Column

De 12 signalen dat uw partner vreemdgaat

Ooit werkte ik bij opinieblad Paramaribo Post in Suriname. Mijn chef was een Duitser die bij Bild had gewerkt. Hij wilde graag sensatie in de koppen; inmiddels is het blad ter ziele.

Zijn hijgerigheid leek me ouderwets, een reliek uit de tijd van de straatverkoop. Maar de laatste jaren kom ik het weer vaak tegen. Bijvoorbeeld bij nieuwssites als BuzzFeed of de HuffingtonPost. Logisch, die media hebben geen abonnees en moeten leven van clicks. En dus gebruiken ze formules als: seks + gezondheid + zelfhulp + celebrity + buzzwoordje + Miley Cyrus. Het levert stukjes op die hun belofte niet inlossen.

‘8.236 schattige kattenplaatjes die je leven veranderen’.

‘De 12 signalen dat uw partner op de nieuwjaarsborrel vreemdgaat’.

Clickbait, heet dat: lokaas voor uw oogbal. Klikgerichte journalistiek. Kijkcijferschrijven. Ik haat het, het is afschuwelijk, het is de toekomst.

Want ook ouderwetse kranten tellen nu hun clicks. Facebook en Twitter hadden het kijkcijferdenken al bij kranten geïntroduceerd. En dankzij digitale edities kun je nu turven welke stukken worden gelezen, en welke niet. (Althans, welke worden aangeklikt, wat vaak iets anders is.)

Handig, want waarom iets afdrukken als niemand het leest? Maar ik word er enorm nerveus van. Krijg ik wel genoeg hits? Ben ik wel leuk genoeg? Wie ben ik? Kortom, de oeroude schoolpleinangsten.

‘Wie op de kijkcijfers let is een burgerlijke angsthaas’, schreef Gerrit Komrij. Als kijkcijfers de waarheid spraken, was Goede Tijden het summum. Dat weet iedereen, toch blijft dat kijkcijfermisverstand steeds opspelen.

Dat komt: cijfers zijn zo verleidelijk. Cijfers lijken namelijk objectief, terwijl je ze tegelijk kunt interpreteren zoals je uitkomt – daarom zweren managers bij cijfers.

Je hebt pas wat aan cijfers als je ze interpreteert, en zodra je ze interpreteert, zijn het geen cijfers meer, maar interpretaties. Dat verklaart waarom kwaliteit en kwantiteit – de woorden lijken ook zo op elkaar – vaak worden verwisseld, bij de tv, op kantoor, en ook in de wetenschap.

Neem de zelfplagiaatzaak rond professor Nijkamp. Schokkender dan dat plagiaat, vonden velen, was dat hij gemiddeld elke drie dagen een wetenschappelijk artikel publiceerde. Alsof hij eureka’s twitterde.

Je kan het hem moeilijk kwalijk nemen. Hij werkte nu eenmaal in een systeem waar een premie staat op kwantiteit, op aantallen publicaties en citaties. Met als gevolg dat er meer papers verschijnen dan God kan lezen. Een groot deel daarvan leest niemand. Vandaar de naam write only publication, als knipoog naar een read only document.

Zonde, inderdaad, om iets te publiceren dat niemand leest. Maar de belangrijkste vraag lijkt me: schrijf je wat je wil dat de mensen lezen? Of lees je wat de mensen willen dat je schrijft?

Maar wat intussen te doen?

Nieuwssite Upworthy probeert diepgaande verhalen te verkopen met de instrumenten van de sensatiepers. Diepgang die viral gaat, broccoli vermomd als suikerspin. Ik ga dat ook eens proberen, als experiment. Denk aan koppen boven deze column als: ‘Uitgelekt filmpje groepsseks Gordon mogelijk zelfplagiaat’. U krijgt bloedserieuze stukjes, dat beloof ik, maar eerst wil ik uw click.