Syrische oppositie verdeeld over deelname aan vredesconferentie

Ahmed al-Jarba, leider van de Syrische Nationale Coalitie, begin december. Foto Reuters / Jassin Mohammed

De vredesconferentie voor Syrië, die op 22 januari in Genève moet worden gehouden, heeft steeds minder kans van slagen. De Syrische Nationale Coalitie, een verbond van oppositiegroeperingen, ligt onderling overhoop. Een stemming over wel of geen deelname werd daarom gisteren uitgesteld.

De Syrische Nationale Coalitie wordt door het Westen gezien als de belangrijkste vertegenwoordiging van de politieke oppositie. Zowel de SNC als het regime van Assad zou op de 22e aanwezig moeten zijn om de conferentie een kans van slagen te geven.

Maar de in Istanbul bijeengekomen leden waren het gisteren onderling oneens over de voorwaarden waaronder Assad naar de top komt. Ze willen dat de president opstapt, terwijl die daar niets voor voelt en dit jaar zelfs weer mee wil doen aan de verkiezingen. Ook is er bij de SNC onvrede over de eigen leider, de jurist Ahmed al-Jarba, en de mogelijke deelname van Assads bondgenoot Iran aan de conferentie.

De SNC opereert vanuit het buitenland; in Syrië zelf woedt een gewapende strijd tussen regeringstroepen en talloze (al dan niet extremistische) rebellengroepen. Die willen van onderhandelingen sowieso niets weten.

Het plan van de SNC is nu om volgende week, een week voor de conferentie, te stemmen.