Is er te veel kunst? NRC wil weten wat de cultuursector vindt

“Als je vanavond bij De Doelen aankomt voor een concert, arriveer je bij een dode kist.” Voor directeuren is het echter makkelijker hun mening kenbaar te maken dan voor al die duizenden anderen die in de kunstensector werken. NRC vraagt daarom uw mening.

Drukte bij het Rijksmuseum. Foto ANP / Evert Elzinga

“Als je vanavond bij De Doelen aankomt voor een concert, arriveer je bij een dode kist.” De woorden waarmee Hans Waege, directeur van het Rotterdams Philharmonisch Orkest, zich vandaag in het debat over het kunstbeleid mengt, zijn zo mogelijk nog scherper dan die van directeur van de Amsterdamse Stadsschouwburg Melle Daamen. Hij wakkerde het debat aan. Voor directeuren is het echter makkelijker hun mening kenbaar te maken dan voor al die duizenden anderen die in de kunstensector werken. NRC vraagt daarom uw mening.

Allereerst een beknopt overzicht van wat er gezegd en geschreven is. De kunsten verkeren in zwaar weer. De overheid bezuinigt op cultuursubsidies. Dat leidt tot debat. Over het belang van kunst in de samenleving. En over welke kunst de overheid zou moeten ondersteunen met subsidies. Melle Daamen, naast directeur ook lid van de Raad voor Cultuur, deed begin december een gepeperde aftrap, die tot veel verontwaardiging en reacties leidde: een pleidooi voor ‘kiezen en vertragen’, hardere keuzes door de cultuursector zelf.

“Een majeur probleem van het huidige kunstklimaat is de fixatie op het nieuwe en het vernieuwende. Het gaat te veel over (het aantal) nieuwe voorstellingen, tentoonstellingen, aankopen, premières, debuten. Het lijkt wel of bij de interpretatie van het begrip ‘kwaliteit’ in ons cultuurbeleid de aandacht vrijwel uitsluitend uitgaat naar vernieuwing en veel minder naar ambachtelijkheid en zeggingskracht. Misschien door het Van Gogh-complex (het collectieve schuldgevoel dat we zijn talent veel te laat hebben (h)erkend) hebben we de neiging iedere keer een nieuw blikje jonge kunstenaars open te trekken, en vorige blikjes snel weg te gooien.”

‘Maak het podiumbestel kleiner’

Grote hoeveelheden kunst leiden ertoe dat het publiek door de bomen het bos niet meer ziet, schreef Damen.

“Het leidt tot vluchtigheid bij het kijken, tot minder binding met het publiek, tot vrijblijvendheid. Dat is wel het láátste waar cultuurbeleid op uit moet zijn: vrijblijvendheid. Dat grote aantal, allemaal vastgelegd in subsidieregelingen, doet de kunsten geen goed. Maak het podiumkunstenbestel kleiner, breng meer verdieping en verschuif de subsidies meer van aanbod naar vraag, zoals dat in Vlaanderen het geval is.”

In zijn stuk - Topballet kun je ook uit Sint-Petersburg laten invliegen - vroeg hij zich ook af of “een eigenstandige ballettraditie per se in Nederland verankerd moet zijn”. Dat werd door veel mensen, onbedoeld, opgevat als een oproep tot afschaffing van Het Nationale Ballet.

Pierre Bokma ontvangt de Alecchino-prijs voor zijn rol in ‘Rouw siert Electra’ van Toneelgroep Amsterdam, 2004. Foto ANP / Rick Nederstigt

‘Dirigenten vliegen van vijfsterrenhotel naar vijfsterrenhotel’

Vandaag reageert Hans Waege in NRC Handelsblad. Ook hij spreekt zijn collega’s, die het contact met het publiek verloren zouden zijn, streng toe. “Wij zijn verwende prima donna’s.” En: “Zolang het geld bleef komen, bleven de klassieke kunstinstellingen geloven in hun eigen wijsheid.”

“Te veel dirigenten en topmusici belijden wel dat ze naar de samenleving gaan, maar ze begrijpen niet ten volle wat dat betekent. Ze leven in een wereld waarin ze business class van vijfsterrenhotel naar vijfsterrenhotel vliegen. Dirigenten kunnen twitteren, maar dat heeft geen zin als nieuwe generaties zich niet met hen en hun muziek identificeren.”

“De grond van de zaak is dat het publiek steeds verder veroudert. Men stroomt niet meer en masse in op zijn vijftigste of zestigste, zoals vroeger. We kunnen wel met zijn allen roepen dat niemand achteruitgaat in bezoekersaantallen, maar de macrocijfers van het Sociaal Cultureel Planbureau spreken boekdelen. De participatie gaat sinds 2000 hard achteruit. Jongere generaties ontlenen geen status aan het bezoeken van de klassieke kunsten.”

Valery Gergiev dirigeert het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Foto ANP / Rick Nederstigt

Eerdere reacties…

…van minister van OCW Jet Bussemaker:

“Daamen spreekt van cultureel overaanbod. Waar baseert hij dat op? Wil hij cultuur in de regio afschaffen? Kent hij de gevolgen van gemeentelijke bezuinigingen? Ik maak wel scherpe keuzes in subsidiebeleid. Wij willen bijvoorbeeld vooral cultuur die verbindingen aangaat met andere sectoren steunen. Daar reageert Daamen niet op. Hij doet voorstellen die verder gaan dan het bezuinigingsbeleid van Rutte I.”

van Henriëtte Post, directeur van het Fonds Podiumkunsten:

“Daamen analyseert uit de losse pols. Op welke feitelijke gegevens baseert hij zijn conclusie dat Nederland te klein is voor het aantal producerende podiumkunstinstellingen dat over is gebleven na de bezuinigingen? En waar komt de terloops gemaakte opmerking vandaan dat de ‘fondsen zich met moeite staande weten te houden’? In dat beeld herken ik in ieder geval mezelf niet.”

van Jet Ranitz, voorzitter belangenorganisatie Kunsten ’92

“De vraag die Daamen stelt is hoe groot je als Nederland eigenlijk wilt zijn. Hij zegt dat we een klein land zijn dat geen producties op wereldschaal zou moeten brengen. Ik vind het juist bijzonder dat we als klein land zoveel kwaliteit in huis hebben en dat kunnen laten zien. Als je als Nederland een creatieve economie wilt hebben, moet je dat ook tonen.”

van Hans Maarten van den Brink, directeur van het Mediafonds - Stimuleringsfonds Nederlandse Culturele Mediaproducties:

“De rode draad in het vertoog van minister Bussemaker, en ook in dat van Melle Daamen, lijkt te zijn dat de kunsten wel mogen bestaan, zolang zij hun recht daartoe maar aan iets anders ontlenen. Aan de vergrijzing bijvoorbeeld. Of aan de kaartverkoop. Of aan een gewiekste combinatie van beide. (…) Goede kunst mag er zijn om zichzelf. Er kan uitleg bij nodig zijn, en er is altijd kritiek op mogelijk, maar ze heeft geen rechtvaardiging nodig om te bestaan.”

van Stijn Schoonderwoerd, directeur Rijksmuseum Volkenkunde Leiden:

“Melle Daamen stelt scherpe vragen en legt knellende dilemma’s op tafel. Dat is goed. Dat hij er geen panklare oplossingen bij aanlevert hoeft ook geen verrassing te zijn. Door in feite te betogen dat er nog steeds niets is veranderd in het culturele veld geeft hij voeding aan krachten die vinden dat de kaalslag nog veel verder had moeten gaan. Laat Melle Daamen samen met zijn collega’s van de Raad voor Cultuur het debat met de sector op een hoger niveau brengen.”

Debuutvoorstelling van de Junior Company van het Nationale Ballet, 2013. Foto ANP / Robin van Lonkhuijsen

van Ted Bransen, artistiek directeur van het Nationale Ballet:

“Het (bevragen van de noodzaak van een nationaal balletgezelschap, red.) was gewoon een domme opmerking van Daamen. Hij laat zien dat hij niet veel van ballet weet. Je kunt dat niet verdelen in een klassiek en modern gedeelte. Klassiek ballet is het fundament van de meeste theaterdans. De meeste dansers, ook hedendaagse die geen spitzen aandoen, hebben een klassieke training. Hans van Manen kun je niet los zien van alles wat er vooraf is gegaan. Klassieke dans is de lingua franca die we delen met al die dansers die uit China, Korea, Zuid-Amerika en de VS hier naartoe komen omdat we een bijzonder gezelschap hebben dat anders is dan alle andere.”

van Melle Daamen, een paar dagen na zijn opiniestuk:

“Ik word weggezet alsof ik pleit voor nog meer bezuinigingen. Dat is niet zo. Ik heb ook niet gezegd: er is in Nederland te veel kunst. Het gaat mij om het kunstenbestel, dat is te groot en te gereguleerd. (…) Het voorbeeld van Het Nationale Ballet was niet gelukkigste voorbeeld. Ted Brandsen roept meteen: jij wilt HNB opheffen. Dat schreef ik niet. Ik opperde dat je je over een onderdeel van HNB, het klassieke ballet, kunt afvragen of Nederland dat op topniveau moet beoefenen. Die vraag blijft relevant.”

En van u?

We willen de komende maanden ook andere mensen die actief zijn in de kunsten, anders dan als toeschouwer of bezoeker, de mogelijkheid geven meningen of suggesties te geven. We zullen uw reacties gebruiken voor publicaties en hopen zo het debat te stimuleren. Mail uw reactie naar cultuurdebat@nrc.nl of reageer hieronder in de comments.