Zonder bronvermelding

De VU-econoom Peter Nijkamp publiceert in moordend tempo wetenschappelijke artikelen. Dat lukt hem doordat hij zich niet erg bekommert om de academische regels voor het hergebruik van teksten.

Illustratie Hajo

Econoom Peter Nijkamp is het boegbeeld van de Vrije Universiteit. Collega’s kijken jaloers naar zijn niet te stuiten stroom publicaties. Hij staat al jaren nummer 1 op de wereldranglijst van economische veelpubliceerders. In 2011, op zijn 65ste, beleeft deze ontvanger van de Spinozapremie zijn topjaar, als hij maar liefst één artikel per drie dagen publiceert.

Iedereen wil meeliften op het succes van de altijd strak geklede man uit het gereformeerde dorp Dalfsen. In binnen- en buitenland wordt hij veevuldig gevraagd als co-auteur. Maar al die teksten moeten toch ook geschreven worden. Dat doet Nijkamp onder meer door het niet zo nauw te nemen met de academische regels voor hergebruik van teksten, bronvermelding en aanhalingstekens, zo blijkt uit een steekproef die NRC Handelsblad nam uit het oeuvre van Nijkamp.

Half december 2013 neemt rector magnificus Frank van der Duyn Schouten de lift naar de achtste verdieping van het hoofdgebouw van de Vrije Universiteit. Hij hoopt de aanhoudende onrust op de afdeling Ruimtelijke Economie over de zaak-Kourtit te kunnen bezweren. Dat dossier baart hem zorgen sinds zijn aanstelling aan de VU in mei 2013, als opvolger van de na een bestuurscrisis opgestapte rector Lex Bouter.

Er was die maand een anonieme klacht binnengekomen bij Ombudsman Wetenschappelijke Integriteit Peter Hollander. Er zou sprake zijn van plagiaat in het proefschrift The New Urban World van econome Karima Kourtit, een promovenda van universiteitshoogleraar Peter Nijkamp. De rector kent Nijkamp sinds 1973, toen hij zelf als econometrist kwam werken aan de VU. Ook in zijn latere carrière is hij hem blijven tegenkomen, recent nog in de jury van de Reijer Hooykaasprijs voor geloof en wetenschap en bij een gezamenlijke workshop over de kwaliteit van proefschriften.

De plagiaatklacht was zo ernstig dat Van der Duyn Schouten op advies van de ombudsman een onderzoekscommissie instelde. Daarin zaten emeritus VU-hoogleraar psychologie Pieter Drenth (oud-KNAW-president) en de VU-hoogleraren economie Jan Willem Gunning en Hester van Herk. Van der Duyn Schouten gaf in deze periode ook de officiële opdracht aan de commissie-Baud, die fraudebeschuldigingen aan het adres van VU-antropoloog Mart Bax moest onderzoeken. Dat was een op het oog veel ingewikkelder zaak, maar toch had de commissie-Baud het rapport al eind september 2013 af.

Over de zaak-Kourtit meldt de VU pas op 1 november 2013 in een summier persbericht dat Kourtit alsnog mag promoveren na herstel van „geconstateerde tekortkomingen” in haar proefschrift over de creativiteit, diversiteit en attractiviteit van moderne steden. „Om geen twijfel te laten bestaan over de beoordeling van het herziene manuscript hebben de promotor en de copromotoren besloten zich terug te trekken.” Dat zijn de hoogleraren Nijkamp, Masurel en Rietveld.

Vergeleken met de zaak-Bax is de VU opvallend zwijgzaam. Economie-decaan Harmen Verbruggen meldt in interviews dat het rapport-Drenth niet openbaar wordt gemaakt en dat hij geen nadere mededelingen kan doen over de „geconstateerde tekortkomingen”. Van der Duyn Schouten corrigeert de decaan later en zegt dat de VU een samenvatting van het rapport zal publiceren na het verstrijken van de beroepstermijn bij het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit. Voorafgaand aan deze publicatie gaat de rector op 11 december 2013 dus naar de achtste verdieping om de medewerkers van Ruimtelijke Economie in te lichten. Ze kunnen hem vragen stellen en ook Kourtit en Nijkamp zijn aanwezig.

Voor de afwezigen stuurt de rector zijn relaas in de week daarna ook nog eens per e-mail (in bezit van deze krant). Van der Duyn Schouten meldt daarin dat de belangrijkste conclusie van de commissie-Drenth is „dat het proefschrift tekortkomingen bevatte wat betreft precieze en ordentelijke verwijzingen naar oorspronkelijke bronnen, vooral eerdere publicaties van de promovenda en haar co-auteurs”. Hij herhaalt wat op 1 november al in het persbericht stond, namelijk dat Kourtit deze tekortkomingen mag herstellen en de nieuwe versie mag voorleggen aan een nieuwe promotiecommissie. Hij rept met geen woord over Nijkamps rol als co-auteur van vrijwel alle hoofdstukken van het proefschrift. De rector laat weten „geen aanleiding” te zien om het complete rapport openbaar te maken. Wat moet er per se geheim blijven uit dat rapport?

Zonder bronverwijzing

Op 19 december verschijnt de samenvatting op de VSNU-site. Deze blijkt explosieve informatie te bevatten, die Van der Duyn Schouten slechts vaag heeft aangestipt bij zijn bezoek en in zijn e-mail aan de afdeling. Een al eerder in een tijdschrift gepubliceerd hoofdstuk van Kourtits proefschrift bevat volgens de samenvatting geen verwijzingen naar bijdragen van deelnemers aan een workshop. Een opzienbarender mededeling is dat in twee andere hoofdstukken teksten zijn aangetroffen „die overeenkomen met eerder verschenen teksten, ook van anderen dan de promovendus”. Nijkamp en Kourtit hebben volgens de geanonimiseerde samenvatting aangevoerd dat dit „zelfcitaties” zijn. Nijkamp heeft passages uit een artikel dat hij eerder met ‘wetenschapper B.’ heeft gepubliceerd, zonder B.’s naam te vermelden opgenomen in een artikel dat hij met Kourtit publiceerde. Vervolgens heeft Kourtit dit artikel met Nijkamp, opnieuw zonder bronvermelding, opgenomen in haar proefschrift.

Nijkamp en Kourtit zijn van mening dat zulk hergebruik van teksten is toegestaan. Maar de commissie keurt de werkwijze af aangezien de bijdrage van de andere wetenschapper aan het proefschrift zo onvermeld is gebleven, net als de naam van het werk waarin het eerder is verschenen. „De commissie is van mening dat in alle gevallen van hergebruik van eigen teksten (zelfcitatie) een verwijzing naar de oorspronkelijke bron ter plekke opgenomen dient te worden. De commissie bestempelt deze vorm van incorrecte bronvermelding, conform de geldende regels, als plagiaat.” De commissie oordeelt dat deze onjuiste werkwijze „wellicht het gevolg is van onvoldoende kennis van de geldende regels” en vindt dat Kourtit de kans moet krijgen de tekortkomingen te herstellen. Bij afblazen van de promotie zou de VU de vergoeding van 90.000 euro voor een voltooid proefschrift mislopen.

Een immens oeuvre

Nijkamps opvattingen doen de vraag rijzen of zijn immense oeuvre van 1.036 artikelen en boeken meer voorbeelden van dergelijk (zelf)plagiaat bevat. NRC Handelsblad vraagt Van der Duyn Schouten daarom kort voor het Kerstreces of de VU Nijkamps werk zal doorlichten. De rector laat weten: „De VU zal geen onderzoek instellen naar mogelijk hergebruik van eigen teksten door Nijkamp, omdat we daartoe geen aanleiding zien.”

Van der Duyn Schouten stuurt een bestand mee dat moet bewijzen dat Kourtit en Nijkamp intussen hun werk hebben gecorrigeerd in een artikel dat in 2011 is verschenen in International Journal of Business and Globalization (IJBG) (hoofdstuk 7 in het proefschrift). Deze herziene versie – die volgens de rector inmiddels is gepubliceerd, al zegt de redactie desgevraagd van niets te weten – maakt inderdaad duidelijk welke bronnen onvermeld zijn gebleven. Googelen van de bewuste tekstblokken laat echter zien dat het plagiaatprobleem in de herziene versie niet is opgelost: er staan geen aanhalingstekens bij zinnen die in identieke vorm te vinden zijn in de gebruikte bronnen. Ook blijken nog steeds niet alle aangehaalde bronnen te zijn vermeld.

Er komen zinnen in voor uit een researchpaper dat Nijkamp in 2007 publiceerde met als eerste auteur de Turkse econome Tüzin Baycan-Levent, zonder verwijzing naar die bron. Een groot deel van dat artikel publiceerde hij in 2010 met Baycan tevens in het boek The Sustainability of Cultural Diversity, en ook daar verwijst het proefschrift niet naar. Baycan (mogelijk wetenschapper B. uit de samenvatting) reageert niet op e-mails met vragen. Nijkamp en Kourtit zwijgen al sinds de start van de zaak, op advies van de VU. Ze willen evenmin reageren op vragen van deze krant.

Het IJBG-artikel (hoofdstuk 7) biedt ruim inzicht in de tekstrecycling van Nijkamp en zijn co-auteurs. Googelen van daarin drie zonder aanhalingstekens gekopieerde zinnen van de econoom Dustman leidt naar een artikel dat Nijkamp in 2012 (zonder Kourtit) publiceerde in Review of Economic Analysis. Dit artikel bevat dezelfde drie gekopieerde zinnen van Dustman, zonder verwijzing naar diens artikel of naar het IJBG-artikel van Kourtit/Nijkamp uit 2011. Het artikel bevat voorts (weer zonder bronvermelding) een tekstblokje van econoom Strutt, dat Kourtit/Nijkamp, zonder bronvermelding, kopieerden in IJBG. Deze uitglijders leveren het eerste bewijs dat het problematische gebruik van teksten niet beperkt blijft tot het proefschrift van Kourtit, maar ook voorkomt in ander werk van Nijkamp.

Verdere steekproeven van deze krant leveren nog meer onregelmatigheden op, zoals kan worden nagelezen op nrc.nl. De totale oogst is zes keer plagiaat en acht keer zelfplagiaat. De proefschriften van Mediha Sahin en John Steenbruggen, met veel hoofdstukken waarvan Nijkamp co-auteur is, bevatten diverse tekstblokken uit artikelen die Nijkamp eerder alleen of met anderen publiceerde in andere bladen, steeds zonder verwijzing. Ook staan er tekstblokken in die zonder afdoende bronvermelding, letterlijk en zonder aanhalingstekens zijn overgenomen uit artikelen van anderen. Zowel Sahin als Steenbruggen zien desgevraagd af van een reactie.

Hoogleraar Erik Verhoef, hoofd van de afdeling Ruimtelijke Economie, hoort op van Nijkamps hergebruik van een groot deel van een door hen samen in 2004 gepubliceerd artikel. Dat heeft Nijkamp daarna nóg twee keer uitgemolken, zonder verwijzing naar de eerste publicatie en zonder de naam van eerste auteur Verhoef erbij. Verhoef zegt dat Nijkamp wel zelf het door hem hergebruikte deel van de tekst heeft geschreven in 2004. „Dus het is niet zo dat ik mij als eerste auteur gepasseerd zou voelen. Maar dat is natuurlijk maar één aspect van de zaak”, meldt hij diplomatiek.

Na ruggespraak met de nieuwe voorzitter van het College van Bestuur Jaap Winter (opvolger van de per 1 december vertrokken René Smit) laat Van der Duyn Schouten weten dat deze vondsten voor het college aanleiding zijn om „zich nader over deze zaak te beraden”.

Peter Nijkamp (nu 67) is vanaf 1 januari 2014 nog één dag in de week hoogleraar aan de VU. Nu het jaar nog maar net is begonnen heeft hij alweer zes publicaties op zijn naam staan, met verschillende co-auteurs. Maar hoe verdiend is zijn positie als meest publicerende econoom ter wereld als deze mede tot stand is gekomen door heimelijk tekstblokken te recyclen en ook tekstblokjes te kopiëren van anderen zonder afdoende bronvermelding? Zouden redacties zijn artikelen ook hebben geaccepteerd als ze ervan op de hoogte waren geweest dat Nijkamp een deel van zijn werk hergebruikt?

Het wachten is nu op het besluit van het College van Bestuur van de VU. De zaak doet denken aan de affaire rond Ulrich Lichtenthaler, hoogleraar management en organisatie aan de Universiteit van Mannheim. Hij schudde de afgelopen tien jaar de ene na de andere publicatie uit zijn mouw en gold als een van de sterren in zijn vak. Tot begin 2012 een groep wetenschappers twijfels kreeg over zijn werk en diverse voorbeelden van zelfplagiaat ontdekte. Intussen zijn diverse artikelen van Lichtenthaler teruggetrokken uit de wetenschappelijke literatuur, ook inverband met statistische onregelmatigheden waarvoor bij Nijkamp overigens geen aanwijzingen zijn. Een Duitse krant trok de conclusie: „Carrières die te mooi lijken om waar te zijn, zijn ook vaak te mooi om waar te zijn.”