‘Geen nare frustratie, maar je voelt ’t wel’

Nederlandse strafcornerspecialist hoopt in India op de eerste hoofdprijs voor zijn generatie. „Er is honger naar een prijs, op een mooie manier.”

Het is zijn favoriete stilleven, een bevroren moment in de tijd: stilte in de cirkel rond een stil liggende bal. Eén lange sleep – en een seconde later slaat hij met ruim 120 kilometer per uur tegen de touwen. „Hoog vind ik het mooist. Links of rechts maakt niet uit. Maar de laatste tijd heb ik wel geleerd dat ze niet allemaal in de kruising hoeven.”

Een perfecte uitvoering van de strafcorner, het machtigste wapen in het hockey. Daarvoor repeteerde Mink van der Weerden (25) die sleepbeweging al vele duizenden keren, tot de blaren hem op de vingers stonden of de kramp hem in de heupen schoot. Als junior bij HCAS in het Brabantse Asten – en als international op de Olympische Spelen in Londen (2012), waar hij topscorer werd met acht treffers. „Een ploeg kan goed verdedigen, een keeper kan een paar mooie ballen pakken, maar als je een corner goed uitvoert, is de kans vrij groot dat ie zit. Je hebt het gevoel dat je een wedstrijd kunt beïnvloeden.”

Van der Weerden, die de komende dagen met Nederland in New Delhi strijdt in de finaleronde van de eerste Hockey World League, houdt een Nederlandse traditie hoog die decennia geleden al begon. Maar vraag hem niet naar zijn voorbeelden, zware strafcornerkanonnen als Paul Lit-jens, Ties Kruize, Floris-Jan Bovelander, Bram Lomans of Taeke Taekema. „Een echt voorbeeld heb ik niet. Bij mijn oude club in Asten waren twee jongens die corners pushten, daar heb ik het een beetje van afgekeken. Ik was de enige bij ons thuis die hockeyde, dus ik keek nooit zo veel. Ik kende al die namen niet. Later natuurlijk wel. Ik mag alleen maar dromen van zo’n carrière.”

Hem kennen ze ook, inmiddels. Na het WK van 2010 in New Delhi haalde bondscoach Paul van Ass de blonde Brabander bij de nationale selectie, omdat hij in diens corner meer power zag dan in die van Taekema, jarenlang de onomstreden nummer één. In de aanloop naar ‘Londen’ werd Taekema gepasseerd. Van der Weerden hield zich nooit bezig met die onderlinge strijd. „Ik probeer alleen maar zo goed mogelijk te spelen”, zei hij dan.

Aan zijn capaciteiten twijfelde niemand. Verlost van twee enkelblessures die hem vorig jaar kwelden, is hij dit hoofdklasseseizoen, met 24 doelpunten uit veertien duels, weer met afstand topscorer.

Met dank aan zijn voorbeeldige trainingsinstelling. Vijfhonderd ballen,liever nog meer, slingerde hij wekelijks naar het doel. Zijn trainers bij Oranje Zwart, Gerold Hoeben en strafcornergoeroe Toon Siepman, hadden vooral moeite hem te temmen. „Dat doseren heb ik moeten leren. Het liefst doe ik honderd ballen per training, totdat het helemaal perfect voelt. Maar dan kom je ’s middags niet meer vooruit. Op een normale training doen we zo’n twintig, dertig corners. Daar ben je een kwartiertje mee bezig na de gewone training.”

In New Delhi hoopt Van der Weerden met Nederland het juiste gevoel te vinden op weg naar het WK in Den Haag, komend voorjaar. Het post-olympische jaar 2013 viel, zeker na het zilver in Londen, tegen. Van der Weerden kwam zelf weinig in actie, en Nederland werd op het EK in België uitgeschakeld door Duitsland. Van het swingende spel dat de ploeg op de Spelen had laten zien, was weinig meer over. „Het was inderdaad niet zo fris en sprankelend als in Londen. Hoe dat kwam, blijft lastig om te beoordelen. We wilden dat EK echt graag winnen.”

Hij was elf toen de hockeyers hun laatste grote succes haalden: het olympische goud van Sydney (2000). Daarna werden de grote prijzen verdeeld tussen wereldkampioen Australië en olympisch kampioen Duitsland. Zijn generatie wéét niet beter, maar een obsessie voor de spelers is het volgens hem niet. „Het is geen vervelende frustratie, maar je voelt het wel. In Londen waren we heel dichtbij, maar als iedereen net even wat minder is, zoals op het EK, ben je echt wel een eindje van die hoofdprijs af. Maar het leeft in de groep op een mooie manier: je voelt de honger naar een prijs.”

In India speelt Nederland in een groep met Argentinië, België en Australië. Met name de opmars van de Belgen, onder bondscoach Marc Lammers opgeklommen tot de nummer vijf van de wereld, vindt Van der Weerden indrukwekkend. „Ze doen het hartstikke goed, ze hebben heel veel talent. Een echte Holland-België-sfeer voelen we nog niet, waarschijnlijk omdat we niet veel tegen hen gespeeld hebben tijdens toernooien. Als je vaker tegen elkaar speelt, weet je beter hoe je ten opzichte van elkaar staat. We spelen oefenwedstrijden tegen elkaar, maar die zijn niet zo representatief.”

In de hoofdklasse is de naaste concurrent van Van der Weerden in de strijd om de topscorerstitel tegenwoordig ook een Belg: Tom Boon, onder contract bij Bloemendaal. „Echt een wereldspits. Fysiek sterk, met heel veel snelheid. In de cirkel is hij dodelijk en hij heeft een fantastische corner.”

Het Nederlands elftal rekende onderweg naar India wel af met het gruwelijke incident rond Seve van Ass, die tien tanden kwijtraakte bij een charge van collega-international Valentin Verga. Bondscoach Van Ass, vader van Seve, nam verrassend genoeg beide spelers mee naar India, ook al onderging Verga onlangs een knieoperatie. De lucht is geklaard, zegt Van der Weerden. Dat gebeurde vorige maand tijdens een trainingskamp in Alicante, waarvoor Verga ook was uitgenodigd. „De terugkeer van ‘Vali’ in de groep is goed verlopen. We hebben er in Spanje met zijn allen goed over gesproken. Daar hebben we het afgesloten. Hij is hier nu hard aan het trainen. Het is fijn te zien dat zowel Seve als Vali samen met ons op het veld bezig is.”