Vitens strandt op Jordaanoever

Waterbedrijf Vitens wilde samenwerken met het Israëlische staatsbedrijf Mekorot. Het belandde in „een krampachtige politieke situatie” en liet het plan varen. Wat ging er mis?

In de Israëlische nederzettingen (linkerfoto) is water in overvloed, terwijl de Palestijnen (rechts) het met veel minder moeten doen. Foto's Noor

Toen Vitens, het grootste drinkwaterbedrijf van Nederland, zich in november voornam samen te werken met het Israëlische waterbedrijf Mekorot, had het nog geen idee van de politieke stormen die dit zou ontketenen, noch van de penibele situatie ter plekke.

In de droge Jordaanvallei staat een blauwwitte pomp van Mekorot te ronken achter hekken met prikkeldraad. Tachtig procent van al het grondwater dat hier, in bezet Palestijns gebied, wordt opgepompt, gaat naar Israël en zijn nederzettingen. Die ogen als oases: het zijn strakke groene vlakjes vol gewassen, zwembaden van kolonisten, een krokodillenvijver voor toeristen.

Naast de pomp loopt een kanaaltje, dat meestal droog staat, van Palestijnen. Omdat Israël op 400 meter diepte boort, raken de oude en ondiepe Palestijnse bronnen vervuild en drogen ze op. Palestijnen mogen van Israël geen nieuwe bronnen graven. Ze zijn afhankelijk van Mekorot. Dat laat Palestijnen anderhalf keer meer betalen dan Israëlische kolonisten.

Israël gaf Mekorot in 1982 de watervoorraden op de bezette Westelijke Jordaanoever in handen, voor de symbolische prijs van 1 shekel (20 eurocent). Het Israëlische staatsbedrijf levert kolonisten water in overvloed, terwijl Palestijnse steden en dorpen in de hete zomers dagen zonder water zitten.

Volgens de Wereldbank is een derde van de Palestijnse gebieden niet op Mekorots netwerk aangesloten en ontrekt het veel meer water uit bezet gebied dan in de jaren negentig onderling is afgesproken. Israëls waterbeleid is ook bekritiseerd door de Verenigde Naties en de Europese Unie.

Behalve waterleverancier in Palestijns gebied is Mekorot in Israël monopolist. Het geldt internationaal als een zeer geavanceerd bedrijf, dat uitblinkt in technieken voor ontzilting, herwinning en waterzuivering. Nederland, waterland, wil daarom graag met Mekorot in zee. Het leverde een gastspreker voor het ‘samenwerkingsforum’ dat Nederland in december in Israël organiseerde. Een Nederlandse bedrijvendelegatie bracht toen ook een bezoek aan Mekorot.

Maar Nederland voert tegelijk een ‘actief ontmoedigingsbeleid’ om te voorkomen dat Nederlandse bedrijven bijdragen aan de nederzettingen. De Israëlische nederzettingen zijn volgens Nederland immers illegaal en een grote bedreiging voor de vrede. Bovendien kunnen activiteiten in bezet gebied in strijd zijn met het internationaal recht. Daarom wordt het Nederlandse bedrijven in principe ontraden om „activiteiten te ontplooien in of ten behoeve van nederzettingen”.

Voor Mekorot maakt premier Rutte (VVD) echter een uitzondering. „Mekorot heeft een monopolie”, zei Rutte tijdens zijn bezoek (van 7 tot 9 december) aan Israël en Palestina, „dus we hebben geen alternatief”. Minister Ploumen (Buitenlandse Handel, PvdA) ziet dat kennelijk anders. Na Kamervragen over en felle Palestijnse kritiek op haar geplande bezoek aan Mekorot in Israël, blies zij dat af.

Mooie deal

Verwarrend, vond Vitens. Het Nederlandse waterbedrijf had juist een intentieverklaring met Mekorot getekend. Vitens wilde zuiveringstechnieken van Mekorot overnemen en Mekorot was geïnteresseerd in Vitens’ technologieën voor waterleidingen. Het leek een mooie deal. Nadat Ploumen op 4 december haar bezoek aan Mekorot had afgezegd, bestudeerde Vitens de voorgenomen samenwerking echter opnieuw. Toen begreep Vitens dat de nederzettingen van zijn technologie zouden profiteren.

„Onze samenwerking met Mekorot kon niet worden beperkt tot Israël, maar betrof ook de Palestijnen en de nederzettingen”, verklaart een woordvoerder van Vitens tegenover deze krant. Zo zouden Vitens’ leidingsystemen Mekorot helpen om bij de distributie van water onderscheid te maken tussen Palestijnen en kolonisten. Vitens: „Dat is de reden dat we op 9 december in gesprek zijn gegaan met het ministerie van Buitenlandse Zaken.”

Tijdens uitvoerig overleg vertelde Vitens hoe de samenwerking waarschijnlijk de nederzettingen zou begunstigen. Het verwees daarbij naar een rapport van de VN-Mensenrechtenraad, waarin staat dat Mekorot inbreuk maakt op het recht op water van Palestijnen. Volgens Vitens heeft het ministerie „op geen enkel moment onze zorg omtrent de samenwerking weggenomen”.

Buitenlandse Zaken wist dus dat de samenwerking tussen Vitens en Mekorot zich zou uitstrekken tot de nederzettingen – hetgeen moet worden ontraden volgens het ontmoedigingsbeleid. Desondanks heeft het ministerie de samenwerking met Mekorot niet expliciet ontmoedigd. Het herhaalde alleen zijn beleid. Vitens moest zelf zijn conclusies trekken en besloot van de samenwerking af te zien.

En toen kreeg Vitens de zwartepiet toebedeeld. Israël noemde Vitens „laf” en „hypocriet”. Kamerlid Han ten Broeke (VVD) sprak van „doorgedreven activisme”. Nadat Israël de Nederlandse ambassadeur vanwege Vitens’ besluit op het matje had geroepen en CU, SGP, PVV en VVD vragen hadden gesteld aan minister van Buitenlandse Zaken Timmermans (PvdA), zei Timmermans tegen het NOS journaal dat hij „geen enkel bezwaar” had tegen de samenwerking tussen Vitens en Mekorot.

Sterker, Nederland werkt zelf samen met Mekorot, schreef Timmermans de Kamer, bij een trainingsproject voor Palestijnen en Jordaniërs. Volgens de Israëlische pers belde premier Rutte bovendien zijn Israëlische collega Netanyahu om hem te verzekeren dat Nederland met Mekorot zal blijven werken. Zo gaf het kabinet Mekorot wederom een stempel van goedkeuring, en viel zij Vitens publiekelijk af.

Prevaleerde de relatie met Israël, of die met coalitiepartner VVD, boven de reputatie van een Nederlands bedrijf? Of ging het handelsbelang voor integer zakendoen? Buitenlandse Zaken laat weten „het beeld dat van het gesprek met Vitens wordt geschetst niet te herkennen”. Het ministerie kan desgevraagd niet verklaren waarom het ‘geen bezwaar’ had tegen de voorgenomen samenwerking in bezet gebied.

Israël en Nederlandse partijen die Israël bijzonder gunstig gezind zijn, voeren intussen de aanval op Vitens op. De Israëlische ambassade in Den Haag stuurde brieven aan aandeelhouders van Vitens (vijf provincies en ruim honderd gemeenten), waarin zij worden gevraagd Vitens te bewegen om op zijn besluit terug te komen.

In de Provinciale Staten van Flevoland werd een motie aangenomen, door CU, SGP, CDA, PVV en VVD, waarin het college wordt verzocht protest aan te tekenen bij Vitens, omdat het zich zou moeten inzetten voor de Israëlische nederzettingen.

Vitens is geschrokken van „de krampachtige politieke situatie”, maar heroverweegt zijn besluit niet.