Aardrijkskunde is geen Engels

Het lijkt of zo ongeveer alle Nederlanders het Engels machtig zijn. Maar als het erop aankomt, kunnen woordenschat, uitspraak en intonatie een verraderlijk struikelblok blijken. En dat is een probleem want wat in de middeleeuwen het Latijn was en tot in de 20ste eeuw het Frans, is nu onmiskenbaar het Engels: de lingua franca. Zie de uitlopers in de eigen taal. Waar men in de romans van Couperus nog geagaceerd was, zegt men nu don’t worry. Vroeger was die lingua franca onmisbaar voor wie actief was in diplomatie, wetenschap en handel. Nu, met de geglobaliseerde samenleving die ook nog eens drijft op het world wide web, wordt grondige kennis van het Engels voor iedereen noodzakelijk, zowel passief, actief als schriftelijk.

De staatssecretaris van Onderwijs, Dekker (VVD), springt hierop in met een experiment met tweetalig onderwijs. Komend schooljaar zal op twaalf basisscholen worden proefgedraaid met tweetalig onderwijs, half om half Engels en Nederlands voor alle vakken. In combinatie met een tweede experiment van 2015-2019 zou het een opmaat kunnen zijn naar 15 procent structureel onderwijs in het Engels op alle basisscholen.

Wat de experimenten opleveren moet worden afgewacht, terwijl de normering voor spreekvaardigheid, schrijfvaardigheid en luistervaardigheid nog volledig onduidelijk is. Maar zijn ze succesvol en wordt het Engels als tweede taal op alle basisscholen ingevoerd, dan heeft dat consequenties. Dan moeten alle zittende leerkrachten worden bijgeschoold. De pabo’s, al druk met het controleren of hun studenten naar behoren kunnen rekenen en spellen, moeten een programma ontwikkelen om hen te instrueren in het doceren in het Engels. Intussen mogen vakken als geschiedenis en aardrijkskunde geen verkapte taallessen worden. Hetzelfde geldt voor het rekenonderwijs, dat immers al erg talig is.

Wil een jong aangeleerde taal niet wegzakken, dan moet hij onderhouden worden. Ook het voortgezet onderwijs zal eraan moeten geloven, met fikse personele en organisatorische aanpassingen als gevolg.

Beheersing van het Engels is van groot belang voor alle Nederlandse kinderen en de scholen moeten daar iets mee. Dat staat buiten kijf. Maar het aangekondigde experiment wijst in een richting waarvoor het complete onderwijs overhoop zou moeten worden gehaald. In plaats van dit onbesuisde idee zou het ministerie ook kunnen inzetten op stevige uitbreiding van onderwijs van het Engels, zowel op de basis- als de middelbare school. Gelukkig pikt het gros van de schooljeugd al veel Engels op van tv-programma’s, films en muziek. Daarop inspelend kunnen specifiek geschoolde leerkrachten hen in intensieve leerprogramma’s opleiden tot wereldburgers die in staat zijn tot meer dan doen alsof ze zo goed Engels spreken.