Het Venduehuis in Den Haag wil hogerop

Het Venduehuis in Den Haag wil gaten vullen die Sotheby’s en Christie’s op de Nederlandse markt laten vallen. Antiek en curiosa moeten plaatsmaken voor dure schilderijen en design.

Foto’s Arend Velsink

Het heeft wel iets weg van bingo: de sfeer bij de veilingen die het Venduehuis der Notarisen in Den Haag organiseert. Het publiek bestaat voornamelijk uit oudere bezoekers. Ze zijn gekomen in de hoop iets te winnen: een mooi schilderij voor een prikkie. Er zitten kunsthandelaren in de zaal die hun handelsvoorraad willen aanvullen. Maar ook particuliere kunstliefhebbers die hopen op die éne vondst, en voor wie zo’n dagje naar de veiling ook vertier is.

Het Venduehuis in Den Haag is ruim 200 jaar oud. Het werd in 1812 opgericht nadat Napoleon de Lage Landen had ingelijfd en de Franse wetgeving werd ingevoerd. Vanaf toen moesten alle openbare verkopingen plaatsvinden ten overstaan van een notaris.

Nog steeds is het Venduehuis, als een van de weinige in zijn soort, eigendom van de Vereniging der Notarissen in Den Haag. Er worden nog steeds complete inboedels geveild. Het veilinghuis organiseert daarvoor elke maand één à twee veilingen. Maar inmiddels kunnen ook particulieren schilderijen, antiek en andere goederen inbrengen om te laten verkopen.

Hoogtepunt in het veilingseizoen van het Venduehuis vormen sinds jaar en dag de grote voor- en najaarsveilingen van kunst en antiek, waarop ook internationale klanten afkomen. In de andere maanden zijn er kleinere veilingen, waarbij het prijsniveau een stuk lager ligt. Zo werden in december twaalfhonderd stuks kunst en antiek geveild. Het merendeel ging onder de hamer voor een paar honderd euro. Het meeste geld bracht een achttiende-eeuws aardewerken tegeltableau op (3.800 euro), het minste een bloemstilleven uit de jaren vijftig (10 euro).

De prijzen voor antiek staan onder druk, en daarmee ook de inkomsten van het Venduehuis. Daarom werd drie jaar geleden een nieuwe directeur aangetrokken, Tim Erpenbeek de Wolff, die het veilinghuis nieuw elan moest brengen. Hij wilde een nieuwe weg inslaan door minder tijd te besteden aan het veilen van goedkope schilderijen en meer te focussen op kwaliteit. „Een stuk van tien euro moet voor we het kunnen veilen ook door onze specialisten worden bekeken, beschreven, gefotografeerd en opgeslagen”, zegt hij. „Dat kost meer geld dan het oplevert.”

Het Venduehuis kan het gat vullen dat is ontstaan doordat de grote veilinghuizen zich terugtrekken van de Nederlandse markt, meent Erpenbeek. Sotheby’s Amsterdam fungeert sinds eind 2011 alleen nog als innamekantoor voor kunstwerken die in Londen of Parijs worden geveild. En Christie’s Amsterdam veilt sinds afgelopen zomer geen antiek, zilver, porselein, juwelen, horloges of wijn meer, maar beperkt zich nog uitsluitend tot beeldende kunst, vooral schilderkunst. En dan alleen de duurdere schilderijen.

Erpenbeek spoort de medewerkers aan op zoek te gaan naar al die goederen waarin Christie’s en Sotheby’s niet langer geïnteresseerd zijn. Hij voerde een reorganisatie uit waarbij niet alleen personeel verdween, maar ook nieuwe deskundigheid in huis werd gehaald. Zo werkt juwelenexpert Daniel Girod van Christie’s nu ook voor het Venduehuis. „Hij heeft een andere mindset”, zegt Erpenbeek. „Hij wil naar buiten, op zoek naar veilingwaar. Dat was hier nooit de gewoonte, men wachtte vooral af wat er door de notarissen en andere klanten werd binnengebracht.”

Een andere verandering was het invoeren van online veilen. Alle veilingen van het Venduehuis zijn nu live via internet te volgen, en de veilingen van antiek, schilderijen in het goedkopere segment en curiosa vanaf dit jaar zelfs alléén nog maar.

Erpenbeek verwacht meer bieders, hogere opbrengsten en lagere kosten. „Zo’n 30 procent van de veilingstukken wordt via internet verkocht”, zegt hij. „Dat zal alleen maar meer worden. Ik verwacht dat binnen twee tot drie jaar alle veilinghuizen op deze manier zullen gaan veilen.”

Om de aandacht van een breder en jonger publiek te trekken, organiseerde Erpenbeek in 2012, ter gelegenheid van het 200-jarig bestaan van het Venduehuis, voor het eerst een grote designveiling. Veertien bekende ontwerpers maakten voor de gelegenheid een bijzondere stoel. De opbrengsten gingen naar goede doelen die de ontwerpers zelf mochten uitkiezen.

„Voor negentiende-eeuws meubilair bestaat steeds minder belangstelling, dus moeten we onze focus verleggen”, zet Erpenbeek. „Ik hoop dat het Venduehuis nog vaker dit soort veilingen zal doen.”

Zelf zal hij dat niet meer meemaken, want hij vertrekt per 1 februari. „Mijn taak zit er hier op. Ik laat een organisatie achter die is klaargestoomd voor de toekomst.”