Keihard slaan op rotsen vol fossielen

is wetenschappelijk onverantwoord, maar geeft wel veel plezier.

Een camera projecteert spelers in het Krijt- of Juratijdperk, waar zij dinosauriërs kunnen voeren of onderwerpen aan een röntgenscan.

Ooit een Stegosaurus gevoerd? Een röntgenscan gemaakt van een T-Rex? Al dit en meer is mogelijk met de dino-game Walking with Dinosaurs, waarmee de populaire BBC-serie de gaming-wereld heeft bereikt.

Je speelt het spel op een Playstation 3 met hulp van een kleine camera, een bewegingscontroller en een boek met zogenaamde augmented reality-markers: de camera scant het boek, de bewegingscontroller en de spelers, en projecteert die op je televisiescherm, maar dan midden in het Krijt- of Jura-tijdperk.

Walking with Dinosaurs is alweer het derde spel voor Sony’s ‘Wonderbook’-serie, waarbij augmented reality-technieken worden ingezet om een speler diep de speelwereld in te trekken. En het moet gezegd: dat lukt behoorlijk goed. Het spel is gericht op kinderen van zeven tot negen jaar, en de testgroep die voor deze recensie aan het werk ging was razend enthousiast. Zeker jongetjes krijgen geen genoeg van het slaan met onderzoekshamers op rotsen vol fossielen (de bewegingscontroller die op het scherm in een flink stuk gereedschap verandert) of het schreeuwen tegen een enge Gorgosaurus, zodat die niet te dicht bij een kudde planteneters in de buurt komt. Voor deze doelgroep is het beloningssysteem met medailles vrijwel overbodig: het zit alleen maar in de weg van het volgende spannende avontuur dat ze met de dino’s kunnen beleven.

Voor volwassenen is de speelse opzet even wennen. Het idee van de oorspronkelijke BBC-serie (uit 1999 alweer) was een natuurdocumentaire te maken met een narratief, op de manier waarop de BBC ook orka’s, bavianen of olifanten volgt.

Dat kwam de makers op kritiek te staan: als de wetenschap de huidskleur van een Diplodocus al niet met zekerheid vast kan stellen, hoe kun je dan aannames doen over complexe zaken als groepsgedrag? En komische momenten met een urinerende Postosuchus? Hoe weet de BBC dat deze beesten staand plassen, terwijl de wetenschap er nog niet uit is óf ze hun afval als urine afscheiden?

De kritiek is begrijpelijk vanuit wetenschappelijk standpunt, maar daar heeft de BBC zich gelukkig niets van aangetrokken. Sinds de televisieserie zijn 3D-theatershows geproduceerd en een film, en allemaal gebruiken ze narratieve vrijheden om een verloren wereld tot leven te wekken.

Dat leidt in het spel tot ‘vijf hoofdstukken vol actie met meeslepende leven-of-doodsituaties’, zoals op de doos staat. De hoofdstukken zijn uitgewerkte verhaallijnen rond een moeder en een jong, of een jong mannetje dat ineens aan het hoofd van een kudde komt te staan. Dieren met een naam die spelers moeten roepen, dieren met ‘beste vriendjes’ en plotlijnen rond vervelende beesten die op het cruciale moment tóch aardig kunnen doen. En dieren die nu een keer niet urineren, maar er duidelijk goedgemutst uitzien als één van hen een scheet laat. Wetenschappelijk verantwoord? Ongetwijfeld niet, maar dat is snel vergeten als je de doelgroep over de grond ziet rollen van het lachen.