In handomdraai wordt slome snorder een snelle scooterrijder

Een snorscooter is al bijna een bromscooter. Met een paar kleine ingrepen verdubbel je zowat de topsnelheid.

Het opvoeren van een snorscooter is een simpele zaak. Dat komt doordat snorscooters vrijwel identiek zijn aan de snellere bromscooters, op een paar essentiële onderdelen na. Montage van die brommeronderdelen verhoogt de topsnelheid van de snorscooter van 25 naar 45 kilometer per uur. Ze zijn overal te koop en spullen om nóg harder te rijden, worden op internet volop aangeboden.

Traditionele middelen om de topsnelheid te begrenzen, zijn een iets geknepen uitlaat en een kleinere carburateur. Het is niet eens altijd nodig een andere uitlaat of carburateur te monteren. In de uitlaat zit soms een vernauwing die er gemakkelijk is uit te tikken, en hetzelfde geldt voor de carburateur. Verwijderen van die vernauwingen laat de snorscooter harder, en vaak ook soepeler en schoner lopen.

Tegenwoordig worden meestal twee andere methoden van snelheidsbegrenzing toegepast, en beide zijn vrij gemakkelijk ongedaan te maken.

De eerste is een ingreep in de transmissie. Vrijwel alle scooters zijn voorzien van een automatische versnelling, de zogeheten vario. Die werkt met een V-riem die het draaien van de motor overbrengt naar de koppeling. Aan de motorkant draait de riem over een snaarschijf die van diameter kan veranderen: hoe harder de motor loopt, des te groter de diameter van de schijf, en des te hoger de snelheid van de scooter. Op de snorscooter wordt de maximale diameter van die schijf begrensd door een simpel ringetje. Demonteren van die ‘varioring’ brengt de snorscooter weer op bromniveau. Op YouTube staan filmpjes die tonen hoe dat moet, maar meestal doet de verkoper het wel even voordat de snorscooter wordt afgeleverd.

Een tweede methode om de snelheid te beperken, verloopt via de begrenzing van het maximale toerental. Dat gebeurt in een zwart doosje dat het hart is van het ontstekingssysteem: de Capacitive Discharge Ignition (CDI). Die van een snorscooter zorgt ervoor dat de bougie een maximumaantal keren per minuut kan vonken, zodat de motor bijvoorbeeld niet meer dan 4.000 toeren kan maken. Montage van de ‘ontgrensde’ CDI uit de brommervariant brengt dat maximum op een hoger niveau en ook dat is een klusje dat bij aflevering vaak wordt geklaard. Voor een paar tientjes zijn CDI’s verkrijgbaar die nog hogere toerentallen en snelheden mogelijk maken.

Het aantrekkelijke van CDI-ontgrenzing is dat zij ook snel ongedaan kan worden gemaakt. De snorscooteraar die een politiefuik inrijdt, kan met een verborgen schakelaartje of een stekkertje dat hij uit een contactje trekt de CDI laten terugvallen op de begrensde functie, of de CDI zo ontregelen dat het felle scootertje in een pruttelende koffiemolen verandert. De test op de rollenbank wordt dan glansrijk doorstaan en als twee kruispunten verder het stekkertje weer in het contactje wordt gestopt, is de slome snorder weer een snelle scooteraar.