Lijstduwer is nepkandidaat is kiezersbedrog

Veel partijen vinden het geen probleem dat lijstduwers de kandidatenlijst perverteren, volgens Joop van Holsteyn.

Ik zoek hongerig maar hoopvol een restaurant. Ik bekijk menu’s die aan deuren zijn bevestigd in een straat vol eetgelegenheden en zie een bekend, niet onaantrekkelijk gerecht. Dat lijkt me wat! Helaas. Als ik binnen ben en mijn keuze doorgeef, krijg ik te horen dat dit gerecht niet wordt geserveerd. Nu niet en nooit niet: niet beschikbaar. Het is trouwens nooit de bedoeling geweest dat de keuken het gerecht bereiden zou, zo wordt toegevoegd.

Dit zou voor mij een forse afknapper zijn. En als dat restaurant bij herhaling een dergelijk kunstje flikken zou, zou mijn weerzin er, en wellicht van de horeca als geheel, onvermijdelijk groeien. Bij verkiezingen ligt dat kennelijk een slag anders. Daar is list en bedrog geen probleem. Daar lijkt het misleiden van klanten – kiesgerechtigden – eerder een soort folklore; een goed electoraal gebruik welhaast.

Ik doel op lijstduwers. Die staan weliswaar vermeld op de kandidatenlijsten van politieke groeperingen, bijvoorbeeld voor de aanstaande raadsverkiezingen, maar zijn per definitie niet van plan om de rol van volksvertegenwoordiger te vervullen. De meeste partijen lijken er geen enkel probleem in te zien dat aldus, door het pimpen en opleuken ervan, de kandidatenlijst geperverteerd raakt. Sterker nog, ze gaan bewust en actief op zoek naar deze nepkandidaten, zoals Groen Liberaal Almere even naïef als schaamteloos in deze krant liet noteren: „We zijn op zoek naar nog minsten zeven lijstduwers.” CDA-wethouder en lijsttrekker De Haan had voor de lijst in Leiden niemand minder dan Elco Brinkman weten te strikken als lijstduwer. Dat stak hij niet onder stoelen of banken: „We zijn trots dat zo’n prominente politicus aan onze verkiezingsstrijd wil bijdragen.” Trots op bedrog, waarom ook niet.

Het besef dat de inzet van lijstduwers een buitengewoon dubieuze actie is, wordt blijkbaar niet breed gedeeld. Nog los van de praktische vraag of lijstduwers het werkelijk zo goed doen als wordt verondersteld en stemmen binnenhalen die de betreffende partij zonder hen niet zou hebben behaald, is er het principiële aspect van kiezersbedrog. Bedrog, want een mildere kwalificatie zou het hoogst kwalijke verschijnsel onvoldoende recht doen.

Het verkiezingsspel is althans op dit punt niet moeilijk. Bij verkiezingen dingen politieke groeperingen naar de gunst van kiesgerechtigde burgers. Daartoe formuleren zij voorstellen en programma’s en stellen zij lijsten van kandidaten op; dat alles als het even kan zo aantrekkelijk mogelijk. Maar de kandidatenlijst is wat het is – een lijst met personen die opgaan voor representatieve functies. Allen potentiële volksvertegenwoordigers. De partij kan daar zo haar eigen opvattingen over hebben, maar die zijn, als ze er al toe doen, ondergeschikt aan het wezenskenmerk van een kandidatenlijst.

Bij verkiezingen is het woord aan de kiezer, en die kan zich in Nederland slechts uitspreken door een stem uit te brengen op een der kandidaten. Op een lijst of groepering als zodanig stemmen is onmogelijk. Dat maakt het extra gewichtig dat die kiezer erop mag rekenen dat alle kandidaten, van lijsttrekker tot laagst genoteerde, beschikbaar zijn om de voorname taak van volksvertegenwoordiger op zich te nemen.

Voor de kiezer geldt: een kandidaat is een kandidaat is een kandidaat. Partijen die willens en wetens personen kandideren van wie bekend is dat zij de stap naar vertegenwoordiger niet wensen te zetten, strooien de kiesgerechtigden bewust zand in de ogen.

Zij passen een kunstgreep toe: bedrog. Ja, maar de kiezers weten toch dat lijstduwers geen echte kandidaten zijn, is veelal het verweer. Die verdediging faalt. Niet alleen is mij onbekend of dat in feite het geval is, maar daar gaat het niet om. De kern is dat het niet aan kiezers is om voor alle lijsten en alle kandidaten na te gaan of genoemden al dan niet echt van plan zijn om bij verkiezing gehoor te geven aan de democratische oproep van de kiezers. Het is de aanbieder die hiervoor verantwoordelijk is.

Als partijen hier verzaken en kandidaten opvoeren die geen kandidaat-volksvertegenwoordiger zijn, dan is frustratie en boosheid bij de kiezer natuurlijk zo vreemd niet. Trouwens, als Brinkman cum suis zich graag inzetten in de verkiezingsstrijd, dan is dat prachtig. Folderen kan, huis aan huis langsgaan en een praatje maken, op regenachtige zaterdagmiddagen een standje op de markt bemannen, een donatie geven voor de campagne, een grote poster voor het raam. Maar niet als lijstduwer tevens nepkandidaat. Want dat verpest op termijn de smaak van de kiezer en bederft uiteindelijk de politieke en electorale eetlust.