Wie vult het gat dat de banken achterlaten?

De aandelen en obligaties kun je nog steeds kopen, al is voedings- en zetmeelconcern Koninklijke Scholten Honig (KSH) in 1978 ingestort. Een grote buitenlandse investering nekte het concern, dat in Nederland 3.400 werknemers had. Maar de effecten van KSH staan, op Marktplaats bijvoorbeeld, voor verzamelaars nog steeds ‘genoteerd’.

Het onverwachte bankroet joeg verzekeraars en pensioenfondsen de stuipen op het lijf. Hun ogenschijnlijk zorgeloze miljoenenleningen aan bedrijven bleken opeens een hoofdpijndossier. Kregen zij bij bankroet hun geld wel terug?

De ondergang van KSH was een waterscheiding in de financiering van het bedrijfsleven. De banken die KSH geld hadden geleend, bleken hun positie wél zeker te hebben gesteld. Zij hadden aparte afdelingen die wankele klanten ‘bewaakten’ en tijdig extra zekerheden eisten als garantie voor terugbetaling van hun leningen. Verzekeraars en pensioenfondsen hadden dat niet. Zij trokken zich vervolgens terug als rechtstreekse leningverschaffers aan bedrijven. Banken namen die rol over en leden kolossale kredietverliezen in de zware economische crisis van begin jaren tachtig.

Banken zijn sinds dertig jaar een onmisbare factor in de financiering van het bedrijfsleven. In het midden- en kleinbedrijf geven zij 80 procent van de kredieten. Alleen grote concerns kunnen serieuze alternatieve geldbronnen aanboren, zoals uitgifte van obligaties.

Toen kwam in 2008 de kredietcrisis. Niet de bedrijven bleken een bron van stroppen, maar de banken. Zij trapten op de rem. Krediet ging op rantsoen. Pardoes opende zich een gapend gat in de financiering van ondernemingen.

Wie neemt (een deel van) hun werk over? Eerst het slechte nieuws. Het kabinetsplan om banken meer lucht te geven doordat zij woninghypotheken verkopen, verzandt. Dat zagen we gisteren in deel 1 van dit drieluik over financiële infrastructuur. Meer slecht nieuws: verzekeraars en pensioenfondsen hebben wél 1.400 miljard euro, maar niet de kennis en administratie om honderdduizenden grote en kleine bedrijven leningen te geven.

Nu het goede nieuws. Minister Henk Kamp (Economische Zaken, VVD) noemde zichzelf vorig jaar „geen man van grote woorden”, maar hij blijkt grootmeester in het verzinnen, afdwingen én in ontvangst nemen van praktische nieuwe oplossingen voor bedrijfsfinanciering.

Geldgiganten, rijke ondernemers én de overheid komen over de brug. Een voorbeeld is Ondernemend Oranje Kapitaal, het afscheidscadeau van Jan Hommen vorig jaar als topman van ING. Het ondernemende investeringsfonds biedt geld én coaching.

Verzekeraars pakken uit. Delta Lloyd heeft een apart fonds gevormd voor leningen met meer risico (en dus hoger rendement) aan grotere bedrijven. Verder steken diverse verzekeraars en twee pensioenbeheerders na overleg met het kabinet samen ruim 200 miljoen in een financieringsfonds voor het midden- en kleinbedrijf. Daarvan stroomt 30 miljoen door naar een aparte club, genaamd Qredits, dat al vijf jaar microkredieten verstrekt. Eerst maximaal 50.000 euro per stuk, nu 150.000. Minister Kamp steekt ook 30 miljoen in de groei van Qredits.

Het kabinet kiest voor een rol als dirigent en als neutrale beambte die vooral garanties geeft aan andere financiers. Dat is politiek correct liberalisme, maar dat kan in twee opzichten effectiever. Ten eerste: als het misgaat bij een krediet met een garantie betaalt de overheid, maar bij succes krijgt de staat weinig of niks extra. Daarom is een investeringsfonds dat geld uitleent en bij succes z’n geld met rente terugkrijgt en opnieuw kan uitlenen altijd de betere oplossing. Dat is cradle to cradle in de financiële infrastructuur. Van grondstof naar eindproduct en terug naar grondstof.

De tweede manier waarop overheidsgeld effectiever werkt? Schep diversiteit en meer keuzes. Hoe? Morgen deel 3.

Dit is deel twee over de financiële infrastructuur. Koop het complete drieluik voor 99 cent op ebooks.nrc.nl