Dit ging vooraf aan Scheffers drama

De driedelige documentaireserie Land van Aankomst biedt prachtig archiefmateriaal over immigratie. Paul Scheffer, een van de makers, is beducht voor uitgesproken taal bij de beelden.

Mannen uit Jamaica komen aan in Londen, 1948. Onder:Spanjaarden op weg naar Nederland, 1969.

Jonge mannen en vrouwen van Afrikaanse afkomst komen met hun kinderen van de loopplank de kade op. Een Britse verteller begeleidt de zwartwit-beelden met gedragen stem: „Het is een zielig gezicht”, zegt hij, „maar deze mensen uit het Caraïbisch gebied vragen geen medelijden van ons. Alleen respect. Omdat alle mensen vrij en gelijk zijn geboren, met dezelfde waardheid en rechten.” Daarop stelt hij een vraag om zelf antwoord te geven: „Ligt de oplossing van hun problemen in Engeland of in de Caraïben? Als we diep genoeg graven, vinden we de oplossing misschien in ons eigen geweten.”

De historische beeldfragmenten uit het eerste deel van de driedelige documentaire Land van Aankomst bevatten vaker uitgesproken opvattingen van verslaggevers. Ze willen de kijker graag vertellen wat die moet vinden over immigratie. Zo zien we Jaap van Meekren in Marokko; hij weet precies wat er aan de hand is.

Dit in tegenstelling tot de teksten die niet bij de fragmenten horen, maar die essayist en hoogleraar Europese studies Paul Scheffer aan de beelden heeft toegevoegd. „De één zegt…” Om dat te laten volgen door: „De ander zegt…” Zelfs als Scheffer beweert dat er „geen einde komt aan de verwarring” voegt hij het woordje „lijkt” toe; alsof hij zelfs op zo’n ongevaarlijke bewering niet wil worden vastgepind.

Die omzichtigheid is opvallend omdat Scheffer in 2000 opzien baarde met een scherp essay in deze krant. Daarin beweerde hij dat „het multiculturele drama” de „grootste bedreiging voor de maatschappelijke vrede” is. „Onder het mom van tolerantie” worden hele generaties „afgeschreven”. In 2007 volgde zijn boek Het land van aankomst, en nu is er dan de documentaire van IKON en NTR, die volgens de makers Scheffer en René Roelofs op het boek is gebaseerd.

Daar zie je weinig van. Wat je wel ziet, is een prachtige collage van archiefbeelden die de kijker in staat stelt zelf zinvol na te denken over een geschiedenis die zich onder zijn eigen neus heeft afgespeeld. Indrukwekkend zijn ondermeer de beelden van keuringsessies in het land van vertrek: de gastarbeiders staan in de rij om als werkpaard te fungeren, maar eerst zullen Nederlandse artsen en ambtenaren hun in de bek kijken. Even sterk zijn beelden van keurig geklede Italiaanse immigranten die, in het land van aankomst, vol heimwee en bij gebrek aan vrouwen maar met elkaar dansen.

Van de verwarring waar Scheffer over spreekt, blijkt bij de geïnterviewden in de fragmenten overigens weinig. Een Caraïbische immigrant in Londen, net van de boot: „Als ik werk en ik ben niet lui, krijg ik hier een goed leven.” Een autochtone Rotterdammer, geïnterviewd in de jaren zeventig, laat zien dat zo makkelijk niet zou worden: „Ze hoeven van mij niet dood. Maar wel terug.”