Column

Raadsleden genoeg

Zaten de gemeentegriffiers en politieke partijen zélf niet te slapen? In kleine gemeenten lukt het nauwelijks kandidaten te vinden voor de gemeenteraadsverkiezingen van maart. Je kon het dankzij Nieuwsuur, die 200 gemeentegriffiers enquêteerde, de afgelopen dagen overal horen.

Maar is dat werkelijk de schuld van de burger, die weer eens lui, dom, druk, egoïstisch of te statusgevoelig zou zijn? Wat deden gemeentegriffiers eraan, die volgens de functieomschrijving van hun Vereniging van Griffiers immers ‘de kwaliteit van het politieke besluitvormingsproces’ dienen te bewaken? Of de plaatselijke politieke partijen?

In het gemeentehuis van het Brabantse Waalwijk (47.000 inwoners) dronk ik gisteren koffie met griffier Guus Kocken en gemeenteraadslid Pieter den Hollander. Raadsadviseur Jeske Louer zat erbij. Samen bedachten ze al een jaar geleden een campagne om raadsleden te werven.

Guus Kocken, een zachtaardige man in een hemelsblauwe trui, was het type bemiddelaar. Niet iemand die kritiek op collega’s geeft – en die gaf hij dan ook niet. Ik had hem een dag eerder zelf gevraagd hoeveel nieuwe kandidaten de lokale partijen op hun kieslijst voor maart hadden dankzij de Waalwijkse ‘opwekkingscampagne’, zoals Kocken het bijna religieus noemde. Hij wist het nog niet, de lijsten waren net zo’n beetje af. Maar hij had ’s avonds iedereen gebeld, en het resultaat verblufte hem zelf eigenlijk ook enigszins. De gemeenteraad van Waalwijk telt 29 zetels. De campagne ‘Wij willen JOU’ leverde hier 17 nieuwe kandidaat-raadsleden op.

Hoe was dat gelukt? Het pijnlijke antwoord voor andere gemeenten: vrij simpel. Het voornaamste was op tijd beginnen, zei Kocken: een jaar tevoren dus. Pieter den Hollander, oud-journalist met communicatiebureau, ontwierp posters, waarmee alle vuilniswagens rondreden. En paginagrote advertenties voor Weekblad Waalwijk, waarin jonge mensen te zien waren en teksten als ‘Je kunt aan de knoppen draaien’ en ‘Je kunt scoren’. Zittende raadsleden deelden ‘Wij willen JOU’- flyers uit bij bushaltes. Afspraak was dat niemand tijdens deze campagne over eigen fracties zou beginnen. Dat kon op de informatieavond in april, toen alle lokale partijen een kraampje kregen in de hal van het gemeentehuis. Ze verwachtten 30 belangstellenden. Er kwamen er 100.

Er was een filmpje over het functioneren van gemeenteraden, discussie en iedere fractie mocht zichzelf in 1 minuut verkopen. Daarna speeddaten tussen de belangstellenden en de verschillende partijen. Duur was het ook niet: de wervingscampagne kostte 3.500 euro en de avond zelf 2.000 euro. Vakblad Binnenlands Bestuur wijdde nog een artikel aan het succes. Kocken: „Nul reactie uit andere gemeenten.”

En wat kreeg raadslid Pieter den Hollander voor alle moeite? Die werd in november door zijn partij D66 op een onverkiesbare plaats op de lijst gezet. Sindsdien vormt hij uit protest een wat bittere eenmansfractie, die de komende verkiezingen naar verwachting niet zal overleven. Al die moeite, zei ik, en dan ben je er straks zelf niet bij. „Hartstikke zuur”, zei hij.

Het probleem van gemeenten leek me niet de burger, maar de bestuurscultuur. „Dat denk ik ook”, zei gemeentegriffier Kocken. „Ik zeg altijd: je moet bukken om iets op te rapen.”