Onschuldig complimenteren kan niet meer

Ik ben niet een van die mannen die op straat vrouwen zouden willen versieren.

Maar in indirecte zin heb ik wel last van dat soort mannen.

Ik wil helemaal geen vrouwen versieren, maar ik ben wel af en toe onder de indruk van een bepaalde vrouw die ik bij toeval tegenkom: op straat, in het Concertgebouw, in de trein of in een kroeg. Het kost mij moeite om mijn enthousiasme in zo’n geval onder controle te houden.

Ik wil mijn indruk kenbaar maken, net zoals na het zien van een prachtig schilderij of na het ondergaan van de vijfde symfonie van Mahler, om maar wat te noemen.

Meestal onderdruk ik de neiging iets te zeggen omdat ik besef tot die mannen te worden gerekend die in het artikel van Anouk van Kampen beschreven worden. Daar word ik droevig van.

Ik ben nu 65 en heb misschien een keer of vijf iets opbeurends tegen een mij onbekende vrouw kunnen zeggen zonder opgepakt te worden, bij wijze van spreken. Eens per dertien jaar, een droevig gemiddelde.

Van al die keren dat ik niks gezegd heb, heb ik eigenlijk nog steeds last. Zo'n mooie vrouw, en ik heb het niet kunnen laten weten!

En, het ergste, die kom ik hoogst waarschijnlijk nooit meer tegen.

Mijn vrouw Janneke en ik zijn al 44 jaar samen. Janneke is ook een prachtige vrouw.

Het is vreemd om te beseffen dat zodra je getrouwd bent plotseling de helft van de (wereld)bevolking moet worden uitgesloten van vriendschap.

Ik heb maar een paar vrienden, maar het zijn vrijwel allemaal vrouwen.

Ray Staller