Fluitketel Wilders

Trots pronkt de omslag van het eerste nummer van The Economist van 2014 op de website van Geert Wilders. Met Nigel Farage van de UK Independence Party en Marine le Pen van het Franse Front National dobbert de PVV-leider op zee in een theepot. Hun partijen zijn door het Britse opinieweekblad uitgeroepen tot de Europese

Trots pronkt de omslag van het eerste nummer van The Economist van 2014 op de website van Geert Wilders. Met Nigel Farage van de UK Independence Party en Marine le Pen van het Franse Front National dobbert de PVV-leider op zee in een theepot. Hun partijen zijn door het Britse opinieweekblad uitgeroepen tot de Europese Tea Parties. Mooie oogst, voor Wilders. Weer een stel foute vrienden erbij, volgens de politieke goegemeente. Eerst al de antisemieten van het FN en de Oostenrijkse FPÖ, en de homohaters van het Vlaams Belang. En nu ook nog de Amerikaanse anti-overheidsfanaten van de Tea Party, meester-saboteurs in de fnuikende polarisatie in Washington.

Met nieuwe tegenstellingen komen nieuwe verhoudingen, dat is normaal

De Tea Party-vergelijking is lastig voor Le Pen, want haar kiezers zijn Fransen. Die geloven van huis uit wel in de staat en niet in Amerikanen. Maar Wilders staat er mooi bij als kapitein op de theepot. Dit bevestigt zijn status als rebel, een licht exotische outsider, én als internationale ster. De enige uit Den Haag. Hij hoeft de verschillen met de Tea Party niet uit te leggen. The Economist doet het werk voor hem. Ja, natuurlijk gaat hij zand strooien in de Europese machine, zoals de Tea Party Washington heeft verlamd. Goed gezien!

In het echt zit in de vergelijking van Wilders met de Tea Party veel romantisering. Hij heeft contacten bij de Tea Party, maar niet veel. Er is stijlverwantschap. Ook Wilders scheldt graag, en houdt van anti-elitedenken en heftige vijandbeelden. Maar de Tea Party is niet erg vatbaar gebleken voor Wilders’ grootste angst, voor de islam. En Wilders heeft weer niets tegen de grootste vijand van de Tea Party, de overheid. Voor de aanpak van problemen kijkt hij juist naar de staat, wetten en verboden. Aan sociale voorzieningen als de WW en pensioenen wil hij niet tornen. Alleen voor wie de Europese Unie beschouwt als een (federale) staat, lijkt Wilders wel wat op een anti-overheidsideoloog. Maar de EU is geen staat. De Verenigde Staten van Europa bestaan niet.

We gaan dit in de komende maanden vaker zien: fluitketel Wilders als mysterie dat ook over de grens intrigeert. Het kan ertoe bijdragen dat de Europese verkiezingen de lokale overschaduwen. Wilders kan ze spectaculair maken. Maar het zou onzinnig zijn om hem als theater weg te wuiven, tegelijk met de dramatische vergelijkingen en onheilsvoorspellingen over Europese nationaal-populisten. Het geloof in Europese samenwerking, van economische beleid tot milieu en veiligheid, is een van de grote politieke kwesties van nu. Wat je er ook van vindt, de PVV biedt met zijn anti-Europese nationalisme een van de hoofdsmaken, naast de anti-liberale SP en het pro-Europese Grote Politieke Midden.

Over het Grote Politieke Midden gesproken. Er wordt wel geklaagd over verdwenen politieke tegenstellingen. Dit weekeinde verlangde de econoom Lex Hoogduin in Het Financieele Dagblad terug naar „de heldere structuur met basisideologieën van conservatisme, liberalisme en sociaal-democratie”. Maar op de terugkeer van de twintigste eeuw kunnen we lang wachten. De grote tegenstellingen liggen niet meer tussen ‘wereldbeelden’ van VVD, PvdA en CDA. Met D66 en ook wel GroenLinks vormen zij nu het Grote Politieke Midden.

Ze zijn het eens over het hoofddoel: een op de Europese Unie en de internationale markt gericht land waarin van burgers en ondernemers zelfredzaamheid en solidariteit wordt verwacht, met een betaalbare overheid als facilitator. De verschillen gaan vooral over maatvoering (eerlijk delen, zegt Samsom) of de manier om dit doel te bereiken (sneller de overheid verkleinen, zegt Buma). Samen vormen deze partijen nog de grootste stroming, maar de luxe onderling te strijden om de electorale winst, smelt weg. Bij Europese verkiezingen is dat risico het grootst: daar hoeven PVV en SP niet meer te zijn dan anti-partijen om succes te boeken. Bestuurlijke verantwoordelijkheid staat niet op het spel.