Losgeslagen protegé van Le Beauvoir

Wat Jean Genet was voor Jean-Paul Sartre, was schrijfster Violette Leduc voor Simone de Beauvoir. Pure lichamelijkheid, aardse ongeremdheid en wanhopige bravoure versus ascese en geest. Regisseur Martin Provost ontrukt Leduc in Violette aan de vergetelheid. Met haar romans L’asphyxie en Ravage schreef zij vanaf de jaren veertig over alles waarover De Beauvoir theoretiseerde: abortus, (bi)seksualiteit, vrouwelijkheid. Waarom De Beauvoir zich als beschermvrouwe van Leduc opwierp, is bijna een onderwerp voor een aparte film. Provost laat zien hoe de impulsieve Leduc zich aan haar voeten werpt en al haar gemis aan moederliefde en seksuele frustratie op haar projecteert. Als Leduc in een psychiatrische kliniek behandeld wordt, zegt De Beauvoir dat vriendschap met Leduc onmogelijk is: het is een plicht. Het maakt de biopic niet minder overtuigend, integendeel. Violette werkt een voetnoot bij het existentialisme indringend om tot een verhaal dat de voorloopster van de ‘autofictie’ met veel flair rehabiliteert.

Dana Linssen