Briljant, maar dit is ook een gemiste kans

Recensie //

Komedie

The Wolf of Wall Street. Regie: Martin Scorsese. Met: Leonardo DiCaprio, Margot Robbie, Jean Dujardin. In: 119 bioscopen.

4

Wie kijkt er niet graag naar drie uur ongeremde materiële begeerte, onmatig drugsgebruik, grenzeloos geld uitgeven en mooie blote meiden? The Wolf of Wall Street, gebaseerd op het leven van beursbedrieger Jordan Belfort in de jaren negentig van de vorige eeuw, overrompelt de toeschouwer en verveelt geen moment. De scène waarin Belfort (DiCaprio) zwaar onder de invloed van pillen op originele wijze zijn weg naar huis vindt, behoort als slapstick van de bovenste plank tot de hoogtepunten in het oeuvre van Scorsese. Ook de nobele sport van het dwergwerpen heeft na afloop geen geheimen meer.

Toch denk je na afloop: was dit alles?

The Wolf of Wall Street gaat, zoals meer films van Scorsese, over een schurk. Belfort verdiende zijn vele miljoenen als oprichter van een effectenkantoor dat stelselmatig met trucjes de koers van fondsen liet stijgen, totdat – meestal zwart – de commissie binnen was. Belfort is voor deze praktijken veroordeeld – hij zat slechts 22 maanden uit omdat hij zijn vroegere vrienden erbij lapte. Zijn grote kracht was zijn overredingskracht als verkoper. Inmiddels al jaren vrij, leeft hij nu van motivatiespeeches voor – volgens de film – zielige schlemielen die hopen ook rijk te zullen worden.

In Scorseses oeuvre – Goodfellas, Mean Streets, Casino – wemelt het van schurken. Die vallen soms aan ingewikkelde gevoelens ten prooi: jeugdfrustraties, spijt over het verraad van vrienden, teleurstelling in de liefde en ander ongeluk. Ook onbeheerst geweld maakt menselijk. Maar de hoofdpersoon van The Wolf of Wall Street is gespeend van gecompliceerde gevoelens die hem in de ogen van de toeschouwer interessant kunnen maken. Belforts wereld is plat en eendimensionaal: monomaan verkopen en kantoorfeesten die op een orgie uitlopen. Hoe het beursbedrog werkt, doet Scorsese niet uit de doeken: het gaat alleen om geld verdienen en uitgeven.

Dus gaan er kilo’s cocaïne doorheen, zakken vol verboden pillen, twintig prostituees per nacht, koffers zwart verdiende dollars die naar Zwitserland moeten. Maar waar is het detail dat ons enige empathie voor Belfort doet opvatten? Die blijft een vertegenwoordiger van een der minst meeslepende menstypen: de verkoper.

De film is in feite één lange clownsscène, over een milieu waarin geld maken en onmiddellijke behoeftebevrediging alle andere menselijke aspiraties hebben verdrongen. De film toont een platte wereld, en verlangt van de toeschouwer niet meer dan plat voyeurisme. Hopelijk is dat Scorseses bedoeling: het is wel een erg slechte wereld waarin zelfs de grootste schurken gespeend zijn van alles wat ze interessant kan maken. Soortgelijk gedrag van bankiers en andere geldmakers zou rond de crisis van 2008 de wereldeconomie aan de rand van de afgrond brengen – en dan meestal zonder strafrechtelijke gevolgen. Maar de film maakt die verbinding niet. The Wolf of Wall Street is een briljant uitgevoerd schelmenstuk in een recent, maar ongevaarlijk en vaag verleden. Daar is niets op tegen, maar het is ook een gemiste kans.

Raymond van den Boogaard