Walter Benjamin en Mickey Mouse: twee positieve barbaren

Mickey Mouse is terug – en wel in zijn allereerste gedaante. In de virtuoze korte film Get a Horse! is Mickey te zien in zwart-wit en in dezelfde stijl als bij zijn allereerste optredens in 1928, toen hij nog grotendeels uit simpele cirkels bestond. Langzaam transformeert hij in de cartoon naar de kleuren- en 3D-wereld van de hedendaagse animatie. De stem van Walt Disney, die de cartoons jarenlang insprak, is te horen in dit nieuwe retrofilmpje van regisseur Lauren MacMullan, een voorfilm bij Frozen, de Disneyhit die in de kerstvakantie volle zalen trok.

De vreugdevolle, anarchistische geest van de vroege Mickey Mouse-filmpjes is opmerkelijk. In zijn jonge jaren was Mickey nog niet de Joris Goedbloed die Donald Duck hard nodig had om voor leven in de brouwerij te zorgen. De eerste Mickey Mouse steekt zijn tong uit naar de volwassen wereld, kan zijn lichaam in elke gewenste vorm transformeren, en spaart niets of niemand bij zijn onbezonnen avonturen – zo is zijn omgang met (andere) dierent bepaald wreed.

Minder dan twee jaar na Mickeys debuut boog een van de scherpste geesten van de vorige eeuw zich over het verschijnsel. Dat blijkt uit een nagelaten notitie van de filosoof Walter Benjamin uit 1930 over een gesprek dat hij voerde over Mickey Mouse met twee vrienden: bankier Gustav Gluck en componist Kurt Weill. Benjamin noteerde: „Bezitsverhoudingen in de cartoons van Mickey Mouse: hier zien we voor het eerst dat het mogelijk is dat je arm, of zelfs je hele lichaam, van je wordt afgenomen.” En: „Mickey Mouse gooit de hele hiërarchie van de schepping omver, die ervan uit gaat dat de mens op de hoogste trede staat.” De hyperactieve wereld van de cartoons was volgens Benjamin een directe afspiegeling van de massamaatschappij tijdens die crisisjaren, en tegelijk een uitlaatklep voor opgehoopte sociale spanningen. In Mickey Mouse zag hij meer betekenis dan in veel actuele hoge kunst .

Ook in zijn fameuze essay Das Kunstwerk im Zeitalter seiner technischen Reproduzierbarkeit speelt Mickey Mouse een rolletje , tenminste in een vroege versie van het stuk: in een opmerkelijke passage omschrijft Benjamin de transformaties van de muis in de tekenwereld als de verbeelding van enorme mentale spanningen, die anders tot een collectieve psychose zouden kunnen leiden. In zijn nog altijd brisante essay signaleerde hij de fundamentele spanning tussen de opkomst van moderne techniek en massamedia, en de overgeleverde ideeën van kunst; actueler dan ooit in het tijdperk van internet.

Goedkope, massale reproductietechnieken ontdoen het kunstwerk volgens Benjamin van het magische en religieuze ‘aura’ dat kunst altijd had omgeven. Let wel: dat was een ontwikkeling die hij toejuichte. Van de burgerlijke kunstreligie van de 19de eeuw wilde Benjamin verlost zijn. Juist het ontbreken van mysterie trok hem aan in Mickey Mouse. Een „positieve barbaar” wilde Benjamin zijn, en in de muis zag hij een bondgenoot. Wie Get a Horse! ziet, kan zich daar opnieuw van alles bij voorstellen.