Studeren doe je niet voor de leuk

Passie moet voorop staan bij de studiekeuze, vinden we. En we pamperen studenten. Middelmatigheid en slappe keuzes zijn het gevolg, vindt Herman Blom.

Illustratie Tomas Schats

Gemiste kans van 2013 is het voorstel van staatssecretaris Dekker om vwo-leerlingen die heel erg goed presteren een cum-laudediploma te geven. Helaas is dit idee een zachte dood gestorven.

Dergelijke gerichtheid op toppresentaties is volgens Jeroen van Baar „een regelrechte ramp” voor de gemiddelde student. Het zou leiden tot een ‘prestatiegeneratie’ waarin niemand meer een ‘gewone student’ wil zijn. „De Nederlandse studententijd, die bekend stond om zijn onbezorgde karakter en de ruimte gaf aan zelfontplooiing van de student, is vervangen door een competitieve cultuur waarin slechts cijfermatig uitblinken centraal staat”, schreef de historicus zaterdag in deze krant.

Naar mijn mening is het Nederlands hoger onderwijs juist gebaat bij méér in plaats van minder prestatiegerichtheid van haar inkomende studenten. De aandacht voor de middelmaat domineert namelijk nog steeds. Te veel staat ons onderwijs in het teken van het hedonisme: de studie moet leuk zijn en vooral niet lastig en moeilijk. Excellentiebevordering voor een kleine groep vindt al plaats in de vorm van de University Colleges in Utrecht en Amsterdam. Waar blijft de stimulerende aandacht voor de brede groep van studenten? En kan dit niet simpelweg door meer elementen van een prestatiecultuur voor iedereen in te bouwen?

Helaas gaat de aandacht van de politiek nog steeds uit naar onderwijsinnovatie. Onderwijs en vernieuwing vormen voor Nederland een inmiddels berucht begrippenpaar. Het recente WRR-rapport Naar een lerende economie tapt weer uit dit vaatje. De WRR legt de nadruk op ‘leren leren’. Volgens de WRR is een miljardenzware investering nodig. De zoveelste speeltjes mogen van stal worden gehaald.

Opvallend is dat met name het onderwijs in de Duitstalige landen in Europa veel minder onderhevig is aan wisselingen van didactische vorm en vakkenpakket. Toch is juist in die landen de jeugdwerkloosheid lager dan elders en bloeit de economie. Moeten we echt doorgaan met onderwijsinnovatie? Die Hollandse kwaal veranderitis heeft de onderwijssector sinds decennia in een vaste greep.

Ambitieuze Chinezen

De motivatie en prestatiegerichtheid van Nederlandse scholieren en studenten is vaak opvallend gering. Vergelijkende onderzoeken laten zien dat Nederlandse hbo’ers en universitaire studenten gemiddeld weinig tijd aan hun studie besteden en tot de minst gemotiveerde studenten van Europa behoren. Inmiddels hebben hogescholen en universiteiten meer dan tien procent buitenlandse studenten in huis. Hun aanwezigheid houdt de Nederlandse studenten een spiegel voor. Ze zijn vaak in meerderheid afkomstig uit Duitsland en China. Met name die studenten zijn gesocialiseerd in systemen waarin een hoog cijfergemiddelde doorslaggevend is voor toekomstkansen. Deze studenten vormen voor menig opleiding het zout in de pap. Ze steken met hun motivatie medestudenten aan.

Zo worden buitenlandse studenten aan universiteiten uitdrukkelijk gevraagd op aio-plaatsen te solliciteren. Zij bezetten ook de meeste plaatsen in de excellentieprogramma’s. Arbeidsmarktstudies maken bovendien duidelijk dat studenten door te kiezen voor de studie die zij ‘leuk’ vinden slecht aansluiting vinden bij de arbeidsmarkt.

Hedonistische studiekeuze

Sinds het kabinet-Den Uyl in de jaren zeventig het ideaal van ‘de ontspannen samenleving’ proclameerde is het onderwijs wel erg in de greep gekomen van het hedonisme. In die ‘ontspannen samenleving’ staat de passie van de scholier of student voorop. Keuze van opleiding wordt daardoor in Nederland gezien als de allerindividueelste expressie van de emoties van de student. Het aanbod van opleidingen volgt de interesse van studenten. Marktoriëntatie heet dit dan. Doorslaggevender zou de arbeidsmarkt moeten zijn. We zouden meer studenten moeten leiden naar de technische en natuurwetenschappelijke vakken. De Duitse buren doen ons dit voor.

Bovendien wordt in Nederland onderwijs als een zorgarrangement gezien. Met ‘loopbaanbegeleiding’, coaching, en mentorgesprekken wordt de Nederlandse scholier naar zijn diploma begeleid. Ook de zwakkeren moeten de eindstreep halen. Het ideaal van Hoger Onderwijs Voor Velen heeft met al zijn goede bedoelingen tot onbedoelde effecten geleid. Dat dit pamperen ten koste gaat van eigen initiatief en het nemen van je eigen verantwoordelijkheid lijkt niet op te vallen. In al deze uitingen is vrijblijvendheid de rode draad. Middelmatigheid en slappe studiekeuzes zijn het gevolg.

De verbetering van de prestatiegerichtheid van Nederlandse studenten door initiatieven als die van staatssecretaris Dekker kunnen onze kennisinstellingen weer met ambities gaan vullen. Studenten kunnen meer uit hun studiekeuze halen dan ze nu doen. Dit is te verkiezen boven de zoveelste veranderingen van onderwijsconcepties. De keizer hoeft niet steeds weer nieuwe kleren te krijgen.