Het kan nét dat duwtje in de rug zijn

Werkgevers krijgen in 2014 korting als ze werkloze jongeren aannemen. Gaat dat helpen tegen jeugdwerkloosheid?

Er is sinds vorige week een nieuwe regeling tegen jeugdwerkloosheid: als je als werkgever iemand tussen de 18 en 26 jaar aanneemt die in de WW zit, krijg je twee jaar lang een premiekorting van 3.500 euro. Robbert Coenmans (28) voorzitter van FNV Jong: „Jeugdwerkloosheid is twee keer zo hoog als reguliere werkloosheid.”

Gaat de nieuwe regel helpen tegen jeugdwerkloosheid?

Coenmans: „Het kan nét dat duwtje in de rug zijn voor werkgevers. Al moet de jongere voor deze regeling wel in de bijstand of WW zitten, en dat is typisch iets wat voor jongeren niet snel het geval is. Bijstand vragen is een hele stap, daar hangt nog schaamte omheen.”

Wanneer ben je als jongere werkloos?

„Officieel als je tussen de 15 en 25 jaar bent en voor minimaal 12 uur een baan zoekt. Dat percentage lag in 2013 rond de 16 procent, een dieptepunt.”

Je zou juist denken dat jongeren goedkoop zijn.

„Maar ze zijn ook onervaren. Het is moeilijk om zonder werkervaring of netwerk aan een baan te komen, een baan wordt in 80 procent van de gevallen via via gevonden. En áls jongeren al een baan hebben, is dat vaak een flexibel of tijdelijk contract.

„Daarbij is het aantal banen beperkt. Afgestudeerden blijven in hun bijbaantjes hangen omdat ze geen startersbaan kunnen vinden.”

Wordt het beter in 2014?

„Nederland heeft veel aandacht voor jeugdwerkloosheid in vergelijking met andere landen. Gemeenten hebben afgelopen jaar regionale actieplannen geschreven, zoals de creatie van leerwerkplekken of mentors voor jonge werkzoekenden. Maar dat zijn allemaal tijdelijke plannen, zodra er geen geld meer voor is houdt het weer op.”

Wat zou structureel moeten veranderen?

„De opleiding moet beter afstemmen op wat het bedrijfsleven nodig heeft. Gelukkig komen bedrijven zelf ook in actie: Schiphol is naar een ROC gegaan en heeft precies verteld wat ze verwachten van de leerlingen om ze aan te kunnen nemen. Dat kan gaan om bepaalde vaardigheden, maar ook om erop te wijzen dat stages niet allemaal gelijktijdig moeten lopen, zodat ze door het jaar heen meer stagiairs een plek kunnen geven. Zulke initiatieven moeten we vaker hebben.”