Achteruit voetballen – dat zou ik wel eens willen zien

Alles wat we zeggen of uitleggen moet ‘concreet’ zijn anders begrijpen we het niet. Onzin, zegt Coen Simon geen enkel concreet feit bestaat zonder abstractie.

illustratie Anne van Wieren

Een paar weken geleden hoorde ik ’s avonds op Radio 1 tijdens één van de vele eindejaarsgesprekken van 2013 een interview met onze Denker des Vaderlands, René Gude. Hij vertelde over zijn ongeneeslijke ziekte, over de dood, over voetbal, over stemmingmaken, over toekomstvoorspellen en over de Nederlandse economie. En dat allemaal in een half uurtje. Het was mij in die tijd nog niet eens gelukt om de keuken helemaal op te ruimen. Maar door de vragen van de journaliste bleef er rond het gesprek de stemming hangen dat er toch niet veel werd gezegd.

„Dit kun je dan bedenken, maar wat doe je dan met die gedachtes verder?”

„Hoe komt u tot uw Denker-des-Vaderlandsgedachten?”

„Kunt u dat concreet maken?”

„U bedoelt gewoon draagvlak eigenlijk?”

„Maar ik zei: ‘Maak het eens concreet... Kom op, let’s go!’”

We zouden nu natuurlijk kunnen concluderen dat er in een half uurtje zoveel kon gebeuren omdat de journaliste de denker met een pistool op het hoofd om concrete antwoorden vroeg, maar ik had het interessanter gevonden als hij tenminste één van zijn gedachten helemaal had kunnen ontrollen. Al was het maar om de luisteraar niet het onrustige gevoel te geven dat de gast in de studio om de hete brij heen draait.

‘Gewoon lekker concreet hè!’ Het zijn gevleugelde woorden van interviewers en regisseurs. Een televisiepresentator tipte mij eens vlak voordat we live gingen: „Je moet niet dénken.” Toen ik beduusd antwoordde dat ik niet voor niets filosoof was, schoten hij en de cameraman in de lach alsof ik een grap had gemaakt.

Om een klassieke media-ergernis van Louis van Gaal te parafraseren: ben ik nou degene die zo abstract is of zijn jullie zo concreet? Wie erop gaat letten, staat er versteld van hoe vaak er in discussiepanels en talkshows om ‘wees nou eens concreet’ wordt geroepen.

„Wat betekent dit concreet?”, hoorde ik op het journaal op Radio 1. „Ik bedoel hebt u daar ook echt cijfers van?” Precies. Cijfers, statistieken, dat is wat we onder concreet verstaan. En gevoelens, die vallen ook onder concreet. Daar ben je immers zelf bij. ‘Wat gaat er nu door je heen?’ Dan horen we dat iemand ‘geen woorden’ heeft voor zijn gouden medaille, of juist knap chagrijnig is omdat zijn elftal de hele wedstrijd achteruit voetbalde – wat ik overigens heel graag eens concreet zou zien gebeuren.

Een waarheid die op zichzelf staat

Wat uit deze voorbeelden valt af te lezen, is dat als we om ‘concreet’ vragen, we een eenduidig, onmiddellijk en tegelijk allesomvattend antwoord willen. Een waarheid die op zichzelf staat. Maar bestaat er zoiets? Niet volgens de Duitse filosoof Georg Wilhelm Friedrich Hegel (1770-1831). Hoe zuiver de waarheid ook wordt opgediend, ze moet altijd ook begrepen worden. Dus al lijken de feiten nog zo eenvoudig en objectief, ze bestaan alleen in de subjectieve ogen van de mens. We zijn volgens Hegel geneigd te denken dat we in staat zijn deze menselijke toevoeging aan de waarheid ‘van het resultaat af te trekken en zo het ware zuiver te krijgen’. Maar, schrijft de filosoof beeldend: ‘De vogel gevangen op een lijmstok is niet dezelfde als de vogel die vrij rondvliegt’.

Dit lijkt een abstracte kwestie, maar ik zal proberen te laten zien dat deze kwestie ook het alledaagse gebruik van het woord concreet niet ongemoeid laat. Het is in alle gevallen verschrikkelijk lastig om te zeggen wat precies concreet is. Want zelfs ‘dit’ stuk dat u ‘hier en nu’ al lezend voor u hebt, is hoe onmiddellijk en concreet die verwijzing ook moge zijn nog altijd niet te begrijpen als een geïsoleerd gegeven. Verwijs ik naar een met inkt bedrukt stuk papier of naar de gedachte die ik hier uitdruk? Of zelfs alleen naar dat wat u ervan snapt?

Volgens Hegel is ‘dit hier en nu’ dan ook helemaal niet concreet. Het is het abstracte begin van iets dat langzamerhand concreet kan worden door dat wat de mens er met zijn eigen verstand aan toevoegt. Want het verstand is de lijmstok waarmee de mens zijn waarheden vangt. En zelfs dan hebben we volgens Hegel de werkelijkheid nog steeds niet concreet voor ogen. Ook deze redelijke mens is immers net als ‘dit hier en nu’ waarnaar hij zit te kijken geen geïsoleerd wezen, maar bestaat in samenhang met zijn wereld en zijn cultuur. Wanneer wordt bij Hegel nu iets concreet? Nou, pas als een werkelijk feit in redelijkheid wordt ervaren.

Eromheen lopen

„Neem nu dit spreekgestoelte”, zeg ik weleens tijdens een lezing. Het lijkt de klassieke didactische truc van de filosoof die zijn abstracte betoog wanhopig concreet probeert te maken. En inderdaad zie ik ook altijd meteen de eerste rij glazig voor zich uit staren. Onverstoorbaar ga ik verder. „Van dit spreekgestoelte ziet u maar een deel. Sterker nog: het is helemaal niet mogelijk om dit spreekgestoelte in één blik in haar geheel te zien. We moeten eromheen lopen.” Nog steeds alleen glazige instemming – jaja, hij bedoelt zeker dat ieder zijn eigen waarheid heeft. „Realiseert u zich, dat deze waarheid niet alleen voor alle dingen om ons heen geldt, maar ook voor het bestaan zelf. Dat krijgen we ook nooit in zijn geheel te zien.” En dat is meestal het punt waarop de luisteraar de glans in zijn ogen terugkrijgt. Ik heb er geen enkel concreet feit aan toegevoegd, integendeel, ik heb alleen maar meer geabstraheerd en toch wordt dan pas de waarheid rondom dit spreekgestoelte concreet. En zo bestaat geen enkel concreet feit zonder de abstractie.

De vraag naar concrete feiten in de vorm van harde cijfers en warme gevoelens gaat maar al te vaak voorbij aan deze samenhang en vergeet gemakshalve dat zonder het medium geen waarheid bestaat. Daarmee worden details voor concrete kennis aangezien. Zoals bij de burgemeester van Maastricht Onno Hoes, die op een buitenechtelijke zoen met een jongeman werd betrapt. En eenmaal gevangen op de lijmstok van de media gaf Hoes toe dat er meer overspelige incidenten waren geweest. Werd het nieuws concreter van deze details? Nee, wat echt concreet is, is dat Hoes van de Raad mocht blijven. En die concrete werkelijkheid dankt Hoes aan de abstracte idee van de democratie, die de mens dwingt te handelen volgens de regels van het politieke spel.