Kijk, dit zijn brave journalistjes

Journalisten in China moeten vanaf vandaag een examen afleggen over ideologische kennis // Wie zakt, is zijn perskaart kwijt // Een tegenvaller voor jonge journalisten, die juist hoopten op meer vrijheid

Zo ziet de Chinese Communistische Partij het graag: journalisten die vrolijke nieuws brengen. „Happy is het sleutelwoord.” Foto Reuters

Wat zeiden Marx en Engels over de rol van journalisten? Wat is de essentie van het socialisme met Chinese karakteristieken? Wat is het verschil tussen Chinese en westerse journalistiek? Wat houdt de Chinese Droom in? „Allemaal voorspelbare vragen. Maar als je dat examen niet haalt, ben je je perskaart en dus je baan kwijt. Er zit niets anders op dan studeren”, moppert Xue Hao (25), economisch verslaggever van het Dagblad van Huaxi Metropolis, de grootste krant in de provincie Sichuan.

Xue, die de 250 bedrijven in de provinciale metropool Chengdu volgt die op de top-500 van Fortune staan, heeft de afgelopen dagen en weken het bijbeldikke partijhandboek Oefenmateriaal voor (hoofd- en eind)redacteuren en nieuwsverslaggevers doorgeploegd. Vanaf vandaag wordt hij met 250.000 collega’s van oude en nieuwe media getest op ideologische kennis.

Het is voor het eerst sinds 1980 dat journalisten in China door middel van een examen met honderd vragen over marxistisch-leninistische theorie en media-ethiek moeten aantonen geschikt te zijn om bij een van de 1.918 dagbladen, 600 tv- en radiostations of 3.000 mediawebsites te werken. De test wordt gezien als een poging van partijleider/president Xi Jinping om de greep van de Communistische Partij op de media te versterken.

Li Baoshan, hoofdredacteur van de krant van de Centrale Partijschool, motiveert het ‘Marx/Mao-examen’ (zoals een blogger het omschreef). „Het is onaanvaardbaar dat China in de opmars van het internet de slag om de publieke opinie verliest”, aldus Li Baoshan. Daarom moeten „journalisten permanent worden onderwezen in de marxistische idealen, zodat zij het volk, het socialisme en het werk van de partij beter kunnen dienen”.

Xue Hao zucht diep. „De situatie wordt er niet beter op. Ik zit nu drie jaar in de journalistiek en wij mogen steeds minder. Iedere dag krijgen wij van de provinciale propagandadienst telefoontjes en e-mails over toegestane en verboden onderwerpen en over invalshoeken en toonzetting.”

Xue Hao is niet zijn echte naam, maar zijn ironisch bedoelde blognaam. Xue Haohao betekent ‘hard studeren’. De autoriteiten in Beijing hebben alle Chinese journalisten via een e-mail ‘geadviseerd’ – lees geboden – niet met buitenlandse journalisten over het examen te praten. Vandaar dat hij aandringt op anonimiteit.

Hij heeft er alle vertrouwen in dat hij dat examen zal halen, want – en zo gaat dat dan ook weer in China – de vragen circuleren op het internet. Bovendien wil zijn hoofdredacteur zijn jongste en goedkoopste verslaggevers niet kwijt en heeft hen daarom alvast wat tips gegeven. Xue Hao zit lang genoeg in de journalistiek om te snappen dat hij geen tegellichter, geen Watergate-onthuller Bob Woodward wordt.

„In de dagelijkse praktijk is het het beste veel te schrijven over gewone mensen, die het ondanks tegenslagen toch redden met hulp van de partij. Als je onderwerpen maar positief en oplossingsgericht zijn, dan is het goed. Happy is het sleutelwoord. Groene onderwerpen mogen ook als het niet over vervuilende staatsbedrijven gaat”, vertelt hij.

Vandaar dat zijn krant weinig schrijft over moorden, stakingen, landonteigeningen, faillissementen of corruptie. Dat is natuurlijk vreemd in een metropool met 14 miljoen inwoners. Kritisch berichten over de partij of over staatsbedrijven is uitermate riskant. Gevaarlijke onderwerpen, en iedere journalist in China weet precies welke dat zijn, kunnen pas aangeroerd worden als het staatspersbureau Xinhua of een van de partijkranten, het Volksdagblad of China Daily, erover bericht.

„Onze hoofdredacteur zegt altijd dat wij de stem, de tong en de keel van de partij zijn en dat onze belangrijkste missie is om de maatschappij in een zo positief mogelijk daglicht te stellen. Wij moeten volgens hem iedere dag van de samenleving een familiefoto maken, zo’n foto waarop iedereen lacht en iedereen gezond is”, grijnst Xue Hao smalend.

Net als alle andere commerciële kranten schrijft het Dagblad van Huaxi Metropolis daarom veel over succesvolle sporters, Chinese filmsterren, de panda’s die vlakbij Chengdu opgroeien, en over eten, drinken en niemendalletjes. Bijna geen dag gaat voorbij of er verschijnen berichten op de voorpagina over partijleider Xi Jinping die een buitenlandse leider ontvangt of een dorp of fabriek bezoekt. Kritische verhalen gaan meestal over buitenlandse misstanden, zoals de westerse bankencrisis en de Japanse ‘agressie’.

Zelf heeft Xue Hao niet echt te klagen. Hij schrijft voornamelijk over de vele multinationals in Chengdu en over financiën. Dat zijn de terreinen waarop de Chinese journalistiek de meeste ruimte heeft, zeker als het over de financiële crises in het westen gaat.

Een commercieel dagblad als Huaxi Metropolis met een miljoenenoplage is onderhevig aan de wetten van de markt. „Onze lezers weten dat wij gecensureerd worden. Voor echt nieuws gaan zij het internet op, dat een klein beetje vrijer is. Dat is voor ons een groot dilemma. Wij zitten gevangen tussen de eisen van de partij en van de markt en onze lezers. Daar hebben de partijmedia geen last van. Die worden gesubsidieerd”, legt Xue Hao uit.

Niet alleen nieuwsorganisaties en ‘mediawerkers’ moeten zich er voortdurend van bewust zijn dat zij moeten meewerken aan verwezenlijking van de Chinese Droom, ook studenten journalistiek worden ‘opgevoed’. Op de drie belangrijkste universiteiten met afdelingen communicatie en journalistiek worden binnenkort de Amerikaanse lesboeken vervangen door Chinees werk.

Politieke cursussen worden verplicht onderdeel van het curriculum. Daarmee keren de opleidingen terug naar de jaren voor 1980, toen de marxistisch-leninistische theorielessen werden afgeschaft en plaatsmaakten voor tweetalige cursussen (Mandarijn en Engels).

Li Baoshan van de Centrale Partijschool, tevens hoofdredacteur van de partijkrant Qishi, is nauw betrokken bij de samenstelling van de nieuwe opleidingen. Hij zegt dat de ontwikkeling van een vrije pers, zoals die in China bestond tussen 1911 en 1949, een lang proces is en dat zijn land daar nog niet aan toe is. De belangrijkste taak van een vrije pers is het controleren van de overheid en kritiek leveren, weet ook hij. „Kritiek beschadigt de geloofwaardigheid van de overheid en dat kan leiden tot chaos. China bevindt zich in een ontwikkelingsfase met kansen en contradicties. Ons lokaal bestuur heeft niet de kwaliteit en het niveau dat zij met kritiek kunnen opgaan. Daarom moet de pers voorzichtig zijn. Ik ben ervan overtuigd dat de vrijheid van de pers zich in de toekomst zal uitbreiden.”

Economiejournalist Xue Hao betwijfelt dat. „De klok wordt teruggedraaid. Toen ik voor de journalistiek koos, hoopte en dacht ik dat wij juist meer ruimte zouden krijgen. Ik ben nu net als veel van mijn leeftijdsgenoten op zoek naar een andere, beter betaalde baan buiten de journalistiek”.