Column

Simone Naar de klote

‘Ik wil gewoon helemaal naar de klote gaan en dan mezelf opnieuw uitvinden.” Ruud is klaar voor Utopia, het nieuwste programma van John de Mol waarin vijftien deelnemers een jaar lang opgesloten zitten en vanuit het niets een nieuwe samenleving bouwen. Ruud heeft vettig, lang haar en een zwart elastiek om zijn hoofd, de stoere variant van een hippiebloemenkrans.

Terwijl zijn ouders een kist met proviand inpakken, gaat hij „even schijten”. Hij zegt het met de trots van een kleuter die net in de anale fase zit. De 24-jarige Ruud hoopt in Utopia volwassen te worden, want nu maakt hij er een puinhoop van. Hij ruimt zelfs zijn eigen kamer niet op, moeder doet dat voor hem. Zo YOLO’end en feestend, zonder verantwoordelijkheden, voelt zijn leven te licht: hij wil met zijn voeten de aarde in, zware modder moet zijn bestaan gewichtiger maken.

Misschien is het wat lullig om zo gemakzuchtig over Ruud te schrijven. Hij kan immers een jaar lang niets over zichzelf lezen en dus ook niet reageren, maar wie met mediamagnaat John de Mol in zee gaat, weet dat hij voor slachtofferschap tekent.

Utopia viert het soort vrijheid dat uit beperkingen bestaat. Het past bij de trend van onthouding en zelfdiscipline. Steeds meer mensen moeten het noodgedwongen met minder doen en zij die geen schaarste kennen, wíllen dat – misselijk aan mogelijkheden – alsnog. Als luxe en overdaad niet tot geluk leiden, moet bescheiden en simpel de oplossing zijn.

Hadden we daar eerst alleen het keurige Boer zoekt Vrouw voor, nu heeft die hang naar authenticiteit zich van een individueel verlangen uitgebreid tot een collectieve behoefte: de economische crisis vraagt om een structurele verandering en biedt een breuk met oude patronen, een fikse storm blaast de oude huid af. Het wantrouwen jegens mooie beloftes en glimmerij is gegroeid en een ground zero, een nulplaats waar geen luchtkastelen worden aangeprezen, is een kansrijk beginpunt om je eigen kracht te meten. Puur, oer en echt – daar moeten we naar terug.

Maar Utopia is geen ground zero, het is een zorgvuldig opgebouwd imperium. Het zijn programma’s als Big Brother die van authenticiteit een act hebben gemaakt en het privédomein uitholden tot een perverse publieke vertoning.

De deelnemers lijden aan een soort Stockholmsyndroom: ze zoeken heil bij de reality-tv waardoor ze ooit marionetten van hun eigen innerlijke camera’s zijn geraakt. Ze doen mee aan een show en zeggen „dit is geen spelletje”. Absurder moet het niet worden, maar in het Utopia van John de Mol kan alles altijd nog meer naar de klote – zolang de kijkcijfers meegroeien, zijn de grenzen rekbaar.

Op de achtergrond, terwijl de laatste deelnemer in tranen afscheid neemt, klinkt een vrolijk popliedje.

‘What doesn’t kill you makes you stronger.’