Het DNA van de spookhaai verandert het traagst van alle onderzochte gewervelde dieren

Een spookhaai (Callorhinchus milii) met zijn vreemd gevormde snuit zwemt in een aquarium. In het wild zoekt hij met die flexibele, vlezige slurf de zeebodem af naar visjes en andere kleine dieren. Hij leeft bij Australië en Nieuw-Zeeland.

Het is een kalm bestaan. Voor de vis zelf, en voor zijn genen. Vandaag bleek dat het DNA van de spookhaai het traagst verandert van alle onderzochte gewervelde dieren. Die vergelijking is onderdeel van de analyse van het hele genenpakket (het genoom) van de spookhaai, die vandaag in Nature is gepubliceerd. De spookhaai verandert genetisch zelfs langzamer dan de coelacant, een vis uit een familie waarvan bijna alle soorten zijn uitgestorven.

De spookhaai is de eerste haaiachtige vis waarvan het hele genoom in kaart gebracht is. De spookhaai is net als haaien en roggen een kraakbeenvis: hun skelet bestaat vrijwel helemaal uit kraakbeen. De meeste vissen (de ‘beenvissen’) hebben graten van bot. Uit die groep ontstonden amfibieën, reptielen en zoogdieren.

Uit de analyse blijkt dat de spookhaai delen van het immuunsysteem mist die beenvissen en hun nazaten wel bezitten – die zijn dus waarschijnlijk pas in beenvissen ontstaan. Waarom de spookhaai genetisch zo langzaam evolueert, weten de onderzoekers niet. Ze verwachten dat het te maken heeft met zijn trage stofwisseling.