Irak bombardeert terroristen om steden te heroveren

Bij een luchtaanval van de Iraakse regering in het westen van het land zijn gisteren 25 aan Al-Qaeda gelieerde militanten gedood. Dat heeft een Iraakse defensiewoordvoerder bekendgemaakt. Met de luchtaanval zou een operationeel centrum van de extremisten zijn geraakt in een buitenwijk van de stad Ramadi, honderd kilometer ten westen van Bagdad.

De luchtaanval is deel van het tegenoffensief van het Iraakse leger om de steden Ramadi en Falluja in het hart van Irak terug te veroveren op aan Al-Qaeda gelieerde militanten. De terreurgroep Islamitische Staat van Irak en de Levant (ISIS) heeft sinds afgelopen week een deel van de provincie Anbar, waar Ramadi de hoofdstad van is, onder controle.

Het is de grootste bedreiging van de regering van premier Nouri Al-Maliki sinds het vertrek van het Amerikaanse leger eind 2011. Sinds vorig jaar neemt de terreur door sunnitische terreurgroepen zoals ISIS toe, met bomaanslagen in verschillende steden. Vorig jaar vielen in Irak bijna 9.000 doden door geweld, het hoogste aantal sinds 2007. Het geweld tussen sunnieten en shi’ieten wordt aangewakkerd doordat de sunnitische minderheid zich gemarginaliseerd voelt door de regering, die wordt gedomineerd door shi’ieten.

Het Iraakse leger heeft wel steun van enkele sunnitische stammen in de provincie Anbar. Bewoners van Falluja proberen de stad nu te ontvluchten, uit angst voor de gevechten. Twee burgers zouden al zijn omgekomen. (AP, Reuters)