Waarom mannen vrouwen versieren met ‘hopeloze’ openingszinnen

Illustratie Sebe Emmelot

Vaak spreken mannen vrouwen zomaar op straat aan met openingszinnen waar ze niets mee bereiken. Wie zijn die mannen en waarom doen ze dit? Die vraag stelde internetredacteur Anouk van Kampen afgelopen zondag in een opiniestuk in NRC. Een bloemlezing van de reacties én wat wetenschappelijke context.

Vandaag gaat NRC Handelsblad uitgebreid in op het fenomeen straatversieren. In de krant worden onder meer een aantal wetenschappelijke onderzoeken aangehaald:

“Ik heb je hier rond zien lopen op de universiteit. Ik vind je heel aantrekkelijk. Ga je vanavond met me naar bed?” Die vraag kregen studenten te horen in een klassiek Amerikaans onderzoek van Russell Clark en Elaine Hatfield, uitgevoerd in 1978 en 1982 (Journal of Psychology and Human Sexuality, 1989). Ze werden op de campus van hun universiteit aangesproken door een aantrekkelijke begin-twintiger van het andere geslacht, iemand die ze helemaal niet kenden, en die stiekem een medewerker was van de wetenschap.

De resultaten? Geen vrouw die ‘ja’ zei. Maar tweederde tot driekwart van de mannen stemde wél toe. Sommige mannen vroegen of het ook meteen kon – waarom wachten tot de avond? Anderen verontschuldigden zich. Sorry, ik ben getrouwd; sorry, ik heb een vriendin.

In een recenter, Frans onderzoek (Archives of Sexual Behavior, 2009) accepteerde één van de dertig benaderde jonge vrouwen het aanbod van een jongeman – maar dan wel van een jongeman uit de groep ‘zeer aantrekkelijk’, niet uit de groep ‘gemiddeld aantrekkelijk’. En een Oostenrijks publiekstijdschrift dat het onderzoek minder wetenschappelijk overdeed, rapporteerde zelfs dat 6,1 procent van de benaderde vrouwen wel mee wilde voor seks (beschreven in Psychological Reports, 2005).

Conclusie:

“Om op Van Kampens vraag terug te komen – waarom stellen die mannen vrouwen die botte vragen – kunnen we kort zijn: seks. Kansloos zijn ze niet, wijzen de onderzoeken uit. Maar hun wanhopige pogingen zijn weinig efficiënt.”

Wat drijft de versierder?

Columnist Christiaan Weijts reageert vandaag in zijn column ook op het straatversieren:

“Dit weekend verwonderde Anouk van Kampen zich over al die mannen die haar op straat proberen te versieren, terwijl ze zouden moeten weten hoe kansloos dat is. Ik heb Anouk van Kampen voor zover ik weet nooit op straat proberen te versieren, maar in een vorig leven heb ik toch best eens incidenteel met relatief succes vrouwen aangesproken op een terras of in een museum.

Dat was overigens wel in Zuid-Europa, waar men de publieke ruimte veel meer als sociale ontmoetingsplek beschouwt. Mijn eerste vermoeden is dan ook dat Anouks straatversierders moeite hebben die dunne scheidslijn tussen publieke ruimte en ontmoetingsplek te zien. Waarom een terras wel en een tramhokje niet? Waarom ’s avonds laat op zoek naar een parkeergarage niet, en in een bibliotheek wel? Wat bijdraagt aan de verwarring: waarom op internet wel makkelijk contact en op straat niet?”

Ook stuurden veel mensen een e-mail naar Van Kampen. Een kleine selectie:

Ray Staller: ik heb indirect last van die mannen
Dan nu wat lezersreacties. De 65-jarige Ray Staller uit Linschoten nam de moeite om in een brief aan de krant zijn visie op het verhaal uiteen te zetten. Het verscheen gisteren in NRC Handelsblad:

“Ik ben niet een van die mannen die op straat vrouwen zouden willen versieren. Maar in indirecte zin heb ik wel last van dat soort mannen. Ik wil helemaal geen vrouwen versieren, maar ik ben wel af en toe onder de indruk van een bepaalde vrouw die ik bij toeval tegenkom: op straat, in het Concertgebouw, in de trein of in een kroeg. Het kost mij moeite om mijn enthousiasme in zo’n geval onder controle te houden. Ik wil mijn indruk kenbaar maken, net zoals na het zien van een prachtig schilderij of na het ondergaan van de vijfde symfonie van Mahler, om maar wat te noemen.

Meestal onderdruk ik de neiging iets te zeggen omdat ik besef tot die mannen te worden gerekend die in het artikel van Anouk van Kampen beschreven worden. Daar word ik droevig van. Ik ben nu 65 en heb misschien een keer of vijf iets opbeurends tegen een mij onbekende vrouw kunnen zeggen zonder opgepakt te worden, bij wijze van spreken. Eens per dertien jaar, een droevig gemiddelde. Van al die keren dat ik niks gezegd heb, heb ik eigenlijk nog steeds last. Zo’n mooie vrouw, en ik heb het niet kunnen laten weten!”

Robbert Zadel (gefingeerd): soms kan ik het niet laten

“Ik hoop dat de laatste zin van je artikel geen retorische vraag was… Ik ben soms zo’n man, 26 jaar, Nederlands. Het is in mijn geval interesse, in wie die schone (jonge)dame is. Ik ben verlegen, ik zou nooit direct iets zeggen. Wat het nog lastiger maakt is dat vrouwen van (onze?) leeftijd er vaak zo over lijken te denken als jij. Wat moet ik dan nog zeggen? Maar soms kan ik het niet laten, ze is té interessant. Vaak helpt het niet, maar dan heb ik het toch geprobeerd. Misschien ooit… en soms werkt het wel, raken we in gesprek. Meestal gebeurt het in de trein. Blijven we anoniem. Zien we elkaar nooit weer. Dit soort gesprekken maakt het proberen toch de moeite waard. Ik kan niet van te voren inschatten of ze wat terug wil zeggen, dat is geheel aan haar.”

Anoniem: ik sprak vrouwen aan met de bedoeling om seks te hebben

“Ik heb tijdens mijn laatste vakantie in Portugal vier vrouwen op straat (of eigenlijk, in een shopping mall) aangesproken, met de bedoeling om seks met één van hen te hebben. Als ik eerlijk ben. Hun reactie was afwijzend; dit is een tactiek die niet werkt. Ik denk niet dat ik het erg snel nogmaals zo zou aanpakken.

In Nederland heb ik dit nog nooit gedaan, en zou ik dit ook niet zo snel doen, denk ik. Dat durf ik niet. Op vakantie voel ik me veel vrijer en moediger. Waarom heb ik dit op deze manier geprobeerd? Ik ben ook best vaak uit geweest in Portugal, meestal alleen, soms met andere reizigers die ik daar ontmoette. Als ik in mijn eentje uitga, vind ik het eigenlijk tè spannend om een vrouw aan te spreken.

Ik denk dat sommige mannen, en misschien een groter percentage dan je zou verwachten, echt niet weet hoe met een vrouw in contact te komen op een manier zodat zij ook hèm wil leren kennen. Jonge mannen zullen het vaker niet durven om zomaar op een wildvreemde vrouw af te stappen, maar hoe ouder hij wordt, hoe meer hij die schroom van zich af gooit.”

Anoniem: ik deed een tijdje mijn gulp open

“Dit gedrag is volgens mij niet anders dan in een bar of disco. Gulp open doen heb ik een tijdje gedaan. Waarom? Voor de seks. Er is inderdaad weinig interesse bij de dames. Ik ben hiervoor een keer aangegeven en veroordeeld. Belachelijk. Wat vind jij hiervan?”

De vraag maakte ook online een hoop los. Inmiddels staan onder het opinieartikel van Van Kampen meer dan 180 reacties. Een klein overzicht van de meeste opvallende:

Reageerder JeshuaG: testosteronoverschot maakt overmoedig en brutaal

“Goed onderwerp, Anouk! Het blijft nodig om mannen met een testosteronprobleem – te weinig is niet goed, maar te veel ook niet – te laten weten dat het overgrote deel van de vrouwen helemaal niet gevleid is door hun seksueel getinte aandacht, er eerder een afkeer van heeft. Dat wil maar niet tot ze doordringen. En waarom niet, vraag je je dan af.

Testosteronoverschot maakt overmoedig en brutaal. Je gaat buiten de pistes skiën of je gaat wildvreemde vrouwen op straat aanklampen. Ze voelen zich een baas, dronken van een te hoog testosteronniveau. En dronken mensen hebben niet door hoe belachelijk ze zichzelf maken. Daar zijn ze immers te dronken voor. Als je vriendelijk doet tegen een man, ziet hij dat al gauw als een uitnodiging (“ze vindt me leuk!”, “ze flirt met me!” – hoezo hoge dunk van zichzelf?…).

Als je zakelijker bent, dan vinden ze je maar kil en afstandelijk. Die criteria hebben ze naar hun eigen sekse helemaal niet. Nigella Lawson liet in College Tour geïrriteerd weten, toen een collega haar flirterig vond: “A friendly manner does nót mean an invitation to men!” En zo is het!”

Tim Zwart: zou het leuk vinden als meisjes hoi tegen mij zeiden

“Ja, dat wil ik wel uitleggen. De schrik? Mja helaas, sommigen schrikken (een klein beetje). Ik ben geen pro die dat honderd van de honderd keren goed doet. resultaat? Sinds ik hiermee begonnen ben een jaartje terug en dit zo nu en dan doe: een zooi dates en een schat van een meid die ik nog steeds zie. Dankzij dit ben ik ontmaagd, al mijn veel frequentere avonturen in het nachtleven ten spijt. Het is leuk. Je wordt er spontaan van.

De positieve reacties die je altijd krijgt zijn sowieso leuk want je hebt iemand blij gemaakt. Ik begrijp de negatieve houding die sommige vrouwen geven niet (toegegeven: dat zijn er weinig). Ik neem aan dat de schrijfster een van hen is… het is interessant voor mij om inzicht te hebben in het hoofd van zo iemand. Ik zou het zelf leuk vinden als er meisjes op me af kwamen en me vertelden dat ik er leuk uit zie en even hoi tegen me moesten komen zeggen, zelfs al was ik getrouwd met het schattigste meisje ter wereld.”