Muurspin

Het klimatologisch milde Zeeland was een eeuw de enige provincie waar de Florentijnse muurspin (Segestria flo-rentina) zich als mediterrane soort kon handhaven. In spleten in oude muren spint hij een buisvormig nest, rond de ingang legt hij in stervorm ‘strui- keldraden’ aan. Bij de minste aan- raking van die boobytraps spurt de spin met zijn groenmetallic gifkaken op zijn prooi af. Met een lichaams- lengte van 22 millimeter die samen met de lange poten verdrievoudigt, is het de engste Nederlandse spin en de enige die mensen (goed voelbaar) bijt.

Rond 1989 waren ze doorgedrongen tot in Den Haag en Rotterdam. In de Maasstad zat een florerende populatie in het Scheepvaartkwartier die in 1992 letterlijk werd ingemetseld toen men een oud pakhuis renoveerde. Sindsdien was Rotterdam de Florentijnse muurspin kwijt. Ook het Haagse spinnenbolwerk langs het Spui week voor nieuwbouw. Toch volgde een gestage opmars, met waarnemingen zover noordelijk als Leeuwarden in 2012. In 2013 is de Florentijnse muurspin gelukkig weer op de Rotterdamse spinnenlijst teruggekeerd. Stadsecoloog André de Baerdemaeker schudde er dit najaar een uit zijn mouw in het Natuurhistorisch Museum en een bewoonster van de Rochussenstraat werd er op de stoep van haar woning venijnig door gebeten.

De auteur is conservator van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam.