Vraag sporters niet naar hun mening

Eind deze maand beginnen de Winterspelen in Sotsji. Geerlof de Mooij doet een oproep aan de Nederlandse pers: houd sport en politiek nu al gescheiden.

Atlete Isinbajeva verdedigde de homowetgeving in Rusland. Foto Hollandse Hoogte

Maar liefst 41 sporters gaan Nederland vertegenwoordigen in Sotsji. Ze zijn voorbereid door het Olympisch Comité als ware het militairen die uitgezonden worden naar Afghanistan. Sotsji zal immers een mijnenveld blijken voor sporters die niet bij de les weten te blijven. Een afwijkende mening kan fataal worden voor iedereen. Want een rel kun je er niet bij hebben in aanloop naar de belangrijkste wedstrijd van je leven.

Vraag het aan de Russische atlete Isinbajeva. Zij was deze zomer het slachtoffer van een internationale rel. De polsstokhoogspringster trapte tijdens een persconferentie genadeloos in de val van een van de aanwezige journalisten. Hij vroeg haar naar haar mening over de rechten van homo’s in Rusland. Zij gaf haar mening. Die bleek controversieel. Gevolg: ze werd gelyncht door de internationale media, die haar bestempelde als „wereldvreemd” en „achterlijk”. Het is niet te hopen dat ‘onze’ sporters dit overkomt.

De Nederlandse sporters dragen een berg aan verantwoordelijkheid met zich mee richting Sotsji. Misschien wel te veel verantwoordelijkheid. Ze gaan naar Olympische Spelen die lijken veranderd in een politiek spektakel. Ineens ligt het hele nationale geweten op hun schouders. Ineens moeten zij een ‘statement afgeven’. Ze zullen wel denken: waarom wij altijd? Als er een G20 in Moskou is, hoor je bijna niemand over een ‘statement afgeven’ door niet te gaan. Bovendien werd Poetin hier vorig jaar met een bijna slaafs aandoende eerbied ontvangen in het kader van het Nederland-Ruslandjaar. Ja, Rutte zei dat hij bezorgd was: een statement dat vooral uitblonk in subtiliteit.

Even werd in Nederland gedacht aan het boycotten van de Spelen in Sotsji. Daar werd later weer van afgezien. Men was het ook eigenlijk nooit écht van plan. De Spelen zijn daarvoor van een te groot belang. En, zo zeiden de voorstanders, de Spelen in Sotsji vormen een uitgelezen mogelijkheid om kritiek te leveren op de situatie in Rusland. En dat doet Nederland graag: het grote Rusland de les lezen. Even het gevoel hebben belangrijk te zijn en goed voor het debat. ‘Onze’ sporters als uithangbord.

Boycot Spelen Rusland in ’80

Het boycotten van grote sportevenementen is niets nieuws. Een boycot uit politiek protest vond eerder plaats, onder meer in Rusland: tijdens de Olympische Spelen van 1980 in Moskou. Na de invasie van Afghanistan door Sovjet-Rusland een jaar eerder stelden de Verenigde Staten het land een ultimatum: als het zich niet binnen één maand terugtrok, zouden de VS niet meedoen aan de Zomerspelen van 1980 in Moskou. Dat gebeurde. Nederland nam weliswaar wel deel aan de Spelen, maar besloot zijn vlag en volkslied niet te gebruiken bij de prijsceremonies, om een signaal af te geven aan de Sovjet-Unie.

Er wordt hardop nagedacht over welk signaal ‘onze’ sporters nu moeten gaan afgeven in Sotsji. Een mini-gayparade in het Olympisch dorp, regenboogkleurige schaatspakken, sporters die elkaar na een behaalde medaille vol op de mond kussen. Gewoon, omdat het kan. Of beter: omdat het moet kunnen. Niets mooier dan een woeste mannenkus tussen Sven Kramer en Jorrit Bergsma na afloop van een weergaloos onderling duel op de 10 kilometer, nietwaar? Nee, niet waar. Onze sporters moeten niet gedwongen worden een signaal af te geven. Ze moeten zich kunnen richten op datgene waar ze goed in zijn en waar ze jaren voor hebben getraind, namelijk topsport bedrijven, en daarmee een topprestatie leveren.

Ik vrees echter dat ze er niet aan zullen ontkomen. Arme sporters die hijgend op een gammel bankje, na een zwaarbevochten overwinning, hun mening moeten geven over de rechten van homo’s in Rusland, van coaches die krampachtig proberen het juiste antwoord te geven op de vragen van journalisten die hun bloed al kunnen ruiken. Het zou niet zo moeten zijn. Sporters zouden gevraagd moeten worden naar hun sportieve prestatie, niet naar hun politieke overtuigingen. Daarom doe ik Nederlandse journalisten het volgende verzoek: houd politieke zaken gescheiden van sportieve.

Hé, wat heb je gegeten?

Vraag aan de sporters gewoon hoe ze zich voelen, wat ze verwachten van de Spelen, en bovendien, wat ze verwachten van zichzelf. Vraag ze wat ze er allemaal voor gedaan hebben om hier te komen. En gelaten. Vraag ze ook onbenullige dingen zoals hoe ze ’s nachts geslapen hebben of naar eetgewoonten. Deel in hun vreugde na een overwinning, een overwinning op de rest (en dus goud) of een op zichzelf. Vraag ze ook naar hun verdriet, na verlies op het moment suprême.

Vraag ze bovenal of ze alsjeblieft niet willen vergeten plezier te houden in datgene waar ze mee bezig zijn. Want het is uiteindelijk gewoon sport, en dat is nu juist wat sport zo mooi maakt: het is zo heerlijk onbelangrijk. De Olympische Spelen zijn ooit bedacht met als doel mensen te verbinden, niet uiteen te drijven. Laten we daarom straks in Sotsji twee weken lang samen genieten van mooie topsport. Dan kunnen we de volgende G20 in Moskou wellicht wel boycotten.