Dromen van de Zwarte Zee

Op 1 januari ging de grens open voor arbeidsmigranten uit Bulgarije en Roemenië. De Bulgaarse musici Marietta Petkova en Vesko Eschkenazy werken hier al zo’n 25 jaar.

Op de Facebookpagina van Vesko Eschkenazy, concertmeester van het Koninklijk Concertgebouworkest, verschijnen ze regelmatig. Zonnige kiekjes in herkenbaar Bulgaarse setting. „De drang terug te gaan wordt steeds groter naarmate ik ouder word”, lacht hij. „Ik woon hier 25 jaar, mijn zonen zijn volwassen Hollanders die zelfs anders denken dan ik, nuchterder. Ik ga hier niet meer weg. Het liefste zou ik oud worden aan de Zwarte Zee. Maar ik zeg er meteen bij: die droom is niet realistisch. Bulgarije is een door en door corrupt land. Als je naar het ziekenhuis moet, is de eerste vraag: hoe betaalt u? Normale mensen met een standaardverzekering verdwijnen meteen naar de eeuwige wachtkamer.”

Met pianiste Marietta Petkova, die sinds 1990 in Nederland woont, vormt Eschkenazy een kamermuziekduo. Hij groeide op in de hoofdstad Sofia, zij in de Donaustad Roese, „het kleine Wenen, een negentiende-eeuwse stad met Europese allure”, zoals ze met enige weemoed samenvat. Een echte muziekstad ook. Vanaf haar elfde bezocht ze een ‘muziekgymnasium’. ’s Ochtends werden daar de normale vakken onderwezen, de middagen waren gereserveerd voor muziek. „De mooiste jaren van mijn leven”, zegt ze. „Daarna voegde het conservatorium niet meer zo veel toe.”

Eschkenazy begon zijn muzikale opleiding al als kleuter en reisde vanaf zijn twaalfde, als concertmeester van een jeugdorkest, regelmatig naar het buitenland. „Wat dat betreft was Bulgarije een geweldig land om op te groeien”, zegt hij. „Sport en kunst waren de artillerie van de landspromotie. Als je wat kon, werd je door het cultuurministerie gestimuleerd, zelfs gedwongen, daar mee naar buiten te treden. Alleen reisde er wel altijd een man in een regenjas met je mee.”

Petkova: „Ja, de koeka! Dat is Russisch voor ‘hak’, en inderdaad bleef zo’n man altijd dicht in je buurt. Ze waren als de dood dat je zou overlopen.”

Eschkenazy: „Waar ik niet over piekerde. Ik had een prachtleven, vond ik. Al was het voor mijn ouders, die ook musici waren, wel zwaar. Als je eens wat had verdiend in het buitenland, moest je alles voor een rotkoers terugwisselen naar de Bulgaarse lev.”

Petkova: „Maar we hadden onze muziek. Dat maakte alles uit. En om die muziek werd je in het buitenland onder collega’s ook gewaardeerd; mede dankzij zangers als Boris Christoff en Nikolaj Ghiaurov en dirigent Dobrin Petkov hadden we op het gebied van de muziek een goede reputatie. Maar buiten de muziek was je gewoon een Bulgaar. En voor de val van het IJzeren Gordijn gold je in het Westen dan toch als een potentiële verdachte, of in elk geval een minderwaardig mens. Over mijn reiservaringen met een Bulgaars paspoort zou ik een boek vol tragische anekdotes kunnen vullen.”

Overleven

Petkova week uit naar Wenen en studeerde bij de legendarische pianist Paul Badura-Skoda. „Het grappige is: juist omdat ik als Bulgaarse gewend was om te overleven, deed ik dat in Wenen ook. Ik ging zo op in de muziek, het studeren en het leven dat ik niet echt tijd had om bij stil te staan de cultuurshock die er natuurlijk wel degelijk was.”

Vesko Eschkenazy belandde via Londen in 1995 in Nederland, waar hij eerst concertmeester werd van het Radio Kamerorkest, toen van het Nederlands Philharmonisch Orkest en tenslotte van het Concertgebouworkest. Opmerkelijk detail; zijn collega-concertmeester, Liviu Prunaru, is Roemeen.

„Ik vond Amsterdam fantastisch”, zegt Eschkenazy. „Londen, hoewel een veel hardere stad, was dat na Sofia natuurlijk óók – ik herinner me nog al die gevulde winkels, de onvergetelijke luxe ook opeens alle grote orkesten ter wereld live te kunnen beluisteren. Maar in Nederland was er niet alleen welvaart, iedereen was ook nog eens ontzettend vriendelijk en beleefd.”

Hun jeugd, zeggen beiden, speelde zich af in wat voor Bulgarije een culturele bloeitijd was. Maar na 1989 ging die bloei met een harde knip over in een cultureel vacuüm. De huidige generatie jongeren heeft nauwelijks nog weet van muziek. Met zijn neef, de vooral in de VS werkzame dirigent Maxim Eschkenazy, zette Vesko Eschkenazy een programma op om dat gat te dichten, America for Bulgaria. „We zetten muzieklessen op voor kinderen die anders zeker nooit een instrument zouden zien, we geven schoolconcerten, we doen van alles eigenlijk. Ik ben heel erg bezig met mijn eigen land. Nederland is mijn thuis, maar niet mijn vaderland.”

Petkova ziet Nederland wel als haar vaderland, omdat ze zich hier het meest thuis voelt. Maar ook zij zou graag vaak teruggaan naar Bulgarije. „Het punt is alleen dat ik hier als pianiste veel bekender ben dan daar. Ik was te lang weg. En dat is ook prima. Bulgaren zijn wel expressiever in hun reactie op muziek, maar Nederlanders zijn op hun eigen manier spontaan. Laatst sprong er tijdens een concert in het Steinway Center in Alkmaar iemand op toen ik net wilde gaan spelen. Er ontspon zich een heel gesprek. Ik vind dat leuk. Uiteindelijk is het mij als musicus altijd vooral om de communicatie te doen.”

Openheid

Het Nederland dat ze troffen aan het einde van de jaren tachtig, is veranderd, zeggen beiden. De openheid werd minder, de onvriendelijkheid jegens vreemdelingen nam toe.

Eschkenazy: „Niet in die zin dat ik nu word aangesproken of aangevallen over mijn komaf, godzijdank niet. Maar het gebrek aan nuance in de discussies over ‘de Bulgaren en de Roemenen’ kwetst me wel. De nuance ontbreekt totaal. Ik heb vaak de neiging om te roepen: ‘Hallo, ik ben ook een Bulgaar!’ Maar Bulgarije veroorzaakt zijn eigen slechte reputatie. We hebben verschrikkelijke politici. Logisch dat iedereen weg wil. Terwijl Bulgaren erg verknocht zijn aan hun land. Ze gaan alleen weg als er geen alternatief is.”

Petkova: „Familie, het Bulgaarse eten, de natuur – dat zijn heilige thema’s, hoor! Maar inderdaad: Bulgarije is een oligarchie, een land van slaven en heersers. De huidige machthebbers zijn gewoon de kleinkinderen van degenen die het ten tijde van het communisme voor het zeggen hadden.”

Eschkenazy: „De revolutie die in de Oekraïne op gang leek te komen, krijgt Bulgarije straks ook. Al sinds juni zijn er dagelijks mensen op straat om te demonstreren tegen de regering. Alleen op veel kleinere schaal.”

Petkova: „Het punt is: Bulgarije is al lid van de EU. Dus een Lenin-beeld omgooien voor het oog van de camera, zit er niet in.”

Om de Nederlandse angst voor een invasie van arbeidsmigranten moeten ze lachen. Eschkenazy: „Help, de Bulgaren komen! En dan dank ik: wie dan? Nederland is duur. Alleen van dokters, verpleegsters, informatici en andere hoogopgeleiden kan ik me die stap voorstellen. We zijn geen Polen, hè? Bulgarije ligt duizend kilometer verderop.”

Petkova: „Als Bulgaren emigreren, gaan ze eerder naar een cultureel meer verwant, mediterraan land. Spanje of Italië bij voorbeeld.”

Eschkenazy: „Hoe dan ook: de normale vaklui, de Bulgaren zoals wij, daarvan heeft men in Nederland nauwelijks weet. Men vreest de Bulgaarse minderheden; de Roma, de Turken, die leven in armoe en analfabetisme. Politici kunnen hun stemmen kopen voor 10 euro, hetgeen dus ook op grote schaal gebeurt en – hoe treurig ook – de bestaande situatie in stand houdt.”

Petkova: „En toch… Het is zo’n prachtig land, iets van heimwee blijft altijd. Het is ook geen toeval dat we allebei in het groen wonen, hier in Nederland.”

Eschkenazy: „Ik vraag me soms af of Nederlanders zich de schoonheid van hun eigen land wel bewust zijn. Wij reizen voor onze concertjes het hele land door, tot in de kleinste uithoeken. Laatst nog hè, naar Beekbergen. De bossen, de hei, de rust. Nederland is onuitsprekelijk mooi.”