf of Wall Street is een briljant uitgevoerd schelmenstuk in een recent, maar ongevaarlijk en vaag verleden. Daar is niets op tegen. Het is ook een gemiste kans.”

VK: Dit is Scorsese in topvorm, mét boodschap - vier sterren

De impliciete, masculiene boodschap van The Wolf of Wall Street volgens VK-recensent Bor Beekman: restricties en sociale conventies bestaan slechts voor de ander. Geld, vooral veel geld, strijkt alles glad. Beekman:

The Wolf of Wall Street speelt meer op de lach, maar heeft in duur (179 minuten) en opbouw (verteller die zich direct tot de kijker richt) veel weg van Scorsese’s gangstereppossen uit de jaren negentig. Ook Belforts halfcriminele vrienden, die worden omgeschoold tot malafide aandelenhandelaars, bedienen zich van dat maffioso-taaltje uit Goodfellas en Casino.

De in Amerika geuite kritiek dat Scorsese een onbeteugeld bestaan zou verheerlijken, lijkt gratuit. Mét het fortuin komt narcisme, verraad en algehele verdwazing. Het verval ligt er, voor Scorsese’s doen, zelfs tamelijk dik bovenop. Belforts personage blijft wat aan de vlakke kant, in dit filmbacchanaal waarin de gangen zich gaandeweg herhalen; de drugsavonturen, de huiselijke perikelen met Beflorts trofeevrouw - het mocht wel iets getrimd. Al misstaat enig afstompend effect ook weer niet, in een portret van de mens die nooit genoeg heeft. The Wolf of Wall Street is vintage-Scorsese, van een 71-jarige regisseur in topvorm.”

Trouw: hysterische komedie vol bravoure, zonder reflectie - vier sterren

‘Een film om te bewonderen, vol schwung en bravoure’ zijn de lovende woorden van Trouw-recensent Jann Ruyters. Er is wel een maar: ‘ervan houden is lastiger’ door het gebrek aan ruimte voor reflectie. Ruyters legt uit:

“Amerika is gebouwd op tegen elkaar op boksende luchtkastelen, maar hier blijft toch iemand met de benen op de grond. Tijd om even na te denken geeft Scorsese je verder echter amper in deze hysterische komedie die je tussen de apen op de apenrots plant. [...]

Eigenlijk is de laatste scène van ‘The Wolf of Wall Street’ de eerste die echt naar binnen komt. Belfort belandt na gevangenis en boek (én film) op conferentiepodia. Onuitroeibaar als de monsters in de horrorfilm, zij het dan wel met de verleidelijke DiCapriolooks: ‘casual’ nu, in wit overhemd en spijkerbroek, het journaalloopje in de benen, het stemgeluid in decibellen ingetoomd maar daarom des te overtuigender in de Tedtalk-modus.”

De Correspondent: absoluut topvermaak, maar Scorsese bijt niet door

In het drie uur doordenderende bacchanaal van graaien, gebruiken en neuken dat Martin Scorseses nieuwe film Tis, is de tragiek naar de marges verdrongen, zo schrijft Nina Polak voor De Correspondent:

“Het is een haast absurdistisch lichtvoetige en kleurrijke stroom van excessen die Scorsese voorschotelt. The Wolf of Wall Street is manisch en luidruchtig en staat nergens lang bij stil als het niet uitbundig feestelijk is. [...]

Is het erg om je drie uur lang compleet geamuseerd te vergapen aan Belforts boevenstreken? Moet je je schamen als je je eigenlijk achteraf pas realiseert dat vrouwen in deze film hoofdzakelijk horizontaal en als cokeplateau figureren? [...]

Het interessantste antwoord is dat The Wolf zowel verheerlijkt als afkeurt, zoals zoveel succesvolle misdaadfilms. [...] Jordan Belfort is geen monster en geen held, hij kent geen echte haat, maar ook geen echte liefde: er is iets zorgwekkend onbepaalds aan The Wolf of Wall Street, een onbevredigende willekeur.”

Het Parool: de moraal kan niemand ontgaan - vier sterren

Mark Moorman benadrukt in zijn recensie voor Het Parool dat wie de moraal ontgaat met een blinddoek om heeft zitten kijken:

“Al in het eerste kwartier, als we zien hoe op het kantoor van Stratton Oakmont het weekend wordt ingeluid, met seks, drugs en nog meer drugs, krijgt een secretaresse tienduizend dollar aangeboden om kaal te worden geschoren: just for kicks. En daar zit ze dan, met half weggeschoren haar, tranen in haar ogen, geld in haar schoot geworpen, tegenover haar collega’s die in een schuimbekkende menigte zijn veranderd.

Scorsese laat de camera in een voortdurende glijvlucht over de duistere taferelen glijden; altijd op zoek naar beelden die ons in het hoofd van zijn intense personages kunnen plaatsen. [...] Wolven zijn het, die weten dat ze op een vulkaan leven. In het laatste beeld van The wolf of Wall Street zien we hoe een groep mensen afwachtingsvol naar spreker Jordan Belfort kijken, in afwachting van zijn wijze woorden. Schapen, vlak voor de slacht. Die schapen, dat zijn wij. Daar is je moraal.”