Klaag bij de wetgever, niet bij McDonald’s

Laat fastfoodketens zich concentreren op winst. Val ze niet lastig met ethiek, houd ze gewoon aan de wet, meent Martijn Katan.

illustratie angel boligan

McDonald’s adviseert zijn eigen werknemers om geen fastfood te eten. Dat bericht haalde rond de Kerst alle kranten. Het suggereerde dat McDonald’s zijn personeel aanspoorde minder hamburgers te eten zodat ze gezond bleven en meer hamburgers aan anderen konden verkopen. Was dat waar? En los daarvan: wat voor verantwoordelijkheid hebben fastfoodketens voor onze gezondheid?

Eerst het nieuwsbericht. McDonald’s had een personeelssite met adviezen over financiën, vakanties, gezondheid etc. Die site maakten ze niet zelf, dat deed een externe firma. Die had er onder meer een gezondheidsencyclopedie op gezet. Onder de H van hart stonden daarin adviezen over aspirine, roomboter, afvallen, hoge bloeddruk, hartoperaties, en ook dat salades gezonder zijn dan hamburgers. Niets bijzonders, maar voor McDonald’s niet zo handig. Kennelijk had hun PR-afdeling deze site nooit gecheckt, en nu was het te laat. Het nieuws leidde tot verontwaardiging over McDonald’s en tot leedvermaak over hoe ze in hun hemd stonden. Nieuwsconsumenten lezen dit soort berichten graag, maar de strekking ervan klopte niet. De bazen van McDonald’s waren klunzig geweest maar niet huichelachtig of perfide.

Intussen blijft de vraag overeind hoe McDonald’s omgaat met onze gezondheid. Fastfood zit listig in elkaar. Uit onschuldige grondstoffen zoals vlees, brood, aardappelen en olie wordt een menu samengesteld dat veel consumenten moeilijk kunnen weerstaan. Het eten is zo zacht als peutervoeding en toch stevig van beet, en de combinatie van zout, vet, calorieën en suiker maakt dat je blijft eten. Het is bovendien goedkoop en gemakkelijk, je pakt het aan via je autoraampje en eet het met één hand terwijl je met de andere stuurt. Geen wonder dat je er dik van wordt.

McDonald’s betoogt dat ze het beste met ons voorhebben en dat ze gezonde salades verkopen en halfvolle biologische melk, maar veel vraag is daar niet naar. Er komen elk jaar vijf McDonald’s restaurants bij waar mensen zich dik kunnen eten aan cheeseburgers, cola en friet, want daar zit de winst in. Omzet en winst gaan voor alles. Dat geldt voor alle levensmiddelenbedrijven. Coca-Cola suggereert dat je niet dik wordt van frisdrank als je maar lacht en danst, Unilever suggereert dat zijn sterolmargarine de kans op een hartinfarct verlaagt terwijl dat niet echt is bewezen, de zuivelindustrie beweert dat je afvalt van zuivel en de brouwers maken jonge vrouwen wijs dat bier goed is voor het hart. Daar word ik echt kwaad van, want jonge vrouwen krijgen zelden hartinfarcten maar lopen wel risico op borstkanker, en alcohol vergroot dat risico.

Het Kennisinstituut Bier levert wetenschappelijke ondersteuning voor de heilzame werking van bier. Het werd ruim drie jaar geleden geopend door de directeur-generaal van Economische Zaken, en ik heb hem daar toen in het openbaar verwijten over gemaakt. Zinloos natuurlijk, maar ik kon mijn verontwaardiging niet inhouden. De overheid moet geen praatjes verspreiden dat bier gezond is en van de professors die het Bierinstituut besturen had ik ook meer verwacht. Maar de directeur van Heineken, die erbij was en alles had betaald, heb ik geen verwijten gemaakt. Ik verwijt Heineken niets en andere industrieën ook niet. De directeur van een bedrijf moet totaal gefocust zijn op geld verdienen, anders gaat hij failliet en staan zijn mensen op straat. Als de wet het toestaat om bier gezond te noemen mag Heineken daar gebruik van maken.

Soms is het voor de omzet en de winst gunstig om producten echt gezonder te maken. Toen ontdekt werd dat transvet ongezond was verwijderde Unilever het transvet uit al hun producten; een kostbare operatie, maar op den duur waren ze er beter mee af. Soms is het voordeliger om het product hetzelfde te laten en de middelen te stoppen in PR over hoe maatschappelijk verantwoord het bedrijf bezig is. Producenten van primaire producten zoals melk of bier kunnen weinig anders. Moet Heineken soms sla gaan verkopen?

Ondernemers verkopen ongezonde producten omdat hun klanten erom vragen en de wet het toelaat. Het helpt niet om ze dat te verwijten; als wij McDonald’s willen inperken dan moeten we dat regelen in de wet. Verbied marketing gericht op kinderen, met name marketing via sociale media of websites. Beperk het aantal fastfoodrestaurants. Verplicht fastfoodketens om te vertellen hoe dik je wordt van hun producten. Als dat wet wordt zal McDonald’s zich eraan houden, net als ze zich nu houden aan de regels voor veiligheid van voedsel.

We moeten de problemen rond ongezonde voeding niet bij de industrie neerleggen maar bij onze vertegenwoordigers in de gemeenteraad, de Tweede Kamer en het Europees Parlement. Dat werkt; dankzij EU-regels zijn misleidende gezondheidsclaims over voeding sinds kort verdwenen uit de supermarkt.

Er is veel mis met ons eten. Als u dat ook vindt moet u niet over bedrijven klagen, want die zitten vastgeketend aan hun winstdoel als een galeislaaf aan zijn roeiriem. U moet gaan stemmen en vertegenwoordigers kiezen die er iets aan doen.