Ramses bracht ze weer tot leven

De tv-serie ‘Ramses’ laat zien hoe de zanger gewone mensen aanzette tot leven in vrijheid, maar hoe hij zelf ten onder ging aan veel lusten en weinig lasten. ‘Als je heel persoonlijk werd, liep hij weg.’

Noortje Herlaar en Maarten Heijmans als chanteurs Liesbeth List en Ramses Shaffy in de tv-serieRamses. Foto’s Avro

‘Ik ben Ramses Shaffy één keer zelf tegengekomen, op een nacht in een snackbar bij het verpleeghuis waar hij toen zat’, zegt Maarten Heijmans, die de hoofdrol speelt in de nieuwe tv-serie over de zanger: „Hij zat in een tuinstoel en hij at een snicker. De vrouw achter de toonbank zei tegen haar man: ‘Waarom geef je dat nou? Hij heb zó’n rekening hier’. Die man zei: ‘Ach, die man heb zoveel betekend voor Amsterdam.’ Zo had ik in één minuut de essentie van Shaffy gezien: dat iedereen hem alles gunt en dat hij zo veel genot kon halen uit zoiets simpels als een snicker.”

Ook een kunst, trouwens: poffen in een snackbar.

Ramses Shaffy (1933-2009), zanger van aansporende chansons als Sammy, Wij zullen doorgaan, Zing, vecht, huil, bid... en zijn credo Laat me, is een dankbaar onderwerp voor een tv-serie. Charismatisch middelpunt van een turbulente tijd – de jaren zestig – mateloos levenslustig, maar met een tragische ondergrond. In de videoclip van Hallelujah Amsterdam uit 1968 zien we Shaffy in Madurodam tussen de Amsterdamse huisjes springen. Met wijde armgebaren en een brede lach zingt hij: „Hallelujah Amsterdam, er waait een nieuwe wind over de Dam”. Shaffy was de reus die Amsterdam overhoop haalde. De levensgenieter stond voor de nieuwe vrijheid. Hij was de ster op wie iedereen verliefd werd, die iedereen inspireerde om ook los te breken.

Regisseur Michiel van Erp en scenarist Marnie Blok kozen dit laatste als uitgangspunt voor de vierdelige serie Ramses (AVRO), die vanaf zaterdag is te zien op Nederland 1. Blok: „We wilden geen parade van bekende Nederlanders. Liesbeth List, Joop Admiraal en Cees Nooteboom zitten er in, maar verder niemand. Wij wilden juist gewone mensen laten zien en wat een ontmoeting met Ramses met ze heeft gedaan.”

Van Erp: „We hoorden zoveel verhalen van mensen die een avond of nacht met Ramses doorbrachten en die daarna hun leven radicaal hebben omgegooid. Dat is de schoonheid van Ramses, hij haalde het beste uit mensen. Neem pastoor Wim Tepe, die hem de sleutel van zijn kerk gaf. Hij kreeg een herseninfarct. Ramses kwam voor hem zingen toen hij nog in coma lag. Later zei hij: ‘Ramses heeft me terug het leven in gezongen’.”

Gewone mensen die zijn aangeraakt door Shaffy: het zou een mooi uitgangspunt zijn voor een documentaire van Van Erp, van huis uit documentairemaker. Maar nu hij een dramaserie maakt, zijn die verhalen over de gewone mensen juist de verzonnen verhaallijnen, zoals de bakker die naar zee wil en de bakkerij en zijn gezin verlaat. Dat doen ze trouwens allemaal: uit hun gezin weglopen. Dat is meteen de keerzijde van een Ramsesiaanse bevrijding: je maakt wel brokken. Zeker voor de kinderen van de babyboomers geeft dat een bijsmaak. Je kijkt naar de generatie die voor zichzelf koos, ongeacht wat dat voor pijn dat bij anderen veroorzaakte.

Na de storm

Van Erp: „Die vrijheid had zeker een keerzijde. En zelf heeft Ramses ook veel pijn veroorzaakt. Bij Joop Admiraal bijvoorbeeld. Hij hield zo van Ramses, maar hij kon er niet tegen dat Ramses met iedereen naar bed ging. Hun relatie vormt ook een lijn door de serie: van prille liefde tot dramatisch afscheid.”

Marnie: „Honderden vrouwen zeggen dat ze een nacht met hem hebben doorgebracht. En honderden mannen deden dat ook, maar zeggen dat niet.”

Van Erp: „Jeroen Krabbé noemde hem de rattenvanger van Hamelen”.

Bok: „Maar hij was niet geïnteresseerd in de gevolgen van zijn daden”.

Nadat we twee afleveringen lang zijn meegevoerd door Shaffy’s wervelwind – langs zijn ontmoeting met Joop Admiraal, zijn tijd aan het toneel, de Italiaanse reis, de glorietijd met Liesbeth List – komen we in aflevering drie in de luwte terecht. Begin jaren zeventig. Shaffy zingt niet meer en drinkt stevig door. Je ziet hem dwalen door de pittoreske lege straatjes van de binnenstad. Nu zien we de prijs: hij is alleen, hij kent geen bodem.

Van Erp: „De tragiek van Ramses zie je het duidelijkst in de derde aflevering. Verschillende mensen komen hem vertellen hoe veel hij voor hun heeft betekend, maar zelf zie je hem verzuipen in drank, drugs en gedoe. De pianist wil niet met hem naar bed, Joop Admiraal wil niet meer mee de kroeg in. Je ziet hoe iedereen hem verlaat.”

Marnie Blok: „We hebben Liesbeth List gesproken, wier liefde voor Ramses groot en onvoorwaardelijk is, en die zei: Als je heel persoonlijk werd, dan liep hij gewoon weg.” Gesprekken over problemen voerde je niet met Shaffy. Blok: „Dat was zonde van je tijd. Het was een feest om bij die man te zijn, hij haalde het beste in je naar boven, dan ging je het niet over je dagelijkse beslommeringen beginnen. Ramses had een enorm vermogen lief te hebben en te geven, maar wel op zijn voorwaarden. Daardoor haakten mensen af en was hij vaak eenzaam.”

Van Erp: „Maar hij heeft die eenzaamheid juist omarmd. Hij vond het erbij horen. Zoals hij alle ellende erbij vond horen.”

Zenmonnik

Shaffy maakt in de tv-serie geen klassieke ontwikkeling door, zoals een personage dat behoort te doen. Blok: „Ramses blijft wie hij is. Hij weigert zijn levensstijl te veranderen. Hij noemt zichzelf een man van de roes en die moet je hem niet afnemen. De ontwikkeling zit in de personages om hem heen.”

Van Erp: „Het is gewoon een downfall”.

Blok: „Hoewel hij in aflevering vier wel tot een soort inzicht komt en stopt met drinken. Tijdelijk. De serie eindigt in 1979. Dus we volgen niet zijn latere leven, als hij met Korsakov wordt opgenomen in het verpleeghuis.”

Van Erp en Blok hadden zichzelf als voorwaarde gesteld: we maken de serie alleen als we de volmaakte Ramsesvertolker vinden. Die diende zich meteen aan bij de eerste auditie. Maarten Heijmans (1983) zong een lied en de twee waren verkocht. Heijmans imiteert de stem van Shaffy inderdaad griezelig perfect. Hij zingt alles in de serie live, deels samen met Noortje Herlaar, die Liesbeth List speelt. Verder heeft Heijmans ook de vereiste exotische schoonheid en de aantrekkelijke flair.

Heijmans over de zang: „Ik heb er vooral aan gewerkt om mijn stem lager te zetten. Ik begon bij de uitspraak. Hij heeft een ietwat ouderwets keurige dictie en licht Leidse tongval. Zijn L zit voor in de mond, zijn R komt juist uit de keel. Hij behandelt zijn liedjes als een acteur, hij speelt de tekst.”

De Shaffyvertolker zegt dat hij in zijn spel vooral Shaffy’s prinselijke air heeft overgenomen: „Hij sprak heel theatraal, hij speelde altijd een rol: zichzelf. Met grote handgebaren. Wat dat betreft had ik het makkelijker dan de anderen: ik moest groot spelen, als op het toneel. Zij moesten meer camera-acteren.” Toch moet volgens Heijmans het grootse, meeslepende van Shaffy in de serie vooral komen van zijn entourage: „Het gaat erom hoe de anderen op hem reageren. Ik zie hem als een zenmonnik met een groot gevoel voor humor, die op afstand het leven aanschouwt, de mooie en de lelijke dingen.”