Zoeken naar door nonnen gestolen zoon

Judi Dench als Philomena Lee, die in Amerika op zoek gaat naar de zoon die Ierse nonnen van haar afnamen in ‘Philomena’.

De nieuwe film van Stefen Frears, Philomena, gaat over één van de naar schatting 10.000 Ierse vrouwen die het overkwam. Philomena Lee was zo’n ongetrouwde meisje dat zwanger raakte, en door haar katholieke ouders naar een klooster werd gestuurd, waar ze moest werken in de wasserette: een zogenaamde ‘Magdalene Laundrie’. Zwaar werk, als straf voor de zonde van de vrouwen en zogenaamd als tegenprestatie voor de opvang van hun baby’s, die ze één uur per dag mochten zien.

De meisjes waren overgeleverd aan de grillen van moeder-overste en werden door de (vaak seksueel) gefrustreerde nonnen uitgebuit en vernederd. Elf jaar geleden maakte Peter Mullan er het aangrijpende The Magdalene Sisters over, een woedende, op feiten gebaseerde aanklacht tegen deze weinig fraaie kant van het katholicisme. Het duurde tot 2013 voordat de Ierse regering haar excuses aanbood voor deze praktijken, die tot ver in de jaren tachtig voortduurden.

Philomena is gebaseerd op The Lost Child of Philomena Lee (2009) van Martin Sixsmith. De film van Frears gaat vooral over hoe dit boek tot stand kwam. Frears begint met de introductie van Sixsmith (Steve Coogan), een oud-journalist die als voorlichter van Tony Blair betrokken raakte bij een politiek schandaal en aan het begin van de film nog steeds zijn wonden likt. Zijn scènes worden doorsneden met die van een oude vrouw (Judi Dench) die terugdenkt aan haar tijd, begin jaren vijftig, bij de nonnen. Ze verrast haar dochter met de mededeling dat „Anthony vandaag vijftig wordt”. Het lang weggestopte geheim moet toch gedeeld worden: haar in het klooster geboren zoon werd als driejarige voor 1.000 pond verkocht aan een welgesteld Amerikaans echtpaar.

De dochter ontmoet bij toeval Sixsmith en weet hem te overtuigen haar moeders verhaal op te tekenen. Eerst heeft hij geen zin - „ik doe geen human interest” - later raakt hij geïnteresseerd. De film gaat over hun gezamenlijke zoektocht naar Anthony, eerst in Ierland, waar de nonnen weinig coöperatief zijn, later in Amerika.

Frears en co-scenarist Coogan, die ook producent en initiatiefnemer van de verfilming was, gebruiken de conventies van komedies met ‘odd couples’ om dit zware verhaal van lucht te voorzien, en dat werkt uitstekend. Sixsmith is de cynische en atheïstische journalist, afgestudeerd aan Oxford, Philomena wordt neergezet als wat simpele en naïeve vrouw die ondanks alles nog steeds gelovig en vergevingsgezind is. Tijdens hun reizen vertelt ze Sixsmith uitgebreid over de plots van de boeketreeks-boekjes die ze leest en eigenlijk zou ze liever naar de platte komedie Big Momma’s House in haar hotelkamer kijken dan samen met Sixsmith naar het Lincolnmemorial in Washington gaan.

Maar toch steekt de gevatte man van de wereld iets op van Philomena’s waardigheid, menselijk inzicht en ontwapenende openhartigheid. Dat laatste levert een mooie scène op als ze hem vertelt over haar eerste keer: „Ik wist niet eens dat ik een clitoris had.” Als ze zegt dat ze wegzweefde van seksueel genot, onderstreept Frears dat door de camera ook een klein stukje te laten zweven.

Wat Philomena bovengemiddeld maakt is de subtiele wijze waarop de schaamte van Philomena over haar eenmalige zonde wordt gekoppeld aan haar volwassen zoon, een homoseksuele Republikein die werkte voor Reagan en Bush Sr. maar niet openlijk voor zijn seksuele geaardheid uit durfde te komen. Homoseksualiteit in de jaren tachtig was in die kringen net zo schandelijk als een ongetrouwd zwanger katholiek meisje in 1952. Schaamte en onderdrukking zijn van alle tijden en Philomena maakt voelbaar wat voor pijn hieruit voortkomt.