Alleen maar een beetje Engels praten is niet genoeg

Ministerie experimenteert met tweetalig basisonderwijs

Het is goed als basisscholen jonge kinderen Engelse les geven. Maar alleen een beetje Engels praten is niet genoeg. Het moet wel vooraf duidelijk zijn wat de leerlingen uiteindelijk in groep acht precies moeten kunnen. Alleen dan kunnen middelbare scholen goed inspringen op de niveauverschillen van de kinderen, zegt hoogleraar tweetalig onderwijs Rick de Graaff van de Universiteit Utrecht.

Hij reageert op het nieuws dat staatssecretaris Sander Dekker van onderwijs vanmorgen bekendmaakte: twaalf basisscholen zullen komend schooljaar mee doen aan een proef met volledig tweetalig onderwijs. Leerlingen krijgen vanaf de kleuterschool maximaal de helft van hun lestijd instructie in het Engels. „Nederlandse kinderen zullen hun brood later verdienen in een wereld waarin het meer dan ooit van belang is dat ze naast Nederlands ook goed Engels spreken”, liet Dekker weten. „Juist als ze jong zijn pikken ze taal met speels gemak op. Jong geleerd is in dit geval daadwerkelijk oud gedaan.”

Onderzoek

Dat klopt. Uitgebreid vergelijkend onderzoek in diverse landen toont aan dat kinderen die er intensief les in krijgen een tweede taal goed oppikken, vertelt hoogleraar De Graaff. En dat er geen negatieve gevolgen zijn voor de moedertaal of andere vakken. „Of dat ook voor Nederland geldt, zullen we op de voet moeten volgen.”

Even terug naar de niveauverschillen. Zo’n duizend basisscholen in Nederland geven al vroeg Engelse les aan hun leerlingen. Sommige doen dat vanaf groep 1 of 5, de meeste pas vanaf groep 7. Om te zorgen dat de kinderen straks een goede aansluiting vinden op de middelbare school, pleit hoogleraar De Graaff ervoor dat in de zogeheten kerndoelen die het ministerie voor de basisschool opstelt, nauwkeurig wordt omschreven wat er precies aan Engels geleerd moet worden. „Doen ze dat niet, dan loop je het risico dat scholieren zich gaan vervelen. Daarmee doe je de voorsprong teniet. En het is ook niet goed voor de motivatie van de leerlingen.”

Pabo’s

Tweetalig onderwijs betekent ook dat leerkrachten goed Engels moeten kunnen doceren. Dat is nog een lastig punt: uit onderzoek van Cito blijkt dat 59 procent van de leerkrachten geen Engels heeft gehad tijdens hun pabo-opleiding.

Volgens De Graaff spelen wel steeds meer pabo’s in op de tweetaligheid en bieden zij extra keuzevakken Engels. „Maar als op elke basisschool straks Engels als tweede taal wordt gegeven, dan moeten de lerarenopleidingen wel een inhaalslag maken.”

Zover is het nog niet. Het ministerie wil in 2015 nog eens acht scholen laten meedoen aan het experiment, dat tot 2019 duurt. Daarna wordt gekeken hoe succesvol de proef is geweest en of er een vervolg aan moet worden gegeven.

Dekker werkt nog aan een wetsvoorstel om alle basisscholen de mogelijkheid te geven vanaf groep 1 15 procent van de tijd (ongeveer vier uur per week) Engels, Frans of Duits te gebruiken als instructietaal.