Gedonder in het dorp

Schrijver Anton Dautzenberg leest boeken van uitgeverij Fata Morgana. Vandaag Ronald Gipharts Operette, waarin het operettegenre naar de romankunst wordt getransponeerd.

Covers van de fictieve uitgeverij Fata Morgana bij de rubriek ‘Dautzenberg leest’ (ontworpen door Robert Buizer)

Ronald Giphart leek een tragisch geval te worden. Na een reeks uiterst succesvolle romans – de bestsellers brachten roem, geld en een gelukkig gezin – vergaloppeerde hij zich. Giphart ging koken. Want koken was hip.

In lucratieve columns deed Giph verslag van zijn keukenprinspret. Zijn literaire gewicht nam af, zijn Body Mass Index maakte een tegenovergestelde beweging. Ook begon hij columns te schrijven over zijn kroost – dat kostte hem opnieuw een aantal sporten op de literaire ladder.

Het leek niet meer goed te komen met de voormalige angry young man. Hij liep stage in een ziekenhuis (trendy), waarvan hij verslag deed in een graphic novel (trendy) – het werd géén succes. Hij probeerde samen met de lezers van de Volkskrant (waarom, in godsnaam?) een roman te componeren – het werd géén succes. Het grote publiek had blijkbaar genoeg van zijn behaagzucht.

Gelukkig maakte Giphart tijdig rapport met zijn artistieke zelf en schreef een roman waarin hij eindelijk weer eens zijn ziel en zaligheid stopte. En het moet gezegd: Operette is niets minder dan een méésterwerk.

Het verhaal speelt zich af in het conservatieve Tirol. Adam is een werkloze jongeman die smoorverliefd is op de postbode Chris. Om hem te verleiden, vangt hij verschillende soorten vogels en stopt die in zelfgetimmerde kooitjes. Hij leert ze de prachtigste melodieën. Zijn vogelkoor posteert hij op een morgen voor het slaapkamerraam van de postbode. Het hemelse gezang werkt: Chris wordt verliefd op Adam.

De dorpsgenoten accepteren het liefdespaar echter niet. Dat leidt tot emotionele taferelen, door Giphart meesterlijk opgetekend. Zonder de plot te verraden: twee professoren en een excentrieke baron mengen zich in de strijd. De laatste is een amateurornitholoog en heeft veel aanzien in de regio. Bovendien heeft hij invloedrijke vrienden in het naburige (minder conservatieve) Italië. Hop, gedonder in het dorp.

Giphart stuwt de ogenschijnlijk banale handeling naar het allerhoogste niveau, door het operettegenre te transponeren naar de romankunst. De aria’s, duetten, terzetten en – vooral – de ensembles krijgen een werkelijk sublieme literaire uitwerking.

De meerstemmigheid van de personages verwijst niet alleen naar het verleidende vogelkoor, maar illustreert tegelijkertijd de existentiële eenzaamheid van de (in conventies opgesloten) behaagzuchtige mens. Niet alleen uiterst knap gedaan, maar bovenal ontroerend. Een werkelijk verbluffende prestatie.

En dan de gedurfde setting: een dorp in Tirol. Een regio die niet bepaald bekendstaat om zijn vrijzinnige opvattingen. Het is rechts-nationalisme wat de klok slaat. Een subtiele verwijzing naar ons kikkerlandje, waar het populisme kwaakt? Het dorp verandert in elk geval langzaam van karakter, van frivool naar openspattende modderbubbels en boerende tochtgaten. Een operette hóéft niet langer goed af te lopen.

Tirol. Pars pro toto én totum pro parte. Giph keert via het hooggebergte in de Alpen terug naar de Königspitze in de literatuur. Een curieuze U-bocht, zeker, maar wel een uiterst effectieve.

Natuurlijk zullen er mensen zijn die zeggen: Tirolerfeesten zijn een hype in ons land, Giphart probeert mee te liften op die populariteit. Ja, het volk trekt graag een Lederhose of Dirndl aan – of allebei tegelijk – en zuipt bier uit ‘traditionele’ pullen. Maar literatuurliefhebbers doen niet mee aan die Rizzi bi Rizzi ba Rizzi bumm. Ook dát is het punt dat Ronald Giphart wil maken: hij rekent daarmee impliciet af met zijn eigen opportunisme.

Met Operette schreef Giph zijn magnum opus. Punt. Nee, uitroepteken.