Offensiefje

Komt het dit jaar nog helemaal goed met Anouchka van Miltenburg, ‘onze’ Tweede Kamervoorzitter? Ik heb grote twijfels, niet alleen omdat ik in de krant saillante citaten las uit een radio-interview (De Overnachting, radio 1), maar vooral omdat ik vervolgens dat héle interview eens goed heb beluisterd.

Het duurde een uurtje, met aftrek van de onvermijdelijke muzieknummers die dezelfde functie hebben als de ‘filmpjes’ in de tv-talkshows: de luisteraar/kijker mocht zich eens een moment vervelen. Gelukkig bleef er voor Anouchka tijd genoeg over om haar hart te luchten. Geen politicus doet iets zonder bijbedoeling, dus ik neem aan dat zij deze gelegenheid vooral wilde aangrijpen om de mensch achter de politica te tonen. Een charme-offensiefje, voorgesteld door de afdeling voorlichting.

Hoe doe je dat? In de eerste plaats wil je een hartelijke indruk maken. In dit opzicht begon het goed. Anouchka begroette interviewer Patrick Lodiers omstreeks middernacht op haar hotelkamer nabij ’t IJ met verrassende intimiteit: „Mag ik je zoenen?” Lodiers stond het enigszins bedremmeld toe, en het scheen hem zelfs op bepaalde gedachten te brengen, want even later hoorden we hem in verrukking uitroepen: „Wat ’n bed!”

Zijn ze altijd zo zoenerig in de Tweede Kamer, of is het meer een VVD-gewoonte? Dat laatste kan ik me niet goed voorstellen, nadat ik onlangs via de tv mocht meemaken hoe de VVD-leden Frits Huffnagel en Ed Sinke elkaar de strot afbeten als twee maffiosi in een film van Martin Scorsese.

Het probleem van Anouchka was dat zij niet alleen hartelijk („Weet je, Pat”), maar ook kordaat wilde overkomen. Dat ging haar minder goed af. Zo waarschuwde zij in het begin dat zij „niet in de media over mijn functioneren in de Kamer” wilde praten – om het vervolgens bijna een uur lang over vrijwel niets anders te hebben. Lodiers hoefde doorgaans maar één keer een geweigerde vraag te herhalen alvorens het antwoord gratis thuis bezorgd te krijgen. En wat bleek? Ze functioneerde in „een heel harde omgeving met soms rauwe omgangsvormen”. En ja, ze had Wilders bewust niet afgeremd toen hij Pechtold beledigde, maar nu ze er nog eens goed over had nagedacht, zou ze het de volgende keer anders doen, en ze was sowieso vastbesloten om door te gaan waarbij ze „de dingen morgen beter zou doen dan gisteren”.

Ze wees vertederd op de handkus van premier Rutte en op Geert Wilders „die mij op de avond voor het reces ook nog gekust heeft”. Zou Wilders tevoren nog hebben gevraagd: „Mag ik je zoenen?” Hij zal toch wel beseffen dat zijn zoenen voor de ander ook een kus des doods kunnen betekenen?

Of er voor haar nog hoogtepunten in het jaar 2013 waren geweest? Jazeker, „ongelofelijk veel hoogtepunten”. Een daarvan was haar toespraak in de Kamer tot Holocaust-overlevende Jules Schelvis. „Daarna stond iedereen op om te applaudisseren voor die man.” Maar misschien ook wel voor haar, want ze voegde er nog net hoorbaar aan toe: „Dat neemt niemand mij meer af.”

Ze gaat nu met de individuele fractievoorzitters over haar ‘functioneren’ spreken. Als ze net zo mededeelzaam is als tegen Lodiers, kunnen het lange gesprekken worden. Wat zullen de voorzitters doen? Een beetje lacherig – om haar vervolgens weer achter haar rug af te branden? Of reageren ze nu wat directer?

Vermoedelijk wordt het een tactische middenkoers: „Wat vind je er zelf van, Anouchka?”